Omschrijving
Diversiteit en justitie: naar een analytisch kader om vertrouwen in justitie te bestuderen
Jaargang
2025 - 2026 (89)
Pagina
2
Auteur(s)
J. Bernaerts, P. Popelier, S. Bielen, C. Van de Heyning, J. Peeters
Trefwoorden

RECHTSSOCIOLOGIE

Bijkomende informatie

Diversiteit en justitie: naar een analytisch kader om vertrouwen in justitie te bestuderen

Jonathan BERNAERTS (UAntwerpen)

Patricia POPELIER (UAntwerpen)

Samantha BIELEN (UHasselt)

Catherine VAN DE HEYNING (UAntwerpen)

Jinte PEETERS (UHasselt)

Het vertrouwen in justitie daalt. Dat wordt in het maatschappelijk debat gelinkt aan vermoedens van klassenjustitie. Breder dan dat, wordt ook (een tekort aan) diversiteit binnen de magistratuur in verband gebracht met vertrouwen in justitie. Er zijn echter te weinig gegevens voorhanden om een beeld te scheppen van hoe divers de magistratuur nu eigenlijk is, hoe ze omgaat met diversiteit in de samenleving, en welke impact dat eventueel heeft op vertrouwen. Het thema is bovendien beladen, omdat het streven naar een diverse magistratuur afbreuk lijkt te doen aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de magistratuur. Deze bijdrage zet een diverse magistratuur daarom op de onderzoeksagenda. Ze biedt een analytisch kader om na te gaan of en hoe een diverse magistratuur - in hoe ze rechtspreekt, of hoe ze is samengesteld - impact heeft (of niet) op de uitkomst van een geschil en op vertrouwen in justitie, en wat dat betekent voor de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de magistratuur.

Inleiding: een knik in het vertrouwen

Sinds 2002 voert de Hoge Raad voor de Justitie opiniepeilingen uit om na te gaan hoe burgers over justitie denken en om hun vertrouwen in justitie te meten. In de vijfde Justitiebarometer van 2024 staat het vertrouwen in justitie in vergelijking met andere instellingen op de derde plaats, na de politie (81%) en het onderwijs (81%), maar voor de pers (44%), het parlement (41%), de regering (36%) en religieuze instellingen (34%).1 Dat het aandeel respondenten dat aangaf (eerder) vertrouwen in justitie te hebben achteruitgaat - van 66% in 2007 tot 54% in 2024 - is verontrustend.2

Deze dalende trend wordt bevestigd door de Eurobarometer. Het percentage van de Belgische bevolking dat aanduidde vertrouwen in justitie te hebben, was 48% in 2023, terwijl dit in maart 2021 nog 58% was.3 Dit vertrouwen was lager dan in de buurlanden Nederland (80%), Luxemburg (78%), Duitsland (63%) en het Verenigd Koninkrijk (56%), maar iets hoger dan in Frankrijk (43%).4

Het vertrouwen in justitie is belangrijk in een rechtsstaat. Rechters bekleden een centrale plaats in de rechtsstaat, omdat zij wetten interpreteren, toetsen en toepassen.5 Dat biedt burgers bescherming tegen fysiek en ander geweld, bescherming tegen overheidswillekeur, een neutraal forum om geschillen te beslechten, en rechtszekerheid. In vergelijking met het parlement en de regering staat de rechterlijke macht daartoe in een zwakke positie. Ze heeft geen controle over haar budget en kan de uitvoering van haar vonnissen en arresten niet afdwingen. Voorts vereisen justitie en het functioneren van de rechtsstaat onder meer dat burgers op haar een beroep doen.6 Dat maakt justitie des te meer afhankelijk van het vertrouwen van zowel burger als politiek.7

Vertrouwen in justitie werd recent gelinkt aan twee grote thema’s: klassenjustitie en diversiteit. Zo werd in de nasleep van de zaak Reuzegom in het maatschappelijke debat vertrouwen in justitie in verband gebracht met klassenjustitie.8 De perceptie dat klassenjustitie voorkomt, zou immers een van de factoren kunnen zijn die het vertrouwen in justitie negatief beïnvloeden. Uit de Justitiebarometer van 2024 bleek ook dat respondenten die zichzelf beschouwen als behorend tot de hogere klasse, meer vertrouwen in justitie hebben dan respondenten die zichzelf situeren bij de lagere of middenklasse, respectievelijk 65% ten opzichte van 50% en 54%.9 Dit verschil in vertrouwen naargelang van de zelfidentificatie met een bepaalde klasse, de subjectieve sociale klasse, wordt bevestigd door de Eurobarometer.10 Ook dit verschil in vertrouwen naar subjectieve sociale klasse is groter in België dan in de buurlanden.11

Verschillende nationale en internationale organisaties brengen vertrouwen in justitie ook in verband met diversiteit. Vanuit de opdracht om het vertrouwen van de burger in justitie te herstellen, gaf de Hoge Raad voor de Justitie in het projectenplan 2017-2020 aan een voorstel te willen ontwikkelen over de samenstelling van de toekomstige magistratuur waarin aandacht wordt besteed aan «[e]en evenwichtige samenstelling van de magistratuur inzake diversiteit (in de zin van gender en migratieachtergrond)».12 Meer recent werd een gemengde werkgroep van verschillende actoren uitgenodigd door de Hoge Raad voor de Justitie onder de noemer «Justitie in debat over diversiteit». Deze werkgroep stelde in 2025: «het bevorderen van diversiteit is niet zozeer een ideologische doelstelling, maar een manier om de kwaliteit en de legitimiteit van justitie te versterken.»13

Daarnaast argumenteerde de Consultative Council of European Judges (CCJE) in een recente studie dat een variatie aan achtergronden, ervaringen en perspectieven binnen de rechterlijke macht bevorderlijk is voor een beslissingsproces en het potentieel heeft om het publieke vertrouwen in justitie te verhogen.14

Tegelijk stuiten zowel het begrip klassenjustitie als de promotie van een diverse magistratuur op weerstand. De achterliggende veronderstelling bij klassenjustitie dat rechters niet onbevooroordeeld zouden rechtspreken, is «het zwaarste verwijt dat men tot de magistratuur kan richten», aldus Leo Neels.15 Bezwaren zijn zowel methodologisch als principieel van aard. «Klassenjustitie» klinkt ideologisch beladen,16 is een inhoudsloze kreet,17 en wordt nu eens in de ene en dan weer in de andere betekenis gebruikt.18 Statistisch onderzoek wordt verweten geen rekening te houden met de specificiteit van elke zaak en de afwegingen die rechters maken.19 Meer principieel klinkt het bezwaar dat een gelijke behandeling juist inhoudt dat men geen oog heeft voor verschillen - vandaar de blinddoek van Vrouwe Justitia.20

Deze bezwaren indachtig, willen we in deze bijdrage de relatie tussen diversiteit en justitie exploreren en nagaan wat dit betekent voor de manier waarop we naar (vertrouwen in) justitie kijken. Daartoe bespreken we eerst het concept vertrouwen en de factoren die vertrouwen in justitie verklaren. Vervolgens analyseren we verschillende benaderingen tot diversiteit en justitie, met bijzondere aandacht voor het concept reflective judiciary, dat verwijst naar een rechterlijke macht die in haar samenstelling een afspiegeling vormt van de samenleving. Daarna bekijken we verschillende wetenschappelijke interpretaties van het concept klassenjustitie.

We nemen uit de analyses van deze twee concepten complementaire elementen over om te komen tot een analytisch kader, een lens, om naar justitie en diversiteit te kijken. Dit kader wordt gevormd en afgebakend door het non-discriminatierecht. Gelet op het belang van dit kader en dit uitgangspunt, focust deze bijdrage op de wetenschappelijke onderbouwing ervan met het oog op verder onderzoek. Ten slotte beschouwen we welke gegevens er reeds beschikbaar zijn bekeken vanuit dit analytisch kader. We concluderen met een samenvatting van dit kader, duiden hoe dit de bezwaren opvangt, en nodigen uit tot beleidsmaatregelen inzake dataverzameling.

Deze bijdrage heeft uiteindelijk tot doel om een onderzoeksagenda te lanceren om na te gaan of en hoe aandacht voor diversiteit in en door justitie het vertrouwen in justitie kan versterken. Als meerdere bronnen diversiteit als sleutel zien maar dit tegelijk gevoelig ligt, is het van belang om klaarheid te scheppen over diversiteit en justitie op meerdere terreinen (samenstelling van de magistratuur, selectiviteit in de behandeling van geschillen, en verschillen in publieke percepties over justitie), en om na te gaan of, hoe, en onder welke voorwaarden diversiteit in en door justitie kan bijdragen tot vertrouwen zonder te raken aan fundamentele principes als gelijkheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Daarbij is het eveneens van belang om de methodologie daarvoor helder en strak te krijgen.

1. Vertrouwen, en wat het betekent voor justitie

Om te weten hoe we het vertrouwen in justitie kunnen opkrikken, is inzicht nodig in wat vertrouwen is en hoe het werkt. Daarover verscheen al heel wat literatuur met verschillende verklaringsmodellen, voornamelijk in het domein van sociale wetenschappen.21 Toch is het belangrijk dat ook juristen zich hierover buigen. Juristen zijn geneigd om vooral in termen van interne of normatieve legitimiteit22 naar de rechter te kijken: rechters zijn niet-verkozen en moeten dus de wet volgen of haar met grote terughoudendheid toetsen, ze moeten onafhankelijk en onpartijdig zijn, en ze moeten hun beslissingen omstandig motiveren. De veronderstelling is dat wanneer rechters maar onafhankelijk en onpartijdig zijn, de wil van de wetgever volgen, en hun beslissingen goed motiveren, normatieve legitimiteit gelijkstaat aan maatschappelijke of gepercipieerde legitimiteit,23 en zij als gevolg daarvan vanzelf het vertrouwen van de burger winnen.

Uit empirisch onderzoek blijkt dat burgers wel degelijk meer vertrouwen hebben in landen waar de instellingen onafhankelijkheid, onpartijdig en fair zijn.24 Maar of ze geloven dat rechters onafhankelijk en onpartijdig oordelen, hangt niet zozeer af van formele regels en waarborgen, maar van wat rechters doen in de praktijk.25 Dat duidt niet per definitie op een verschil in werkelijkheid en perceptie. Het kan evengoed gaan om een verschil tussen percepties over dezelfde rechtspraak - de perceptie van de rechters zelf, die ervan overtuigd zijn dat ze enkel de wet toepassen en onbevooroordeeld rechtspreken, en de perceptie van burgers, die eventueel het gevoel hebben dat rijken er beter van af komen, vrouwen niet gezien worden, of raciale stereotypes de beslissingen kleuren. Enkel empirisch onderzoek kan vaststellen welke perceptie overeenkomt met de werkelijkheid. Zo blijkt bijvoorbeeld dat verdachten met een islamitisch klinkende achternaam nog steeds een hogere kans hebben op een veroordeling, zelfs wanneer gecontroleerd wordt voor de aard van de feiten en verschillende sociaal-demografische factoren die kunnen samenhangen met een kwetsbare positie.26 Dat legt een structurele bias bloot, ook als rechters zich daarvan niet steeds bewust zijn. Weliswaar is er bij de opleiding van rechters aandacht voor cognitieve bias bij rechterlijke oordeelsvorming in het licht van het werk van Kahneman,27 maar dit is niet toegespitst op diversiteit in het bijzonder.

Vertrouwen is ook een gelaagd begrip. We moeten daarom onderscheid maken tussen verschillende niveaus - rechter, organisatie en rechtssysteem. Burgers kunnen vertrouwen hebben in het rechtssysteem, maar niet in die ene rechter, of omgekeerd. Globaal genomen heeft het een evenwel invloed op het ander: vertrouwen - of een gebrek daaraan - in het ene niveau sijpelt door naar het andere.28 Om die reden zijn eerdere ervaringen met justitie - waar ook in de Justitiebarometer naar gevraagd wordt - zo belangrijk.29 Positieve of negatieve ervaringen die personen hebben met een bepaalde rechtbank, kleuren ook hun beoordeling van justitie in het algemeen.30

Voorts speelt vertrouwen zich af in een situatie van onzekerheid, wat een persoon (A) kwetsbaar maakt, en afhankelijk van een andere persoon (B). Vertrouwen wijst dan op de subjectieve inschatting die A maakt over hoe persoon B zal handelen. A is bereid om risico’s te nemen vanuit de positieve verwachting dat B in A’s belang zal handelen, of alleszins niet de intentie heeft om A te schaden.31 Belangrijk ten slotte is dat vertrouwen functioneel is: A vertrouwt B om iets te doen. Wat vertrouwen in justitie betreft, is de vraag dan of burgers verwachten dat rechters een geschil behoorlijk zullen afhandelen, met toepassing van het recht, maar ook met begrip voor hun situatie. Wie een genuanceerd inzicht wil in het vertrouwen dat burgers hebben in justitie, moet daarbij verduidelijken over welk geschil het concreet gaat. Een persoon kan bijvoorbeeld andere verwachtingen hebben over hoe rechters oordelen in bijvoorbeeld een verkrachtingszaak dan wel een huurgeschil.

a. Factoren bij vertrouwen: de context, de persoon die vertrouwen geeft, en de betrouwbaarheid van de persoon of instelling die vertrouwen krijgt

Vertrouwen hangt af van drie categorieën van factoren: de context, de kenmerken van de persoon die het vertrouwen geeft (A), en de kenmerken van de persoon of de instelling die het vertrouwen krijgt (B).32 Zo kan bijvoorbeeld een contextuele factor als het democratische gehalte van een land bepalend zijn voor het vertrouwen dat burgers hebben in justitie in dat land.33 Daarnaast is de ene persoon van nature meer of minder geneigd om vertrouwen te schenken.34 Vertrouwen in justitie kan ook verschillen naargelang de leeftijd, gender, het inkomen of de opleiding van een persoon, zijn of haar informatiebronnen35 - en, zoals vermeld, welke ervaring deze heeft met justitie.

Uit de meest recente Justitiebarometer blijkt dat personen die hooggeschoold zijn, die zich tot een hogere sociale klasse rekenen, beroepsactief zijn, of behoren tot de eerste generatie nieuwkomers, meer vertrouwen hebben in justitie dan anderen. Wie al eerder in contact kwam met justitie heeft minder vertrouwen.36 Deze Justitiebarometer gaf ook aan dat er geen significante samenhang was tussen vertrouwen in justitie enerzijds, en leeftijd en gender anderzijds.37

De context en de aanleg van de persoon die vertrouwen geeft, zijn factoren waar we weinig grip op hebben. Om het vertrouwen in justitie op te krikken, is de derde categorie daarom het meest interessant: de kenmerken van de instelling die het vertrouwen krijgt. Daar kunnen we immers aan werken, door aanpassingen in de organisatie, samenstelling of werking. Het gaat dan over de betrouwbaarheid van die instelling, of liever: de signalen die zij aan de burger geeft over haar betrouwbaarheid.

b. Bekwaamheid, integriteit en welwillendheid in justitie

Betrouwbaarheid, zo blijkt uit onderzoek, hangt op haar beurt af van drie factoren, die samengebracht worden in het «abi-model».38 «Abi» staat voor Ability, Benevolence, en Integrity. Om het vertrouwen van burgers op te krikken, moet justitie dus werken aan de signalen die zij geeft en verwachtingen die ze wekt over haar bekwaamheid, integriteit en welwillendheid.39

Bij bekwaamheid denken we dan in de eerste plaats aan juridische expertise. Rechters hebben een masterdiploma in de rechten, en ze hebben een examen of een proef achter de rug, ze hebben beroepservaring als jurist of advocaat of liepen een stage.40 Maar bekwaamheid kan om meer gaan dan juridische kennis alleen. Rechters moeten onder meer feiten kwalificeren, open begrippen invullen en de sanctie bepalen, met oog voor de omstandigheden van de zaak. De vraag is dan of ze in staat zijn zich een adequaat beeld te maken van de omstandigheden waarin partijen handelen. Men zou kunnen verwachten dat magistraten daartoe beter in staat zijn wanneer ze persoonlijke ervaring hebben met zo’n omstandigheden. We komen daar verder nog op terug.41

Gelet op het gelaagde karakter van vertrouwen, gaat bekwaamheid ook over de mate waarin de organisatie rechters in staat stelt om behoorlijk recht te spreken. Om die reden geeft ook het budget dat aan justitie wordt toegekend, een signaal van betrouwbaarheid.42 Wie een gerechtsgebouw in erbarmelijke toestand betreedt, of jaren moet wachten op een pleitdatum wegens onderbezetting van magistraten, krijgt niet het signaal dat de overheid veel belang hecht aan een kwaliteitsvolle justitie en een goed procesverloop. Niet voor niets wordt er vanuit verschillende hoeken bij de overheid op aangedrongen om voldoende te investeren in justitie, in het belang van de rechtsstaat.43

Integriteit gaat over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Dat is het deel waar de meeste aandacht naartoe gaat, en waarvoor verdragen, de grondwet en wetgeving garanties bieden. Ook hier is de gelaagdheid van vertrouwen van belang. Incidenten zoals een fraudegeval bij het magistratenexamen kunnen afstralen op de gehele organisatie - reden waarom een snelle reactie van de Hoge Raad voor de Justitie cruciaal was.44 De oprichting van de Hoge Raad voor de Justitie was eveneens van belang om het signaal te geven dat, ondanks de onafhankelijkheid van de magistratuur, toezicht wordt gehouden op de integriteit van justitie via audits, bijzondere onderzoeken, klachtenbehandeling en adviezen. Zo’n signalen veronderstellen wel een goede communicatie. Systemen die rechters aanspreken die zich niet correct gedragen, zo blijkt, versterken immers enkel het vertrouwen bij die personen die hun informatie halen uit nieuwsmedia.45 Het is dus zaak ook andere personen te bereiken. In het algemeen heeft transparantie vanuit justitie een positief effect op vertrouwen, zeker bij wie bij voorbaat weinig kennis heeft van gerecht en magistratuur.46

Welwillendheid ten slotte gaat over de verwachting dat de andere partij geeft om de belangen en noden van diegene die vertrouwen geeft.47 Dat zit al in het symbool zelf van Vrouwe Justitia. Voor juristen staat haar blinddoek voor onpartijdigheid: iedereen wordt gelijk behandeld, wie ook terecht staat. Maar partijen kunnen dat helemaal anders beleven: een blinddoek betekent dan dat zij niet gezien worden. Ook een geblinddoekte rechter maakt zich een voorstelling van hoe de partijen die daar staan, eruitzien. De kans is groot dat keuzes die gemaakt werden, kansen die wel of niet benut werden, de impact van gebeurtenissen, en dus welke feiten relevant zijn en welke omstandigheden verzachten of versterken, worden beoordeeld vanuit de persoonlijkheid, de leefwereld en de ervaringen van die rechter zelf. Geen rechter is immers een wit blad.

Tekenend is dat uit de huidige Justitiebarometer blijkt dat bij de uitspraak «Wanneer een persoon als partij betrokken wordt in een rechtszaak zal hij een eerlijk proces krijgen», mannen eerder akkoord gaan dan vrouwen, hooggeschoolden eerder dan laaggeschoolden, wie zich rekent tot een hogere sociale klasse vaker dan andere, en dat, omgekeerd, nieuwkomers van de 2e en 3e generatie minder vaak akkoord gaan.48 Dat geeft de indruk dat vooral wie eruitziet als de rechter zelf - minstens in de hoogste rechtscolleges - gelooft dat het proces eerlijk zal verlopen.

In het licht van deze factoren bij vertrouwen bekijken we nu diversiteit en justitie, en nadien de literatuur over klassenjustitie.

2. Een reflective judiciary: waarom een meer diverse magistratuur belangrijk is

Signalen inzake bekwaamheid en welwillendheid doen in de context van justitie de vraag rijzen naar een «reflective judiciary» of een magistratuur49 die een afspiegeling is van de maatschappelijke diversiteit.50 Zo geeft de Consultative Council of European Judges (CCJE) aan dat diversiteit onder rechters het justitieel systeem kan versterken door beter de verschillende strata in de samenleving af te spiegelen.51 De vraag is dan of een magistratuur een afspiegeling van de samenleving kan zijn, of zelfs moet zijn, om legitimiteit of vertrouwen te genieten vanuit (alle delen van) de samenleving.52 We bespreken eerst het concept (a), de geïdentificeerde doelen (b) en enkele lijnen in studies naar effecten van een afspiegelende magistratuur (c). Vervolgens analyseren we de concrete uitwerking (en wat dat betekent voor bijvoorbeeld lagere rechtscolleges en alleenzetelende rechters) en mogelijke alternatieven (d). We bekijken ook de kritiek vanuit de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de magistratuur (e).

a. Een reflective judiciary: omschrijving

Het idee van een reflective judiciary is niet zonder discussie. Het doet al snel een link vermoeden tussen afspiegeling (reflectiveness) en vertegenwoordiging (representation), alsof rechters de belangen van (een bepaald deel van) de bevolking zouden moeten vertegenwoordigen. Maar een rechter moet onafhankelijk en onpartijdig zijn en kan dus niet een bepaalde groep in de samenleving vertegenwoordigen.53 Rechters worden ook niet geacht iemand met dezelfde kenmerken als zijzelf anders te behandelen dan iemand met andere kenmerken. Die onafhankelijkheid en onpartijdigheid vormen een onaantastbare premisse. In die zin wordt geargumenteerd dat het idee van reflective judiciary of een magistratuur die de maatschappelijke diversiteit afspiegelt, steeds uitgaat van het naleven van onberispelijke rechterlijke standaarden.54 Ook wordt in een deel van de literatuur het verschil tussen afspiegeling en vertegenwoordiging binnen de magistratuur benadrukt, vandaar het gebruik van een reflective en niet van een representative judiciary.55

Daarnaast is het belangrijk om bij aanvang aan te stippen dat bij een reflective judiciary veelal wordt verwezen naar een faire afspiegeling van de samenleving binnen de magistratuur, en dus geen afspiegeling in exacte absolute of relatieve cijfers.56 Daarom verkiezen sommige auteurs «diversiteit» binnen de magistratuur als alternatief voor «afspiegeling», omdat «diversiteit» duidelijker de verschillen tussen mensen aanwijst en meer ruimte laat voor de kracht van het argument in rechterlijke besluitvorming.57 We komen later terug op de vraag hoe deze faire afspiegeling concreet zou kunnen worden geoperationaliseerd in de praktijk.58

Niettegenstaande het onderscheid tussen afspiegeling en vertegenwoordiging kunnen inzichten over vertegenwoordiging ook nuttig zijn om afspiegeling te analyseren.59 Met name laten de twee grote categorieën van vertegenwoordiging - substantiële en descriptieve vertegenwoordiging - ook toe om een onderverdeling te maken bij het idee van een reflective judiciary.60 De eerste categorie gaat over wat de magistratuur doet (of wat rechters doen), de tweede categorie over wie de magistratuur is (of wie rechters zijn).

Bij substantiële vertegenwoordiging telt het resultaat van besluitvorming: dat moet oog hebben voor de specifieke waarden van een groep. Dit betekent niet dat er een partijdige beslissing is (die groep krijgt gelijk), maar wel dat de waarden van die personen worden meegenomen in de overwegingen. Auteurs beschouwen binnen deze eerste categorie ook de mate waarin burgers het inhoudelijk of ideologisch eens zijn met de uitkomst van rechterlijke uitspraken.61 Dat kunnen we als volgt vertalen naar een afspiegelende rechterlijke besluitvorming (reflective judicial decision making): de magistratuur vertegenwoordigt in haar activiteiten bepaalde waarden, in de zin dat ze handelt naar die waarden (wat anders is dan het handelen naar de concrete belangen van een bepaalde persoon of groep).62 De betekenis van een afspiegelende rechterlijke besluitvorming hangt af van het karakter van de rechterlijke activiteit: het is niet, of beperkt, relevant wanneer de rechter louter regels identificeert en toepast. Het wordt belangrijker naarmate het recht of de wet(stoepassing) onduidelijk is en de rechter aan rechtsvorming doet.

Descriptieve of beschrijvende vertegenwoordiging, de dominante benadering, gaat over de samenstelling van besluitvormende organen: die zien er dan uit zoals de gemeenschap die ze vertegenwoordigen.63 Dit hoeft niet samen te gaan met een substantiële vertegenwoordiging.64 In de vertaalslag naar een reflective judiciary gaat het dan om een gelijkende magistratuur (judicial resemblance): hoe de magistratuur de samenleving afspiegelt.65 Verder in deze tekst bespreken we of dat naar afzonderlijke rechtscolleges valt door te trekken.66 Hoe dan ook is het idee bij deze categorie niet dat een bepaalde samenstelling (door rechters met bepaalde kenmerken) leidt of moet leiden tot een andere behandeling (van personen met dezelfde kenmerken in vergelijking met personen met andere kenmerken). Wel dat vertrouwen kan voortvloeien uit het loutere feit van deze samenstelling. Bepaalde auteurs stellen, op basis van Amerikaans onderzoek, dat deze descriptive representation zelfs belangrijker is voor de legitimiteit van justitie dan een substantive representation.67 Anders gezegd, het vertrouwen van het publiek hangt meer af van de samenstelling.68

b. Een reflective judiciary: waarvoor het dient

We vinden in de literatuur meerdere doelen voor een reflective judiciary: (i) het promoten van gelijke kansen voor vrouwen en leden van minderheidsgroepen in hun toegang tot carrières binnen de magistratuur, (ii) de versterking van het maatschappelijke vertrouwen in justitie, (iii) beter geïnformeerde rechterlijke beslissingen, vanuit meerdere benaderingen, en (iv) een beter begrip van het perspectief van de partijen.69

Deze motieven blijven vaak onuitgesproken en worden door elkaar gebruikt. Zo zijn (iii) betere geïnformeerde uitspraken vanuit meerdere benaderingen en (iv) een beter begrip van het perspectief van de partijen niet steeds scherp te onderscheiden. Nochtans moeten de verschillende motieven duidelijk worden gearticuleerd, omdat ze leiden tot uiteenlopende juridische stelsels. Het leidt immers tot verschillende antwoorden op de vragen waarom diversiteit in de magistratuur nodig zou zijn, hoe divers ze precies moet zijn, wat een faire of een drempelaanwezigheid is, en of maatregelen tijdelijk of permanent moeten zijn.

Bij het eerste doel (i) gaat het erom historische patronen van discriminatie en uitsluiting te overwinnen.70 Aldus hoeft de magistratuur niet de samenleving af te spiegelen om betrouwbaar te zijn, en er wordt ook niet verwacht dat een andere samenstelling tot een inhoudelijk andere beslissing zou leiden. Het gaat vooral om een kwestie van gelijke kansen: een flagrante en systematische ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen kan wijzen op impliciete, mogelijk discriminatoire obstakels bij de benoeming, die moeten worden weggewerkt of worden gecompenseerd. Maatregelen van positieve actie zijn dan aanvaardbaar, maar steeds tijdelijk van aard. Zodra de obstakels weggewerkt zijn en de relevante groepen minimaal vertegenwoordigd zijn, worden die maatregelen opgeheven. Uit de debatten bij de bepaling die voor het eerst een genderquotum in het Belgisch Grondwettelijk Hof oplegde - er moest minstens één persoon van verschillend geslacht aanwezig zijn - komt dit als het voornaamste argument naar voren,71 hoewel ook wel gewezen werd op argumenten van maatschappelijke draagvlak en legitimiteit.72

Het tweede doel (ii) verwijst expliciet naar vertrouwen. Zo kan een reflective judiciary (in de zin van wie de magistratuur is en wie rechters zijn) erop gericht zijn om rechterlijke uitspraken te laten aanvaarden door een bepaalde gemeenschap73 of door alle delen van de samenleving74 om het vertrouwen in justitie te versterken. Een diverse magistratuur wordt zo geacht een signaal te geven aan de burger over de welwillendheid van de magistratuur. Ze bouwt voort op het idee dat diversiteit binnen de magistratuur een prominente rol zou kunnen spelen inzake de publieke perceptie van de legitimiteit van justitie.75 Een argument in deze zin luidt dat een magistratuur die louter bestaat uit leden van één groep, de onpartijdigheid en het vertrouwen vanuit een diverse samenleving niet ten goede komt.76 Ook dit tweede doel staat op zich los van de inhoud van rechterlijke uitspraken.

De twee andere doelen, die verwijzen naar wat rechters doen, kunnen we ook linken aan de reeds besproken factoren van vertrouwen. Zo kan een diverse magistratuur een signaal geven van bekwaamheid, omdat ze kan leiden tot beter geïnformeerde beslissingen vanuit andere benaderingen en perspectieven (iii).77 Voor het Canadese Supreme Court wordt in dezelfde lijn geredeneerd, waar wordt gestreefd naar een diverse magistratuur die «helps to ensure that, in any particular case, the Court can benefit from a range of viewpoints and perspectives».78 Ook de Consultative Council of European Judges (CCJE) zit op deze lijn: een variatie aan achtergronden kan bevorderlijk zijn voor de kwaliteit van de interacties en discussies tussen collega’s en voor het juridisch denken.79

De veronderstelling dat diversiteit in de magistratuur beterschap zou brengen, sluit aan bij de literatuur over vrouwenvertegenwoordiging, die stelt dat vrouwenrechten als geheel niet gedefinieerd zijn, maar enkel in concrete zaken kunnen worden gearticuleerd wanneer vrouwen aanwezig zijn in het besluitvormingsproces.80 De verwachting is dan dat een diverse magistratuur, vanuit andere benaderingen, tot beter geïnformeerde en daardoor andere uitkomsten zou leiden.81

Het is duidelijk dat de verschillende componenten onder dit doel van beter geïnformeerde rechtspraak in de eerste plaats van toepassing zijn op rechtscolleges waarin meerdere rechters samen zetelen en minder op een alleenzetelende rechter.82

Ten slotte zou een diverse magistratuur een signaal kunnen geven van welwillendheid, omdat ze de verwachting voedt dat de rechter begrijpt in welke situatie partijen zich bevinden (iv).83 Een diverse magistratuur wordt op die manier geacht om de belangen en de noden van verschillende groepen in de samenleving beter te kennen en er ook om te geven.84 Ze zorgt ervoor dat «parties can plausibly believe that their point of view will be appropriately understood and assessed».85 Op dit punt stelt Consultative Council of European Judges (CCJE) dat meer diversiteit onder rechters een nuttige bijdrage kan leveren aan de beoordeling van situaties en omstandigheden waarbij partijen met diverse achtergronden betrokken zijn.86

Tekenend voor dit doel is de reactie van Ruth Ginsberg, de enige vrouw in de Supreme Court in de Verenigde Staten, toen een zaak werd behandeld waarin een meisje van dertien ten onrechte verdacht werd van handel in pijnstillers op school en onderworpen werd aan een naaktfouillering. Ginsberg was de enige rechter die het meisje volledig steunde. Een mannelijke collega daarentegen vond zo’n naaktfouillering niets bijzonders - niet ongewoner dan je samen omkleden na de gymles. Ginsberg wijdde de verschillen in appreciatie aan de leefwereld van elke rechter: «They have never been a 13 year old girl», zei ze in een interview aan USA Today, «It’s a very sensitive age for a girl. I don’t think that my colleagues, some of them, quite understood.»87

Slecht geïnformeerde rechtspraak kan daarentegen aangetast zijn door onbewuste vooroordelen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat gender bias zowel in het voordeel als het nadeel van vrouwen of mannen kan spelen in zaken rond bijvoorbeeld verkrachting, huiselijk geweld, of hoederecht na echtscheiding.88

Bij een goed begrip van het perspectief van de partijen gaat het om een permanente zorg om minstens een betekenisvolle stem te geven aan diverse groepen in de samenleving in het (rechterlijk) beslissingsproces, opnieuw mits inachtneming van de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Gewoonlijk wordt een drempelaanwezigheid van 30% daartoe als een voldoende kritische massa beschouwd.89 In België zien we dat terugkomen in de samenstelling van het Grondwettelijk Hof, waar de wet vereist dat het Hof minstens één derde rechters van elk geslacht telt.90 Uit de parlementaire debatten over de amendementen die de drempel van een derde invoerden, valt jammer genoeg niet af te leiden wat de reden daarvoor was - er werd gesproken over een «correcte» of «evenwichtige» vertegenwoordiging, en gedebatteerd over de vraag of pariteit het streefdoel was, maar over de reden waarom dit van belang is in een rechtscollege, werd niet gesproken.91

c. Effecten van een reflectieve judiciary

Naast de literatuur over de doelen is er onderzoek naar de effecten van een reflective judiciary of een diverse magistratuur.92 Meerdere onderzoeken binnen politieke wetenschappen betreffen de persoon van de rechter en de invloed ervan, terwijl in rechtswetenschappen eerder de focus ligt op het rechtssysteem en het functioneren ervan.93

Het onderzoek naar deze effecten is echter niet zonder discussie. Zo wordt gesteld dat de gelijke vertegenwoordig van vrouwen in de magistratuur een kwestie van gelijkheid en gelijke kansen is en dus een doel op zich is, zonder dat dit positieve effecten moet hebben.94

In het onderzoek naar de effecten van (bepaalde vormen van) een reflective judiciary op de inhoud van rechterlijke beslissingen of op het vertrouwen komen er twee benaderingen prominent naar voren. De ene benadering focust op vrouwen binnen de magistratuur, de andere is gericht op de hoogste nationale of internationale rechtscolleges.95 De vraag of vrouwen effectief leiden tot verschillende rechterlijke beslissingen, in de geschillen die ze behandelen96 maar ook degene die ze niet behandelen (bijvoorbeeld door peer effects op andere rechters),97 heeft aanleiding gegeven tot een uitgebreide literatuur, waarbij het antwoord complex en niet eenduidig is.98 Zo toont een onderzoek naar federale rechtszaken in de Verenigde Staten over discriminatie op het werk aan dat het geslacht van de rechter een verschil maakt.99 Een studie aan de hand van gegevens over de berechting van zedendelicten in een Belgische rechtbank geeft aan dat verdachten die worden toegewezen aan een kamer met een voorzittende rechter van hetzelfde geslacht verhoudingsgewijs strengere straffen krijgen. Hoewel dit niet noodzakelijk het gevolg is van de formele rol van de voorzitter, wijzen de bevindingen erop dat de samenstelling van de kamer, en in het bijzonder de aanwezigheid van vrouwelijke rechters, in de praktijk een meetbaar effect heeft op de straftoemeting. Dit effect is vooral waarneembaar wanneer het misdrijf een vrouwelijk slachtoffer betreft.100

Onderzoekers hebben veel minder aandacht voor andere vormen van diversiteit of andere persoonskenmerken binnen de magistratuur en voor lagere rechtscolleges.101 Binnen politieke wetenschappen is er wel onderzoek dat aan de hand van experimenten nagaat welke effecten de aanwezigheid van leden van bepaalde groepen binnen specifieke rechtscolleges heeft op het vertrouwen dat die rechtscolleges genieten.102 Onderzoeken in die benadering bekijken of de aanwezigheid van leden van een bepaalde groep in een rechtscollege een invloed heeft op andere leden van die groep of op leden van andere groepen in de samenleving. Ook het onderzoek naar de effecten van een faire afspiegeling - en dus mogelijk een numeriek beperkte aanwezigheid - binnen lagere rechtscolleges op het maatschappelijk vertrouwen in justitie is beperkt. Gelet op het gelaagde karakter van vertrouwen zijn dit nochtans relevante aspecten bij het vertrouwen in justitie.

d. Uitwerking en alternatieven

Zowel bij normatieve posities over de verschillende doelen als bij de effecten van een reflective judiciary kunnen meerdere verschillen relevant zijn: qua rechtssysteem (de rol van de rechter in een common law- en civil law-systeem),103 qua model van legitimiteit,104 qua opdracht van het rechtscollege, qua soorten geschillen waarover ze beslissen, en qua maatschappelijke prominentie en zichtbaarheid van rechters. Aldus is omzichtigheid geboden bij verwijzingen naar internationaal onderzoek.

Vanuit een normatief oogpunt is het ook niet meteen duidelijk wanneer welke diversiteitskenmerken relevant zijn en moeten worden meegenomen om bovenstaande doelen inzake een reflective judiciary uit te werken. Sommige auteurs verwijzen bijvoorbeeld naar klasse, etniciteit, religie en ideologie als mogelijk relevante criteria bij de samenstelling van grondwettelijke hoven of van de magistratuur in het algemeen.105

Voorts is het onduidelijk welke kenmerken moeten spelen bij welke justitiële actoren of rechtscolleges. Bij aanstellingen binnen bepaalde rechtscolleges in meerdere landen is er, op grond van de grondwet, wetgeving of gebruiken, reeds aandacht voor genderevenwichten en spelen er taalgerelateerde en geografische criteria, in het bijzonder bij zogenaamde power-sharing courts binnen federale of meertalige landen.106 Het is echter niet uitvoerig gearticuleerd welke kenmerken - eventueel naast gender - kunnen of moeten spelen bij gewone rechtscolleges, dan wel of een representative representation louter een afspiegeling van de samenleving binnen de magistratuur als geheel vereist.

Ook is het de vraag wat een reflective judiciary of een diverse magistratuur zou betekenen voor alleenzetelende rechters. Zo was reeds duidelijk dat een diversiteit aan perspectieven niet tot uiting kan komen bij een enkelvoudige kamer. Een afspiegeling van de samenleving zal ook niet in elk concreet geschil of bij de samenstelling van elke kamer mogelijk zijn. Toch zou een reflective judiciary ook een effect kunnen hebben op alleenzetelende rechters. Zo zullen rechters door een divers samengestelde magistratuur mogelijk meer aandacht hebben voor bepaalde perspectieven en/of voor de specifieke context van een bepaalde groep.107

Er is dus ruimte voor normatief onderzoek naar de redenen waarom bepaalde kenmerken al dan niet relevant108 zouden kunnen zijn en al dan niet zouden moeten spelen bij de samenstelling van bepaalde rechtscolleges (andere dan de hoogste rechtscolleges), en hoe de aanwezigheid van deze kenmerken moet worden beoordeeld (binnen een rechtscollege en/of louter binnen de magistratuur als geheel).109 Wat bijvoorbeeld met diversiteitskenmerken op basis waarvan in de samenleving relatief kleine groepen kunnen worden geïdentificeerd? Er is (vervolgens) tevens nood aan empirisch onderzoek naar de effecten van deze aspecten van een reflective judiciary op de inhoud van rechterlijke beslissingen en op vertrouwen in justitie.

Daarnaast wordt in de literatuur benadrukt dat we voor een reflective judiciary niet noodzakelijk of louter moeten kijken naar de (beroeps)magistraten. Zo wordt er gewezen op diversiteit in volksjury’s, bij lekenrechters, bij de samenstelling van selectieorganen voor de aanstelling van rechters,110 en op de rol van procedures en de stijl van rechterlijke oordelen.111 Ook in België wordt gebruik gemaakt van een volksjury in assisenzaken en van lekenrechters in ondernemingsrechtbanken en arbeidsgerechten.

Ook wordt er gesteld dat het publieke vertrouwen in justitie kan worden bereikt door bewustwording en training bij rechters over diversiteit in de samenleving.112 Zo wordt geargumenteerd dat bewustzijn inzake de noden en perspectieven van vrouwen op juridische problemen niet noodzakelijk enkel aanwezig is bij vrouwen, maar dat het door opleiding kan toenemen bij alle rechters, ongeacht hun geslacht.113 Dit hangt samen met het verschil tussen een substantiële en een descriptieve vertegenwoordiging.114 In deze zin kan worden verwezen naar de brede interpretatie van verdiensten bij de selectie van rechters in het Verenigd Koninkrijk, namelijk hun vermogen om mensen te begrijpen en fair met hen om te gaan.115

In het licht van deze alternatieven wordt zelfs geargumenteerd dat de focus op zichtbare identiteit- en diversiteitskenmerken een afleidingsmanoeuvre is. Het debat mag immers niet enkel gaan over de eigenschappen van de rechter, het moet ook gaan over procedures en wat rechters doen.116

e. Hoe diversiteit zich verhoudt tot een onafhankelijke en onpartijdige magistratuur

Zoals reeds gesteld, vormen de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de magistratuur een grondvoorwaarde bij een reflective judiciary. Spanningen kunnen niettemin rijzen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een rechter optreedt als de inhoudelijke vertegenwoordiger van een bepaalde groep in een geschil waarin die groep betrokken is. Daarnaast kan ook de manier waarop diversiteit in de magistratuur wordt bereikt, botsen met de vereiste onafhankelijkheid.

Wanneer juristen zich buigen over diversiteit in de magistratuur - en zeker wanneer de kwestie toegespitst wordt op de vraag naar quota - valt op dat dit vaak gebeurt vanuit het motief van positieve actie (zie 2.b, i), eerder dan de zorg om een magistratuur die de diversiteit in de samenleving afspiegelt.117 Die veronderstelling valt bijvoorbeeld te lezen in een rapport van de Commissie van Venetië over de samenstelling van grondwettelijke hoven: «The search for a balanced representation in order to redress inequality or discrimination may usually be formal in federal or multilingial societies, since these are particularly conscious of the issue of their different constituent groups» equal representation and access to the law.»118 Nochtans zijn etnische of taalgebonden quota of andere maatregelen in diverse samenlevingen, zoals in de gehele magistratuur in Burundi en in het Grondwettelijk Hof in België, eerder de uiting van een power-sharing mechanisme, en dus bedoeld als permanente vertegenwoordiging, dan als tijdelijke maatregel van positieve actie.119

Er valt terughoudendheid te bespeuren ten aanzien van een meer diverse magistratuur vanuit de vrees dat een actief beleid voor meer diversiteit ten koste zou gaan van de kwaliteit van de rechtspraak. In een compilatierapport over rechtscolleges in het algemeen verwelkomt de Commissie van Venetië beleid dat streeft naar een genderbalans in publieke instellingen, maar waarschuwt het tegelijk voor «an inflexible legal provision setting a quota along ethnic and gender lines over those of professional competence», wat het effectief functioneren van het hele rechtssysteem zou ondermijnen.120

Kwaliteitsverlies zou ook de onafhankelijkheid en onpartijdigheid schaden, omdat deze beginselen berusten op de idee dat rechters niet op basis van politieke denkbeelden of onder externe druk rechtspreken, maar louter op basis van juridische expertise. Daarmee verklaart de rechtsleer bijvoorbeeld waarom in Rwanda de grondregel die bepaalt dat vrouwen minstens 30% van de posities moeten bekleden in besluitvormingsorganen121 - aangevuld met scherpe electorale genderquota die ervoor zorgen dat Rwanda, met een aandeel van 64%, wereldwijd het hoogste aantal vrouwen in het parlement heeft - niet wordt doorgetrokken tot de rechtscolleges.122

Wat de weg naar meer diversiteit in de magistratuur betreft, zijn sommigen overtuigd dat objectieve en transparante benoemingsprocedures gebaseerd op de merites van de kandidaten volstaan, terwijl anderen wijzen op de nood aan meer specifieke initiatieven.123

De veronderstelling dat diversiteit niet kan bereikt worden bij strikte handhaving van bekwaamheidsvereisten, is belangrijk: als deze perceptie ook leeft bij het publiek, leidt een diversiteitsbeleid immers tot het omgekeerde effect - de bedoeling was immers om signalen van bekwaamheid te geven. Toch snijdt ze enkel hout wanneer de pool van geschikte kandidaten niet groot genoeg is voor elke groep. Dat betekent dat een diversiteitsbeleid al aanvangt bij de instroom van kandidaten, of de uitstroom aan rechtenstudenten, en er oog moet zijn voor diversiteit in de opleiding.124

De onafhankelijkheid van rechters speelt nog om een andere reden een rol. Die problematiek wordt het scherpst gesteld bij het specifieke geval van «power-sharing courts», waarin rechters zetelen die uit de relevante groepen komen in een verdeelde samenleving - taalpariteit in het Belgische Grondwettelijk Hof is daar een voorbeeld van. Choudry en Stacey zien daarin een spanning met de vereiste onafhankelijkheid van rechters. Die laatste wil rechters immers afschermen van politieke beïnvloeding, terwijl rechters in power-sharing courts juist hun identitaire groep moeten vertegenwoordigen, en verondersteld worden haar belangen voorop te stellen.125 Nochtans geldt de onafhankelijkheidseis, en dus het verbod van politieke druk, ook voor deze rechters. Het misverstand dat de spanning met de onafhankelijkheid en onpartijdigheid voedt, is dat onafhankelijkheid en onpartijdigheid zouden betekenen dat rechters volkomen neutraal kunnen zijn, los van hun persoon, hun achtergrond, en persoonlijke ervaringen. Een goed ingericht «power-sharing court» houdt daar juist rekening mee, maar bevat bovendien waarborgen die ervoor zorgen dat geen enkele groep domineert in het besluitvormingsproces, zodat de rechters, geïnformeerd over de bijzonderheden van alle relevante groepen, een evenwichtige beslissing kunnen nemen.126

Dat evenwicht is ook van belang buiten het specifieke geval van power-sharing courts. Wanneer een groep oververtegenwoordigd is in zaken waarin de kenmerken van die groep van belang zijn - bijvoorbeeld een overwegend mannelijke of vrouwelijke rechtbank in een gendergevoelige zaak zoals huiselijk geweld of verkrachting - bestaat er een risico van een inherente bias,127 en is de rechtspraak dus allesbehalve neutraal.

3. Klassenjustitie: een meervoudig begrip

Dat justitie welwillend en bekwaam moet zijn om signalen van betrouwbaarheid te geven, betekent dat we eveneens aandacht moeten hebben voor klassenjustitie, een term die na de zaak Reuzegom regelmatig in het maatschappelijke debat naar voren komt. In het onderzoek naar klassenjustitie vinden we meerdere benaderingen terug, en sommige auteurs bestempelen het zelfs als een containerbegrip.128 We brengen eerst enkele lijnen aan in deze benaderingen en wijzen vervolgens op de grenzen van het begrip.

a. Benaderingen van het begrip klassenjustitie

De meeste auteurs situeren de oorsprong van het begrip klassenjustitie rond het begin van twintigste eeuw en schrijven het toe aan Karl Liebknecht.129 In een marxistische traditie betekende klassenjustitie voor Liebknecht dat de rechterlijke macht een product van de hogere/heersende klasse is en dat het recht door deze klasse wordt toegepast, wat leidt tot een harde straftoemeting voor de bezitlozen.130 Bij Liebknecht lag de focus bij de toepassing van het recht, terwijl Marx eerder oog had voor de rol van de hogere klasse bij de productie van rechtsregels.131 Liebknecht stelde niet dat rechters opzettelijk en bewust handelden ten nadele van de lagere klasse, maar wel dat de rechterlijke macht conflicten van een andere klasse niet objectief kon beoordelen door haar standpunt, haar socialisatie en haar vooroordelen.132

In het werk van Liebknecht en de interpretatie daarvan door anderen zitten reeds twee benaderingen van klassenjustitie. Een eerste benadering beschouwt de rechterlijke macht als een product van de hogere/heersende klasse, terwijl de tweede benadering vooral oog heeft voor de selectieve manier waarop de rechterlijke macht het recht toepast.

In de twintigste eeuw verliep het onderzoek naar klassenjustitie in golven.133 Criminologisch onderzoek in de jaren 1960 richtte zich op de vraag hoe en door wie misdrijven werden gedefinieerd en in de jaren 1970 op de toepassing van het strafrecht in de praktijk.134

Een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar klassenjustitie in de Lage Landen werd geleverd door de Nederlandse criminoloog Ben Rovers. Binnen de benadering van de «selectieve behandeling» omschreef hij klassenjustitie als:

«de systematische (in tegenstelling tot incidentele) benadeling van (potentiële) justitiabelen met geringe economische hulpbronnen (inclusief allochtonen) in alle onderdelen van de strafrechtketen (wetgeving, opsporing, vervolging, berechting en executie).»135

Meer dan twintig jaar later definieerden Kees van den Bos en anderen, op basis van een systematische literatuurstudie (met betrekking tot de periode sinds het rapport van Rovers), interviews en focusgesprekken met experten en professionals binnen de strafrechtspleging,136 het begrip als volgt:

«Klassenjustitie is selectieve rechtspleging die iemand illegitiem benadeelt wanneer die persoon niet tot de heersende klasse behoort en illegitiem bevoordeelt wanneer die persoon wel tot de heersende klasse behoort. Deze vormen van benadeling of bevoordeling kunnen illegitiem zijn op grond van het recht en/of door burgers als illegitiem worden ervaren. Vormen van bevoordelende en benadelende klassenjustitie kunnen zowel op directe als indirecte en zowel op bewuste als onbewuste wijze tot stand komen en kunnen systematisch of incidenteel van aard zijn.»137

Een parallelle studie naar klassenjustitie in Nederland stelde dat een kwantitatieve studie naar klassenjustitie, die systematische directe selectiviteit bij specifieke delicten en specifieke beslissingen in de strafrechtsketen meet, een aanzienlijke hoeveelheid middelen en tijd zal vragen.138 De auteurs van deze studie achten het onmogelijk om klassenjustitie als een algemeen verschijnsel te meten.139 Een recente studie door onderzoeksjournalisten van data van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek gaf wel aan dat in Nederland het OM vaker overgaat tot vervolging en de rechter tot een schuldigverklaring en een gevangenisstraf, bij hetzelfde misdrijf bij laagopgeleiden met een migratieachtergrond dan bij hoogopgeleiden zonder migratieachtergrond.140

Een derde benadering tot klassenjustitie kwam onder meer naar voren bij de bespreking van de vijfde Justitiebarometer in 2024. Deze Justitiebarometer wijst op een onderscheid naar subjectieve klasse (ofwel de zelf aangegeven sociale klasse) inzake het vertrouwen in justitie.141 Sociologen Maarten Hermans en Elias Kruithof duidden deze verschillen als een vorm van «klassenjustitie».142

Aldus tekenen verschillende benaderingen tot klassenjustitie zich af: gericht op (i) de samenstelling van de rechterlijke macht, (ii) de selectieve behandeling naar sociale klasse, en (iii) het verband tussen subjectieve sociale klasse en het vertrouwen in justitie. De eerste en de derde benadering zijn gefocust op de relatie tussen twee aspecten (tussen sociale klasse en de samenstelling rechtelijke macht, en tussen zelf geïdentificeerde sociale klasse en vertrouwen in justitie). In de literatuur lijkt evenwel de tweede benadering van de selectieve behandeling de meest dominante. We bespreken daarom enkel de componenten van de tweede benadering in detail.

b. Componenten van «de selectieve behandeling»-benadering

Binnen de tweede benadering, beschouwen zowel Rovers als van den Bos en anderen bewuste en onbewuste (inclusief biases),143 directe en indirecte bevoordeling en benadeling144 als componenten van klassenjustitie.

Anders dan Rovers stellen van den Bos en anderen dat klassenjustitie niet systematisch moet zijn, maar ook één situatie op zich kan betreffen, als een incidentele vorm van klassenjustitie.145 Dit betreft dan niet noodzakelijk een systematische benadeling van één groep, maar het kan voor het benadeelde individu even illegitiem zijn.

Selectiviteit is op zich evenwel geen synoniem van klassenjustitie. Voor klassenjustitie moet er volgens van den Bos en anderen sprake zijn van een illegitieme selectiviteit, wat kan wijzen op een (juridisch-)normatieve illegitimiteit en/of een ervaren illegitimiteit.146 Bij een (juridisch-)normatieve illegitimiteit gaat het over een selectiviteit die illegitiem is op grond van het recht. We kunnen bijvoorbeeld denken aan discriminatie bij het opsporen of vervolgen van misdrijven.

Een ander verschilpunt is dat Rovers’ definitie beperkt is tot de strafrechtsketen, terwijl van den Bos en anderen hun definitie niet beperken tot het strafrecht (maar vervolgens hun onderzoek wel afbakenen door te focussen op strafrechtspleging). Voorts had Rovers aandacht voor de hele strafrechtsketen, met inbegrip van wetgeving, opsporing, vervolging, berechting en strafuitvoering. Ook van den Bos en anderen houden de strafrechtsketen breed in de afbakening van hun onderzoek, zij het zonder dit te vermelden in hun definitie.147 Deze benadering verschilt van Liebknecht, die wetgeving niet in het concept klassenjustitie opnam.148

Ten slotte lag bij Rovers de focus op «(potentiële) justitiabelen met geringe economische hulpbronnen (inclusief «allochtonen»)» en dus «klasse» in sociaaleconomische termen en kenmerken, zoals opleidingsniveau, inkomen, economisch bezit, beroepsstatus en arbeidsstatus.149 van den Bos en anderen sluiten eerder aan bij «klasse» zoals aangegeven in Van Dale, daarbij ook rekening houdende met de literatuur en de input van hun respondenten. Ze verwijzen aldus naar «een heersende klasse», wat een hiërarchische component omvat.150 Na een bespreking van hun onderzoeksresultaten en zonder een specifieke invulling van klasse (bijvoorbeeld aan de hand van vormen van kapitaal) of onderscheiden binnen klasse, vullen van den Bos en anderen het begrip klasse breed en niet louter socio-economisch in.151 Ze erkennen dat «etniciteit», «afkomst» en «migratieachtergrond» ook een rol kunnen spelen bij klassenjustitie, maar ze vereisen steeds een link met de heersende klasse.152

c. Limieten van het begrip klassenjustitie

Er wordt wel eens gesteld dat het begrip klasse en klassentegenstellingen aan belang hebben ingeboet.153 Nochtans lijkt klassenjustitie in de drie benaderingen ook vandaag nog relevant. In een diverse samenleving botst het begrip evenwel op enkele inhoudelijke beperkingen, naast de eerdergenoemde moeilijkheden of zelfs de onmogelijkheid om klassenjustitie als een algemeen verschijnsel te meten.154

Het begrip klassenjustitie stoot in zijn tweede, dominante, benadering op een eerste limiet omdat het bepaalde diversiteitskenmerken niet noodzakelijk omvat. Zo nemen van den Bos en anderen «etniciteit» enkel in hun definitie op als ze samenhangt met de heersende klasse.155 Dit betekent dat bijvoorbeeld bepaalde vormen van etnisch profileren of een illegitieme selectieve behandeling van vrouwen niet onder hun definitie van klassenjustitie vallen.156

Terwijl relevante vragen en thema’s (bijvoorbeeld inzake toegang tot het recht) bij aanvang van de twintigste eeuw in grote mate vanuit het klassenbegrip konden worden bestudeerd, lijkt ons thans vanuit een juridisch en maatschappelijk perspectief een bredere blik aangewezen, zonder de relevantie van een analyse naar klasse of klassenkenmerken te miskennen of uit te sluiten.

Verder is ook bij de andere (de eerste en de derde) benaderingen tot klassenjustitie een breder perspectief geboden. Vanuit het vertrouwen in justitie, met bekwaamheid en welwillendheid als factoren van betrouwbaarheid, is het ook relevant om andere kenmerken van de leden van de rechterlijke macht, eventueel naast klasse, te onderzoeken.

Ten slotte lijkt klassenjustitie in de definitie of in de afbakening veelal gericht op de strafrechtsketen, terwijl elementen van de klassenjustitie ook in andere rechtsdomeinen kunnen opduiken.157 Dit vormt een derde beperking bij het begrip klassenjustitie.

4. Van vertrouwen in justitie en klassenjustitie naar een analytisch kader voor diversiteit en justitie

a. Naar een bredere blik via het non-discriminatierecht

Er zijn verschillende perspectieven denkbaar om naar diversiteit en magistratuur te kijken. Men kan louter focussen op sociale klasse, op politieke voorkeuren, op de kenmerken die bepaalde auteurs als relevant naar voren schuiven158, of men kan intersectionaliteit (van identiteitskenmerken) als perspectief hanteren.159 Vertrouwen hoeft daarbij niet noodzakelijk het uitgangspunt zijn. Maar als we willen onderzoeken wat diversiteit betekent voor vertrouwen in justitie, is een bredere blik vereist, die beperkingen van het begrip klassenjustitie kan wegnemen. Om vertrouwen te wekken, moet de magistratuur signalen geven van bekwaamheid en welwillendheid, wat het debat over een diverse magistratuur opwekt. Dat vereist niet enkel aandacht voor klasse of socio-economische kenmerken, maar ook voor verschillende diversiteitskenmerken. Deze verbreding tot diversiteit noopt meteen tot een afbakening.

Zo’n afbakening van diversiteit dient zich aan via het non-discriminatierecht, dat één van de mogelijke lenzen vormt om de omgang met diversiteit in het recht te bestuderen en te beoordelen. Dat sluit aan bij de benadering in meerdere landen, die het non-discriminatierecht zien als het fundament waarop de aandacht voor diversiteit binnen justitie is gestoeld.160

Diversiteit kunnen we daarbij invullen vanuit de beschermde persoonskenmerken. Binnen het recht van de Europese Unie worden er zes persoonskenmerken beschermd: (vermeend) ras en etnische afstamming, geslacht, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid.161 De drie federale antidiscriminatiewetten in België162 en het Vlaams Gelijkekansendecreet beschermen eveneens specifieke kenmerken.163 Die lijsten zijn uitgebreider dan de zes beschermde kenmerken in het EU-recht. We beschouwen de kenmerken uit het Europese Unierecht dan ook als een minimaal startpunt.164 Samen met sociale klasse fungeren deze kenmerken als pragmatische oriëntatiepunten bij het afbakenen van diversiteit. Deze criteria moeten nog verder worden geoperationaliseerd voor kwantitatief onderzoek.

b. Een analytisch kader

Zeven kenmerken - de beschermde persoonskenmerken uit het EU-recht aangevuld met sociale klasse - vormen centrale aandachtspunten in een nieuw analytisch kader. Dat analytisch kader vormt een overkoepelende theoretische en conceptuele structuur. Het is de lens waardoor we diversiteit en justitie binnen het vooropgestelde model van vertrouwen bekijken. Het analytisch kader wordt hieronder weergegeven in Figuur 1.

Onderzoeksvragen en de analyse van de data vloeien uit dit kader voort. We kunnen de zeven kenmerken normatief bestuderen (zijn ze relevant bij de samenstelling van de magistratuur?) en empirisch (is er een selectieve behandeling op grond van deze kenmerken?). De zeven kenmerken zijn startpunten van de analyse: we bestuderen deze punten zonder dat dit betekent dat ze normatief of empirisch steeds van belang zullen (blijken te) zijn. Daarnaast zijn er in dit analytisch kader drie benaderingen: diversiteit in de magistratuur, selectieve behandeling door de magistratuur, en de samenhang tussen diversiteitskenmerken en vertrouwen in justitie. Deze benaderingen werden geïnspireerd door de verschillende benaderingen tot een reflective judiciary en tot klassenjustitie.165

Figuur 1. Analytisch kader

Kenmerken

IN de magistratuur

DOOR de magistratuur

Vertrouwen in justitie

(Vermeend) ras of etnische afstamming

Samenstelling

- Magistratuur

- Magistraten-in-opleiding

- Advocaten

- Rechten-studenten

Selectieve behandeling per type geschil

Samenhang met samenstelling van de zetel

Vertrouwen in justitie om welbepaalde geschillen te behandelen

Samenhang met persoonlijkheids-kenmerken respondenten

Percepties van bekwaamheid, welwillendheid en integriteit

Geslacht

Godsdienst of overtuiging

Handicap

Leeftijd

Seksuele geaardheid

Sociale klasse

We lichten deze benaderingen verder toe en maken vanuit het analytisch kader een eerste analyse van de beschikbare data.

i. Diversiteit in de magistratuur

De eerste benadering bekijkt de samenstelling van de magistratuur.166 De aandachtspunten zijn daarbij breder dan enkel sociale klasse of klassenkenmerken en eveneens gericht op de zes beschermde kenmerken in het EU-recht. Voorts zijn de relevante justitiële actoren niet beperkt tot magistraten in de strafrechtsketen of de hoogste rechtscolleges.

Data over diversiteit in de magistratuur zijn relatief schaars in Europa.167 Meerdere landen beschikken wel over data inzake gender, die een tendens richting genderevenwicht aangeven.168 Gegevens over andere kenmerken zijn beperkter en een tendens kan op die punten niet worden vastgesteld volgens de CCJE.169

Ook in België zijn er slechts over een aantal kenmerken gegevens beschikbaar, met name geslacht, taal en leeftijd.170 En waar die cijfers er zijn, zijn ze meestal verouderd. In 2019 was de verhouding naar geslacht binnen de rechterlijke orde 7.728 vrouwen tegenover 3.754 mannen, oftewel 67,3% en 32,7%.171 De verhouding vrouw-man binnen de effectieve magistraten bedroeg 1.333 tegenover 1.045, ofwel 56% en 44%.172 Dit zijn slechts de gegevens voor de rechterlijke orde en de effectieve magistraten.

Enkele jaren geleden luidde de kritiek dat justitie weliswaar vervrouwelijkt, maar dat deze evolutie zich niet doorzet binnen de hoogste rechtscolleges.173 In 2025 bestaat het Grondwettelijk Hof uit de helft mannelijke en de helft vrouwelijke rechters, en 13 mannelijke en 7 vrouwelijke referendarissen. Over de Raad van State en het Hof van Cassatie bestaan er geen recente publieke cijfers. De laatst gepubliceerde cijfers over het Hof van Cassatie gaven aan dat in 2017 77% van de magistraten mannelijk was, waaronder 21 mannelijke rechters ten opzichte van 9 vrouwelijke en 12 mannen ten opzichte van 1 vrouw bij het parket.174 Een manuele telling leert dat de situatie bij het Hof van Cassatie op dat vlak maar zeer beperkt is gewijzigd in 2025: voor het parket 13 mannen ten opzichte van 3 vrouwen. Voor de zetel is er zelfs sprake van een lichte daling met maar 7 vrouwelijke rechters op 30 rechters. De Raad van State telt 35 mannelijke en 20 vrouwelijke staatsraden, 63 mannelijke en 40 vrouwelijke auditeurs en 3 mannelijke referendarissen.175

Er zijn ook gegevens over de taalverhoudingen in de rechterlijke orde in 2019: 5.995 op de Nederlandse taalrol en 5.484 op de Franse taalrol, respectievelijk 52,2% en 47,8%.176 De verhouding bij magistraten was toen 46% Franstaligen ten opzichte van 54% Nederlandstaligen.177 Wat ten slotte de leeftijd betreft, was de grootste groep magistraten in 2019 tussen 45 en 49 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 48,94 jaar.178

Om het traject dat leidt tot de magistratuur en de pool van geschikte kandidaten met verschillende kenmerken te begrijpen,179 hebben we binnen dit analytisch kader ook gegevens nodig voor de populatie rechtenstudenten, advocaten, deelnemers aan de magistratenexamens en magistraten in opleiding. Dergelijke data kunnen eventuele drempels voor bepaalde personen in dit traject in beeld brengen. Eerdere studies over rechtenstudenten hadden reeds aandacht voor het geslacht, de taal en de sociale afkomst van afgestudeerden,180 terwijl studies naar advocaten keken naar het geslacht, de leeftijd, het geboorteland en de burgerlijke stand van advocaten.181

Zowel voor de magistratuur als voor de populatie rechtenstudenten en advocaten zijn er binnen deze benadering en het vooropgestelde analytisch kader meer gegevens nodig.182 Deze gegevens bestaan, ten dele verspreid over verschillende instellingen (bijvoorbeeld informatie waarover universiteiten beschikken), maar niet voor alle relevante aspecten binnen dit analytisch kader. Het verzamelen van deze data zal waar nodig ook beleidsmaatregelen vragen.

Voor de magistratuur en rechtenstudenten betreft het in beginsel gegevens met betrekking tot migratieachtergrond, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, handicap, en seksuele geaardheid. Zo zijn er bijvoorbeeld in Nederland gegevens beschikbaar over de migratieachtergrond van magistraten.183 De nood aan dergelijke gegevens hangt echter samen met het antwoord op de vraag welke criteria wanneer relevant zijn voor een reflective judiciary.184 Zo duidt de CCJE bijvoorbeeld niet expliciet op een nood aan data over religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging en seksuele geaardheid,185 terwijl de religieuze overtuiging van rechters in de praktijk wel speelde of speelt bij de samenstelling van bepaalde grondwettelijke hoven.186 Voorts kunnen er mogelijk obstakels opduiken bij het verzamelen van data naar de religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging van rechters, bijvoorbeeld door een terughoudendheid bij de betrokkenen.

ii. Selectieve behandeling

Ook bij de tweede benadering, de selectieve behandeling, verruimt het analytisch kader de blik, die breder is dan enkel selectiviteit op basis van klasse. Aandacht gaat immers naar meerdere kenmerken.

Deze benadering is niet blind voor de moeilijkheden bij het meten van klassenjustitie als een algemeen verschijnsel.187 Om die reden is het aangewezen om kenmerken afzonderlijk te operationaliseren en af te bakenen, waarbij voorts een beperking tot specifieke delicten en specifieke beslissingen aangewezen lijkt.188 Ook binnen dit kader wordt dus niet op eerste plaats gekeken naar een algemeen verschijnsel binnen de Belgische magistratuur, maar wel naar specifieke kenmerken in een bepaald type van geschillen.189 Zo zijn er studies mogelijk naar bijvoorbeeld de verschillen in straftoemeting in drugszaken op basis van een waargenomen etnische afkomst.190

Deze benadering komt dicht bij de bredere definitie van institutional bias, dat draait om door wie en ten aanzien van wie de selectieve behandeling of bias plaatsvindt.191 Bij een bredere benadering is het dan van belang om bias (systematische afwijkingen in beslissingen door vooringenomenheid) te onderscheiden van ruis of noise (willekeurige variatie in beslissingen). Voorts valt bias ook niet noodzakelijke samen met een (juridisch-)normatieve legitimiteit.

Gelijklopend met de analyse van de beschikbare gegevens over de tweede en dominante benadering tot klassenjustitie, zijn de gegevens over een selectieve behandeling op basis van een bepaald diversiteitskenmerk beperkt.192 Bestaande studies bevatten onder meer empirisch onderzoek naar selectiviteit in de Belgische strafrechtsketen door politie en rechters ten aanzien van buitenlanders en migranten,193 etnisch profileren bij de politie,194 factoren die spelen bij de beslissing over het gebruik en de duur van voorlopige hechtenis,195 factoren (zoals gender, sociale status, etniciteit) die de bestraffing beïnvloeden,196 genderbias bij de bestraffing van zedenmisdrijven,197 en verschillen bij bestraffing en straftoemeting in drugszaken op basis van waargenomen etnisch-religieuze afkomst.198 Dit soort van onderzoeken vereist gedetailleerde data en nog steeds een manuele dataverzameling, bijvoorbeeld van vonnissen en arresten of strafdossiers. Dergelijke onderzoeken kennen uiteraard feitelijke en juridische uitdagingen, maar die zijn niet onoverkomelijk, zo tonen de eerder vermelde studies aan.

Een relevante normatieve en doctrinaire vraag bij de selectieve behandeling betreft welke vormen van selectiviteit en welke diversiteitskenmerken legitiem (kunnen) zijn bij de straftoemeting.

iii. Vertrouwen in justitie naargelang van diversiteitskenmerken

De uiteindelijke vraag is of aandacht voor diversiteit in en door de magistratuur signalen van betrouwbaarheid uitzendt die het vertrouwen in justitie versterken. Ook hier is het van belang om naar specifieke geschillen te kijken. Vertrouwen heeft immers steeds betrekking op concrete verwachtingen om iets te doen. Als welbepaalde persoonlijkheidskenmerken relevanter zijn voor specifieke geschillen, dan kunnen die verwachtingen, en dus het vertrouwen dat men heeft in de rechter, verschillen afhankelijk van het type geschil.

Zoals reeds aangehaald, blijkt uit de vijfde Justitiebarometer in 2024 dat personen die hooggeschoold zijn, die zich tot een hogere klasse rekenen, beroepsactief zijn, of behoren tot de eerste generatie nieuwkomers, meer vertrouwen hebben in justitie dan anderen.199 De Justitiebarometer in 2024 gaf ook aan dat er geen significante samenhang was tussen vertrouwen in justitie, en leeftijd en gender.200 Er werd echter enkel gevraagd naar vertrouwen in justitie in het algemeen, zonder onderscheid te maken tussen types van geschillen.

De vijfde Justitiebarometer bevatte bovendien geen data over vertrouwen naar religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, handicap, en seksuele geaardheid. We hebben geen weet van andere data op dit punt.

5. Conclusie

Vertrouwen in justitie is een cruciale pijler van de rechtsstaat, maar recente onderzoeken, zoals de Justitiebarometer van 2024 en recente versies van de Eurobarometer, tonen een dalende tendens voor dit vertrouwen in België. Deze daling is zorgwekkend, gezien de centrale rol van justitie in de bescherming tegen willekeur. Dit vertrouwen wordt in maatschappelijke debatten en door nationale en internationale organisaties onder meer gelinkt aan klassenjustitie en diversiteit binnen justitie.

Een van de factoren bij vertrouwen in justitie is de betrouwbaarheid van justitie, die bestaat uit signalen van bekwaamheid, integriteit en welwillendheid. Een magistratuur die een weerspiegeling vormt van de maatschappij, een reflective judiciary of een diverse magistratuur, zou kunnen leiden tot signalen van een gestegen bekwaamheid en welwillendheid. Het concept kan zowel verwijzen naar wat de magistratuur doet als naar wie de magistratuur is. Tegelijk staat het concept voor sommigen op gespannen voet met kernprincipes voor de magistratuur zoals onafhankelijkheid en onpartijdigheid, en blijft empirisch bewijs over de effecten inzake de aanwezigheid van personen met bepaalde diversiteitskenmerken binnen justitie op de uitkomst van een zaak en op vertrouwen in justitie beperkt of complex. Ook blijven er normatieve vragen naar de relevantie van bepaalde diversiteitskenmerken en de betekenis ervan voor bepaalde rechtscolleges.

Die betrouwbaarheid en welwillendheid van justitie werd in recente maatschappelijke debatten ook in vraag gesteld vanuit het begrip klassenjustitie. De analyse van de wetenschappelijke literatuur over klassenjustitie onthult verschillende benaderingen tot dit begrip, variërend van een marxistische visie op de rechterlijke macht tot een benadering waarin systematische bevoordeling en benadeling centraal staan. In een diverse samenleving in 2025 is het van belang om de conceptuele reikwijdte van klassenjustitie in de verschillende benaderingen te verbreden. Deze bredere benaderingen kunnen bijdragen aan een beter begrip van de mechanismen die het vertrouwen in justitie beïnvloeden.

In het licht van een analyse van de complementaire literatuur over een reflective judiciary of een diverse magistratuur en klassenjustitie, lanceerde deze bijdrage een onderzoeksagenda vanuit een analytisch kader naar diversiteit en justitie. De introductie van dat analytisch kader, als een lens om naar het thema te kijken, biedt de mogelijkheid om de samenstelling van de magistratuur, selectiviteit in de behandeling door justitie, en de verschillende mate van vertrouwen naargelang van diversiteitskenmerken verder te onderzoeken en zo het onderzoek naar vertrouwen in justitie te ontwikkelen.

Samengevat vertrekt het analytisch kader met het non-discriminatierecht als uitgangspunt niet vanuit een ideologische positie (er moeten meer magistraten met een bepaald kenmerk zijn en dit moet op een bepaalde manier worden verwezenlijkt), maar vanuit een juridisch geïnformeerde afbakening van te onderzoeken aspecten. Dit analytisch kader breidt de onderzoeksagenda bovendien uit naar andere kenmerken dan sociale klasse. Daarmee stellen we niet dat «beschermde» kenmerken in het non-discriminatierecht vertaling moeten vinden in de samenstelling van de magistratuur; wel dat de relevantie van elk kenmerk normatief en empirisch te onderzoeken valt. Een volgende stap is dan te onderzoeken op welke manier de samenstelling van de magistratuur kan of moet worden vormgegeven om die bevindingen in de praktijk om te zetten. We stellen daarbij ook niet dat een andere samenstelling van de magistratuur noodzakelijk een eventuele selectieve behandeling door justitie of een bias zou remediëren.

Met dit uitgangspunt van het analytisch kader willen we normatief voorts aansluiten bij een juridische invulling van het gelijkheidsbeginsel en bij de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de magistratuur. Anders dan wel eens gevreesd wordt,201 gaat dat niet uit van de veronderstelling dat rechters per definitie niet onpartijdig kunnen oordelen over personen met andere kenmerken. Een onderzoeksvraag is wel of een diverse magistratuur de indruk van onpartijdigheid (justice must also seen to be done) kan versterken, en of ze rechters bewuster kan maken van vaak onbewuste vooroordelen.

Ook de andere bezwaren ten aanzien van klassenjustitie worden opgevangen in dit analytisch kader. Klassenjustitie, zo werd gesteld, wordt nu eens zo en dan weer anders begrepen. Wij brengen de verschillende benaderingen samen in een nieuw analytisch kader: we moeten zowel kijken naar wat diversiteit in de magistratuur of het gebrek daaraan teweegbrengt, als naar de beslissingen die rechtscolleges nemen, ongeacht hoe ze zijn samengesteld. Daarvoor is zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek nodig. Het bezwaar dat kwantitatief onderzoek geen rekening houdt met wat in de rechtszaal gebeurt, komt vaak voort uit een verkeerd begrepen idee van wat statistisch onderzoek precies doet. Het onderzoek dat wij voor ogen hebben, en dat in België reeds werd uitgevoerd, controleert wel degelijk op de bijzonderheden van elke zaak. Elke methode heeft evenwel beperkingen. Om die reden is een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek aangewezen.

Vanuit dit analytisch kader blijken er lacunes in de beschikbare data over diversiteit binnen de magistratuur en de eventuele selectieve behandeling door de magistratuur. Hoewel er statistieken beschikbaar zijn over geslacht, leeftijd en taal binnen de Belgische magistratuur, ontbreekt informatie over andere diversiteitskenmerken zoals etnische afkomst, sociale achtergrond en religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging binnen justitie. Voorts is het onderzoek naar een eventuele selectieve behandeling door justitie op basis van een bepaald diversiteitskenmerk schaars. Daarnaast is een relevante vraag bij de selectieve behandeling welke vormen van selectiviteit en welke diversiteitskenmerken legitiem (kunnen) zijn bij bijvoorbeeld de straftoemeting.

Uit dit analytisch kader en reeds beschikbare gegevens blijkt dat meer (doctrinair-)normatief en empirisch onderzoek nodig is. Welke kenmerk is wanneer relevant? Wat betekent diversiteit voor alleenzetelende rechters? Welk effect heeft de aanwezigheid van leden van een bepaalde groep in een rechtscollege op het vertrouwen dat andere leden van die groep in het rechtscollege hebben? Of op het vertrouwen van leden van andere groepen of van de bevolking in het algemeen? Als een diversiteitskenmerk relevant en nastrevenswaardig is, wat is dan de weg om dit bereiken? Wat blijkt uit een kwantitatieve rechtspraakanalyse voor de selectieve behandeling naar een bepaald kenmerk?

Het is ook een oproep tot beleidsmaatregelen die ervoor zorgen dat data naar diversiteit in justitie beschikbaar zijn. We denken daarbij in de eerste plaats aan data naar de diversiteit in de magistratuur en aan de beschikbaarheid van vonnissen en arresten voor kwantitatieve analyses.

Het gebrek aan (publieke) data en onderzoek belemmert een diepgaand onderzoek naar vertrouwen in justitie in een diverse samenleving. Om het vertrouwen in justitie te versterken, is het noodzakelijk om verdere gegevens te verzamelen binnen dit analytisch kader. Deze aanpak kan bijdragen aan zowel de normatieve als de maatschappelijke legitimiteit van justitie en haar fundamentele rol in de rechtsstaat.

1  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 49.

2  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 49.

Standard Eurobarometer 94, Public opinion in the European Union, Winter 2020/2021, Annex, 56; Standard Eurobarometer 99, Public opinion in the European Union, Spring 2023, Annex, 73.

Standard Eurobarometer 99, Public opinion in the European Union, Spring 2023, Annex, 73-74.

5  Wallace A. en Goodman-Delahunty J., «Measuring trust and confidence in courts», International Journal for Court Administration 2021, 2.

6  Van Damme A., Pauwels L., Pleysier S. en Van De Velde M., «Beelden van vertrouwen: het vertrouwen in politie en justitie in perspectief geplaatst» in Van Aeken K., Gibens S., Hubeau B., Parmentier S. en Van Houtte J. (eds.), Dialogen tussen recht en samenleving, Het rechtssociologisch onderzoek in Vlaanderen, Acco, 2020, 467; Roberts J. en Hough M., Understanding public attitudes to criminal justice, Berkshire, Open University Press, 2005.

Ibid.

8  Naciri Y., Klassenjustitie, Hoe blind is Vrouwe Justitia, Pelckmans, 2024, 9 en 45 e.v.

9  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 51.

10  Hermans M. en Kruithof E., «Over «klassenjustitie»: Klasse-ongelijkheid in vertrouwen in het rechtssysteem (h)erkennen is de eerste stap», DJK 28 juni 2023, 20 met verwijzing naar Eurobarometers 83.3 (2015)-98.2 (2023).

11  Hermans M. en Kruithof E., «Over «klassenjustitie»: Klasse-ongelijkheid in vertrouwen in het rechtssysteem (h)erkennen is de eerste stap», DJK 28 juni 2023, 20 met verwijzing naar Eurobarometer 20. 98.2 (2023).

12  Hoge Raad voor de Justitie, Krokusplan, Projectenplan 2017-2020 van de Hoge Raad voor de Justitie, 2017, 5.

13  Hoge Raad voor de Justitie, «Justitie in debat over diversiteit», 24 januari 2025, https://hrj.be/nl/nieuws/2025/justitie-in-debat-over-diversiteit.

14  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 5.

15  Neels L., «Klassenjustitie! Echt?», JUBEL 14 februari 2025, https://www.jubel.be/klassenjustitie-echt/ (geraadpleegd op 6 maart 2025). Zie ook De Vos M., «De zelfdiscripline van de rechtsstaat», Trends 15 juni 2023, 46.

16  Lamon H., «Klassenjustitie voor vrijheid en door recht», JUBEL 30 oktober 2024, https://www.jubel.be/klassenjustitie-voor-vrijheid-en-door-recht/ (geraadpleegd op 6 maart 2025).

17  Thiriar P., «Juridische uitsluiting: het ware probleem van Justitie in België», JUBEL 28 februari 2025, https://www.jubel.be/juridische-uitsluiting-het-ware-probleem-van-justitie-in-belgie/ (geraadpleegd op 26 maart 2025).

18  Neels L., «Klassenjustitie! Echt?», JUBEL 14 februari 2025, https://www.jubel.be/klassenjustitie-echt/ (geraadpleegd op 6 maart 2025).

19  Ibid.

20  Ibid.

21  Van Damme A., Pauwels L., Pleysier S. en Van De Velde M., «Beelden van vertrouwen: het vertrouwen in politie en justitie in perspectief geplaatst» in Van Aeken K., Gibens S., Hubeau B., Parmentier S. en Van Houtte J. (eds.), Dialogen tussen recht en samenleving, Het rechtssociologisch onderzoek in Vlaanderen, Acco, 2020, 471-473.

22  Hough M., Jackson J., Bradford B., Myhill A. en Quinton P., «Procedural justice, trust and institutional legitimacy», Policing: A Journal of Policy and Practice 2010, 4(3), 203-210.

23  Zie infra 2.b.

24  Freitag M. en Bühlmann M., «Crafting Trust: The Role of Political Institutions in a Comparative Perspective», Comparative Political Studies 2009, 1537; Rothstein B. en Stolle D., «The State and Social Capital: An Institutional Theory of Generalized Trust», Comparative Politics 2008, 441; Bühlmann M. en Kunz R., «Confidence in the Judiciary: Comparing the Independence and Legitimacy of Judicial Systems», West European Politics 2011, 317.

25  Bühlmann M. en Kunz R., «Confidence in the Judiciary: Comparing the Independence and Legitimacy of Judicial Systems», West European Politics 2011, 317.

26  Bielen S., Grajzl P. en Marneffe W., «Blame based on one’s name? Extralegal disparities in criminal conviction and sentencing», European Journal of Law and Economics 2021, 469-521. Zo werd gekeken naar het niet-beschikken over een officieel adres, de burgerlijke staat, het aantal kinderen, werkloosheid, bijstand door een pro-Deoadvocaat of het wonen in een gemeente met weinig, gemiddeld of veel criminaliteit. Vanzelfsprekend kan niet volledig uitgesloten worden dat ook niet-geobserveerde factoren een rol spelen.

27  Zie onder meer Kahneman D., Sibony O. en Sunstein C. R., Noise: A Flaw in Human Judgment, William Collins, 2021.

28  Fulmer A. en Dirks K., «Multilevel trust: A theoretical and practical imperative», Journal of Trust Research 2018, 137-141.

29  Parmentier S. en Vervaeke G., «In criminal justice we trust? A decade of public opinion research in Belgium», European Journal of Criminology 2011, 290.

30  Popelier P., Glavina M., Baldan F. en Van Zimmeren E., «A research agenda for trust and distrust in a multilevel judicial system», Maastricht Journal of European and Comparative Law 2022, 351-374; Jonkers P., «Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak», RdW 2013, 30, 35.

31  Kramer R. M., «Trust and Distrust in Organisations; Emerging Perspectives, Enduring Questions», Annu. Rev. Psychol. 1999, 571; Rousseau D. M. et al., «Not so Different after All: a Cross-Discipline View of Trust», The Academy of Management Review 1998, 395.

32  Levi-Faur D. et al., Report on trust in government, politics, policy and regulatory governance, Tigre 2020, 67-69.

33  Aydin Çakir A. en Şekercioğlu E., «Public Confidence in the Judiciary: The Interaction between Political Awareness and Level of Democracy», Democratization, 2016, 646.

34  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 51.

35  Machura S., Ramos N., Rooney T., Warmald S. en Estermann J., «How Studying Law, Media and Experience Influence Trust in the Courts and the Police A Comparison of Law and Language Students at Bangor University», in Estermann J. (ed.), Kampf Ums Recht: Akteure Und Interessen Im Blick Der Interdisziplinären Rechtsforschung, Lit Verlag, 2012, 150; Parmentier S. en Vervaeke G., «In criminal justice we trust? A decade of public opinion research in Belgium», European Journal of Criminology 2011, 290.

36  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 51.

37  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 51.

38  Mayer R. C., Davis J. H. en Schoorman F. D., «An integrative model of organizational trust», Academy of management review 1995, 709-734.

39  De betekenis van deze begrippen in deze studie verschilt van de betekenis van deze begrippen in de Gids voor Magistraten.

40  Zie in detail, art. 259bis 9 Ger.W.

41  Zie infra 2.b.

42  Roussey L. en Deffains B., «Trust in Judicial Institutions: An Empirical Approach», Journal of Institutional Economics 2012, 351-369.

43  Zie onder meer Europese Commissie, 2023 Rule of Law Report, 2, 6, 24 en R. Mortier, «Waarom een weerbare rechtsstaat nood heeft aan een constructieve interactie tussen staatsmachten», Mercuriale Procureur-Generaal bij het Hof van Cassatie, 26-27.

44  Hoge Raad voor Justitie, Persbericht 3 maart 2024, https://hrj.be/nl/nieuws/2024/hoge-raad-voor-de-justitie-stelt-fraude-vast-bij-magistratenexamen-en-vraagt-strafonderzoek (geraadpleegd op 6 maart 2025).

45  Garoupa N. en Magalhaes P. C., «Public Trust in the European Legal Systems: Independence, Accountability and Awareness», West European Politics, 2021, 709.

46  Grimmelikhuijsen S. en Klijn A., «The Effects of Judicial Transparency on Public Trust: Evidence from a Field Experiment», Public Administration 2015, 995. Zie ook Jonkers P., «Transparantie leidt niet vanzelfsprekend tot vertrouwen in de rechtspraak», RdW 2013, 30, 35.

47  Mayer R. C., Davis J. H. en Schoorman F. D., «An integrative model of organizational trust», Academy of management review 1995, 709.

48  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 54.

49  In de literatuur over reflective judiciary wordt veelal gefocust op de (zittende) magistratuur. Tenzij anders vermeld, gebruiken we het begrip in deze bijdrage in de eerste plaats als betrekking hebbend op de magistratuur, maar de onderliggende vragen en aspecten zijn eveneens relevant voor «justitie» en «justitiële actoren» in de brede zin.

50  In die zin: Sloot B., «Moeten rechters lijken op de Nederlandse bevolking? Over de wenselijkheid van descriptieve representatie door de rechterlijke macht», Trema 2004, 49-63; Graziadei S., «Power Sharing Courts», Contemporary Southeastern Europe 2016, 73; Dziedzic A., «Foreign judges on Pacific Courts: Implications for a Reflective Judiciary» in Caielli M., Comba M. E., Francavilla D. en Mastromarino A. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, Federalismi 2018, 69 (hierna voor het verzamelwerk: Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018).

51  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 7.

52  Vgl. Turenne S., «Fair Reflection of Society in Judicial Systems» in Turenne S. (ed.), Fair Reflection of Society in Judicial Systems - A Comparative Study, Springer, 2015, 3-6, 13, 19.

53  Dziedzic A., «Foreign judges on Pacific Courts: Implications for a Reflective Judiciary» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 70; COMBA M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 148.

54  Shetreet S., «Reflections on Contemporary Issues of Judicial Independence» in Pinto De Albuquerque P. en Wojtyczek K. (eds.), Judicial Power in a Globalized World, Springer, 2019, 518-519.

55  Shetreet S., «Reflections on Contemporary Issues of Judicial Independence» in Pinto De Albuquerque P. en Wojtyczek K. (eds.), Judicial Power in a Globalized World, Springer, 2019, 519; Comba M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 148.

56  Shetreet S., «Reflections on Contemporary Issues of Judicial Independence» in P. Pinto De Albuquerque en K. Wojtyczek (eds.), Judicial Power in a Globalized World, Springer, 2019, 518.

57  Sloot B., «Moeten rechters lijken op de Nederlandse bevolking? Over de wenselijkheid van descriptieve representatie door de rechterlijke macht», Trema 2004, 61.

58  Zie infra 2.d.

59  Vgl. Pitkin H., The Concept of Representation, University of California Press, 1967, 111.

60  Dziedzic A., «Foreign judges on Pacific Courts: Implications for a Reflective Judiciary» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 70; Comba M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 148-153.

61  Baker M. E., Boyd C. L., Hickey J. en Rutkowski A. G., «How the politics of federal judicial selection affect judicial diversity and what this means for public confidence in courts», Law and Contemporary Problems 2024, 85-118; Archury S., Casellas J., Hofer S. en Ward M., «The Impact of Racial Representation on Judicial Legitimacy: White Reactions to Latinos on the Bench», Political Research Quarterly 2023, 161.

62  Dziedzic A., «Foreign judges on Pacific Courts: Implications for a Reflective Judiciary» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 70.

63  Zie bijvoorbeeld, Sectie 174 (2) van de Zuid-Afrikaanse Grondwet: «Die behoefte dat die regbank in die breë die rasse- en geslagsamestelling van Suid-Afrika weerspieël, moet in aanmerking geneem word wanneer regterlike beamptes aangestel word.».

64  Sloot verwijst hierbij ter illustratie naar de opvattingen van de Afro-Amerikaanse rechter Clarence Thomas in het Amerikaanse Hooggerechtshof. Zijn opvattingen komen op bepaalde punten niet overeen met de meerderheid van de groep die hij descriptief vertegenwoordigt. Zie Sloot B., «Moeten rechters lijken op de Nederlandse bevolking? Over de wenselijkheid van descriptieve representatie door de rechterlijke macht», Trema 2004, 51.

65  Dziedzic A., «Foreign judges on Pacific Courts: Implications for a Reflective Judiciary» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 70; Baker M. E., Boyd C. L., Hickey J. en Rutkowski A. G., «How the politics of federal judicial selection affect judicial diversity and what this means for public confidence in courts», Law and Contemporary Problems 2024, 115-117; Archury S., Casellas J., Hofer S. en Ward M., «The Impact of Racial Representation on Judicial Legitimacy: White Reactions to Latinos on the Bench», Political Research Quarterly 2023, 161.

66  Zie infra 2.d.

67  Baker M. E., Boyd C. L., Hickey J. en Rutkowski A. G., «How the politics of federal judicial selection affect judicial diversity and what this means for public confidence in courts», Law and Contemporary Problems 2024, 117.

68  Ibid., 117.

69  Caielli M. en Mastromarino A., «Preface Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 5; Kumm M., «On the Representativeness of Constitutional Courts: How to Strengthen the Legitimacy of Rights Adjudicating Courts without Undermining Their Independence» in Landfried C. (ed.), Judicial Power: How Constitutional Courts Affect Political Transformations, Cambridge University Press, 2019, 286.

70  Kumm M., «On the Representativeness of Constitutional Courts: How to Strengthen the Legitimacy of Rights Adjudicating Courts without Undermining Their Independence» in Landfried C. (ed.), Judicial Power: How Constitutional Courts Affect Political Transformations, Cambridge University Press, 2019, 286; Føllesdal A., «How many women judges are enough on international courts?», J Soc Philos 2021, 499.

71  Verslag namens de Commissie, Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, SENAAT, 2002-2003, nr. 2-897/6, 236-238.

72  Ibid. 240, 242.

73  Comba M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 148; Shetreet S., «Reflections on Contemporary Issues of Judicial Independence» in Pinto De Albuquerque P. en Wojtyczek K. (eds.), Judicial Power in a Globalized World, Springer, 2019, 518; Turenne S., «Fair Reflection of Society in Judicial Systems» in Turenne S. (ed.), Fair Reflection of Society in Judicial Systems: A Comparative Study, Springer, 2015, 12.

74  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 8.

75  Baker M. E., Boyd C. L., Hickey J. en Rutkowski A. G., «How the politics of federal judicial selection affect judicial diversity and what this means for public confidence in courts», Law and Contemporary Problems 2024, 115-117.

76  Shetreet S., «Reflections on Contemporary Issues of Judicial Independence» in Pinto De Albuquerque P. en Wojtyczek K. (eds.), Judicial Power in a Globalized World, Springer, 2019, 517-518.

77  Sloot B., «Moeten rechters lijken op de Nederlandse bevolking? Over de wenselijkheid van descriptieve representatie door de rechterlijke macht», Trema 2004, 51-52, 56; Caielli M. en Mastromarino A., «Preface Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 5; Epstein L. en Knight J., «How Social Identity and Social Diversity Affect Judging», Leiden Journal of International Law 2022, 35/4, 908; CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 8; Hunter R., «More than Just a Different Face? Judicial Diversity and Decision-making», Current Legal Problems 2015, 124. Cf. Føllesdal A., «How many women judges are enough on international courts?», J Soc Philos 2021, 448-449.

78  OFFICE OF THE COMMISSIONER FOR FEDERAL JUDICIAL AFFAIRS CANADA, «Qualification and Assessment Criteria», https://www.fja-cmf.gc.ca/scc-csc/2022/qualifications-eng.html?pedisable=true (geraadpleegd op 26 maart 2025).

79  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 6.

80  Phillips A., The Politics of Presence, Oxford University Press, 1995, 44.

81  Vgl. Caielli M., «Why do women in the judiciary matter? The struggle for gender diversity in European courts» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 40; Comba M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 151-152.

82  Zie infra 2.d.

83  Vgl. Hunter R., «More than Just a Different Face? Judicial Diversity and Decision-making», Current Legal Problems 2015, 123.

84  Turenne S., «Fair Reflection of Society in Judicial Systems» in Turenne S. (ed.), Fair Reflection of Society in Judicial Systems - A Comparative Study, Springer, 2015, 14 en 18.

85  Kumm M., «On the Representativeness of Constitutional Courts: How to Strengthen the Legitimacy of Rights Adjudicating Courts without Undermining Their Independence» in Landfried C. (ed.), Judicial Power: How Constitutional Courts Affect Political Transformations, Cambridge University Press, 2019, 286.

86  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 5.

87  Het verhaal van Savana Redding en de reactie van rechter Ginsberg is terug te vinden in het artikel van Strauss V., «Ruth Bader Ginsburg and the case of the 13-year-old girl strip-searched at school», Washington Post 25 september 2020.

88  Dragiewicz M., «Gender Bias in the Courts: Implications for Battered Mothers and their Children», Family & Intimate Partner Violence Quarterly 2012, 21.

89  Kymlicka W., Multicultural Citizenship, Oxford University Press, 1995, 146-147; Føllesdal A., «How many women judges are enough on international courts?», J Soc Philos 2021, 448-449. Voor een genuanceerde benadering in het licht van kritiek op deze «critical mass theory»: Childs S. en Krool M. L., «Should Feminists Give Up on Critical Mass?», Politics and Gender 2006, 522-530.

90  Art. 34, § 5 Bijz.W. Grondwettelijk Hof.

91  Verslag namens de commissie voor de Institutionele aangelegenheden, SENAAT, 2013-2014, nr. 5-2438/3, 12.

92  Zie voor een algemeen overzicht met betrekking tot meerdere kenmerken: Epstein L. en Knight J., «How Social Identity and Social Diversity Affect Judging», Leiden Journal of International Law 2022, 35/4, 897.

93  Vgl. Turenne S., «Fair Reflection of Society in Judicial Systems» in Turenne S. (ed.), Fair Reflection of Society in Judicial Systems - A Comparative Study, Springer, 2015, 6.

94  Caielli M., «Why do women in the judiciary matter? The struggle for gender diversity in European courts», in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 132.

95  Comba M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 149 en 151.

96  Bielen S. en Grajzl P., «Gender-based judicial ingroup bias in sex crime sentencing: Evidence from Belgium», International journal of law, crime and justice 2020, 1-13; Vaes D., Bielen S. en Grajzl P., «Sisterhood and Credible Narratives: Gender-Based Ingroup Bias in the Asylum Courtroom», Social Science Research (in druk).

97  Eren O. en Mocan N. H., «Judge peer effects in the courthouse», National Bureau of Economic Research 2020, (Working paper nr. 27713), 1-45.

98  Belser E., Crameri F. en Oleschak-Pillai R., «The Long Journey of Women to the Courts Some Evidence on Gender Diversity and Gender Awareness in the Swiss Federal Supreme Court», Federalismi 2018, 5, 126 (ze schrijven: «We are, however, not in a position to show a casual link between gender diversity and gender awareness of judicial outcomes»). Zie ook Caielli M., «Why do women in the judiciary matter? The struggle for gender diversity in European courts» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 135; Epstein L. en Knight J., «How Social Identity and Social Diversity Affect Judging», Leiden Journal of International Law 2022, 35/4, 903-904.

99  Boyd C. L., «Representation on the Courts? The Effects of Trial Judges» Sex and Race», Political Research Quarterly 2016, 795.

100  Bielen S. en Grajzl P., «Gender-based judicial ingroup bias in sex crime sentencing: Evidence from Belgium», International journal of law, crime and justice 2020, 1-13.

101  Vgl. CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 23.

102  Zie bijvoorbeeld, Archury S., Casellas J., Hofer S. en Ward M., «The Impact of Racial Representation on Judicial Legitimacy: White Reactions to Latinos on the Bench», Political Research Quarterly 2023, 158-172.

103  Comba M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 148-153.

104  Ibid., 144-153.

105  Shetreet S., «Reflections on Contemporary Issues of Judicial Independence» in Pinto De Albuquerque P. en Wojtyczek K. (eds.), Judicial Power in a Globalized World, Springer, 2019, 518; Kumm M. «On the Representativeness of Constitutional Courts: How to Strengthen the Legitimacy of Rights Adjudicating Courts without Undermining Their Independence» in Landfried C. (ed.), Judicial Power: How Constitutional Courts Affect Political Transformations, Cambridge University Press, 286.

106  Comba M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 150; Graziadei S. «Power Sharing Courts», Contemporary Southeastern Europe 2016, 76-77.

107  Vgl. Eren O. en Mocan N. H. «Judge peer effects in the courthouse», National Bureau of Economic Research 2020, (Working paper nr. 27713), 1-45.

108  Vgl. Føllesdal A., «How many women judges are enough on international courts?», J Soc Philos 2021, 449.

109  Vgl. Sloot B., «Moeten rechters lijken op de Nederlandse bevolking? Over de wenselijkheid van descriptieve representatie door de rechterlijke macht», Trema 2004, 61.

110  Vgl. art. 259bis 1 Ger.W.

111  Turenne S., «Fair Reflection of Society in Judicial Systems» in Turenne S. (ed.), Fair Reflection of Society in Judicial Systems - A Comparative Study, Springer, 2015, 1-22.

112  Ibid., 13.

113  Comba M., «Reflective Judiciary: more an illusion than a temptation» in Caielli M. et al. (eds.), Jurisdiction and Pluralisms: The Temptations of a Reflective Judiciary, 2018, 152.

114  Zie supra 2.a.

115  Turenne S., «Fair Reflection of Society in Judicial Systems» in Turenne S. (ed.), Fair Reflection of Society in Judicial Systems - A Comparative Study, Springer, 2015, 14 met verwijzing naar Report of the Advisory Panel on Judicial Diversity, 2010, aanbeveling 20.

116  Ibid., 16.

117  Zie bijvoorbeeld Dallara C. en Vauchez A., «Courts, Social Changes, and Judicial Independence», Global Governance, 2012, 5; Kumm M., «On the Representativeness of Constitutional Courts: How to Strengthen the Legitimacy of Rights Adjudicating Courts without Undermining Their Independence» in Landfried C. (ed.), Judicial Power: How Constitutional Courts Affect Political Transformations, Cambridge University Press, 2019, 282.

118  COMMISSIE VAN VENETIË, The Composition of Constitutional Courts, december 1997, https://www.venice.coe.int/webforms/documents/default.aspx?pdffile=CDL-STD(1997)020-e, 10.

119  Over «power-sharing courts», zie Graziadei S., «Power Sharing Courts», Contemporary Southeastern Europe 2016, 66-105.

120  COMMISSIE VAN VENETIË, Compilation of Venice Commission Opinions and Reports concerning courts, 18 juli 2023, https://www.venice.coe.int/webforms/documents/?pdf=CDL-PI(2023)020-e, 39-40.

121  Art. 10, 4° Rwandese Grondwet.

122  Kamatali J-M., «Rwanda: Balancing Gender Quotas and an Independent Judiciary» in Bauer G. en Dawuni J. (eds), Gender and the Judiciary in Africa, Routledge, 2016, 146.

123  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 38.

124  Zie infra 4.

125  Choudry S. en Stacey R., «Independent or Dependent? Constitutional Courts in Divided Societies» in Harvey C. en Schwartz A. (eds.), Rights in Divided Societies, Hart, 2012, 89.

126  Graziadei S., «Power Sharing Courts», Contemporary Southeastern Europe 2016, 86.

127  Grossman N., «Sex on the bench: do women judges matter to the legitimacy of international courts?», Chicago Journal of International Law 2012, 647-684.

128  Netten M., Van Den Braak S. W., Latenko A. en Vink M. E., De (on)mogelijkheden van het meten van klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, WODOC, Cahier 2022-5, 2022, 8 (hierna: Netten M. et al., De (on)mogelijkheden van het meten van klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2022); van den Bos K., Ansems L., Schiffelers M. J., Kerssies S., Lindeman J., Bovens C. (medew.), Manshanden L. (medew.), Peters Van Neijenhof F. (medew.) en Verhoeven L. (medew.), Een verkennend kwalitatief onderzoek naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, Utrecht, Universiteit Utrecht, 2021, 99 (hierna: van den Bos K. et al., Een verkennend kwalitatief onderzoek naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2021).

129  Rovers B., Klassenjustitie. Overzicht van onderzoek naar selectiviteit in de Nederlandse Strafrechtketen, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1999, 10; Parmentier S., «Meten met twee maten en twee gewichten. Van klassejustitie naar justitie met klasse?» in Heirbaut D. (ed.), Politieke en sociale geschiedenis van justitie in België van 1830 tot heden, die Keure, 371 (hierna: Parmentier S., «Meten met twee maten en twee gewichten. Van klassejustitie naar justitie met klasse?», 2004); Baer S., Rechtssoziologie, Nomos, 2017, 167.

130  Liebknecht K., Rechtsstaat und Klassenjustiz, Gesammelte Reden und Aufsatze, Berlin, vol. Rd 11, 1907, 33 e.v.. Zie, Parmentier S., «Meten met twee maten en twee gewichten. Van klassejustitie naar justitie met klasse?», 2004, 371.

131  Parmentier S., «Meten met twee maten en twee gewichten. Van klassejustitie naar justitie met klasse?», 2004, 371.

132  Baer S., Rechtssoziologie, Nomos, 2017, 167-168 (eigen vertaling).

133  Parmentier S., «Meten met twee maten en twee gewichten. Van klassejustitie naar justitie met klasse?», 2004, 371.

134  Parmentier S., «Meten met twee maten en twee gewichten. Van klassejustitie naar justitie met klasse?», 2004, 371.

135  Rovers B., Klassenjustitie. Overzicht van onderzoek naar selectiviteit in de Nederlandse Strafrechtketen, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1999, 1.

136  van den Bos K. et al., Een verkennend kwalitatief onderzoek naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2021, 21-26.

137  Ibid., 30.

138  Netten M. et al., De (on)mogelijkheden van het meten van klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2022, 8-9, 11.

139  Ibid., 13.

140  Van Der Burgh R., Heilbron B., Kootstra A., INVESTICO, De Groene Amsterdammer en NOS op 3, «Laagopgeleide verdachte met migratieachtergrond bijna drie keer vaker celstraf», 9 oktober 2014, https://www.platform-investico.nl/onderzoeken/klassenjustitie-in-nederland (geraadpleegd op 6 maart 2025). Zie ook Bielen S. en Grajzl P., «Prosecution or persecution? Extraneous events and prosecutorial decisions», Journal of Empirical Legal Studies 2021, 765-800.

141  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 51.

142  Hermans M. en Kruithof E., «Over «klassenjustitie»: Klasse-ongelijkheid in vertrouwen in het rechtssysteem (h)erkennen is de eerste stap», DJK 28 juni 2023, 20.

143  van den Bos K. et al., Een verkennend kwalitatief onderzoek naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2021, 32.

144  Rovers verwijst in zijn definitie weliswaar enkel expliciet naar «benadeling», maar hij beschouwt «benadeling» en «bevoordeling» als inwisselbaar. Zie Rovers B., Klassenjustitie. Overzicht van onderzoek naar selectiviteit in de Nederlandse Strafrechtketen, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1999, 14.

145  van den Bos K. et al., Een verkennend kwalitatief onderzoek naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2021, 33.

146  Ibid., 29.

147  Ibid., 41.

148  Zie Parmentier S., «Meten met twee maten en twee gewichten. Van klassejustitie naar justitie met klasse?», 2004, 371.

149  Rovers B., Klassenjustitie. Overzicht van onderzoek naar selectiviteit in de Nederlandse Strafrechtketen, Rotterdam, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1999, 1 en 15.

150  van den Bos K. et al., Een verkennend kwalitatief onderzoek naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2021, 36.

151  Ibid., 28.

152  Ibid., 28 en 40.

153  Rovers verwees reeds in 1999 naar een bijdrage van K. Schuyt op dit punt (Rovers B., Klassenjustitie. Overzicht van onderzoek naar selectiviteit in de Nederlandse Strafrechtketen, Erasmus Universiteit Rotterdam, 1999, 11).

154  Netten M. et al., De (on)mogelijkheden van het meten van klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2022, 13. Zie supra 3.a.

155  van den Bos K. et al., Een verkennend kwalitatief onderzoek naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2021, 40.

156  van den Bos K. et al., Een verkennend kwalitatief onderzoek naar klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2021, 36.

157  Vgl. Netten M. et al., De (on)mogelijkheden van het meten van klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2022, 13-14.

158  Shetreet S., «Reflections on Contemporary Issues of Judicial Independence» in Pinto De Albuquerque P. en Wojtyczek K. (eds.), Judicial Power in a Globalized World, Springer, 2019, 518; Kumm M. «On the Representativeness of Constitutional Courts: How to Strengthen the Legitimacy of Rights Adjudicating Courts without Undermining Their Independence» in Landfried C. (ed.), Judicial Power: How Constitutional Courts Affect Political Transformations, Cambridge University Press, 286.

159  Epstein L. en Knight J., «How Social Identity and Social Diversity Affect Judging», Leiden Journal of International Law 2022, 35/4, 906.

160  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 16 en 29.

161  Art. 19 VWEU en EU-richtlijnen aangenomen op grond van deze bepaling. Art. 21 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (EU-Handvest) bevat een discriminatieverbod met een open lijst van gronden.

162  Art. 4 Antiracismewet (wet 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, BS 8 augustus 1981) verwijst naar «nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming»; art. 4 Genderwet (wet 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, BS 30 mei 2007) naar «geslacht, zwangerschap, medisch begeleide voortplanting, bevalling, geven van borstvoeding, moederschap, gezinsverantwoordelijkheden, genderidentiteit, genderexpressie, sekse-kenmerken en medische of sociale transitie», en de Antidiscriminatiewet (wet 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, BS 30 mei 2007) naar «leeftijd, seksuele oriëntatie, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap, sociale afkomst of toestand».

163  Art. 15bis, § 1 Gelijkekansendecreet (Vl.Decr. 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid, BS 23 september 2008): «geslacht, gezinsverantwoordelijkheden, leeftijd, seksuele oriëntatie, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap, sociale positie, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of nationale of etnische afstamming.».

164  Vgl. CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 34.

165  Zie supra 3.

166  Zie voetnoot 49.

167  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 15.

168  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 15 en 21.

169  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 15, 21, 25.

170  Vgl. Hoge Raad voor de Justitie, «Justitie in debat over diversiteit», 24 januari 2025, https://hrj.be/nl/nieuws/2025/justitie-in-debat-over-diversiteit.

171  FOD Justitie, Justitie in cijfers 2015-2019, Brussel, 15.

172  FOD Justitie, Justitie in cijfers 2015-2019, Brussel, 19.

173  Zie onder meer: Schandevyl E., «Geen recht op rechtspraak. De lange weg naar gelijkheid voor vrouwen in magistratuur» in DE Ruysscher D., De Hert P. en De Metsenaere M. (eds.), Een leven van inzet. Liber amicorum Michel Magits, Kluwer, 2012, 578; Lippens J. en Vandersmissen M., «Vrouwe Justitia breekt door het glazen plafond. Meer vrouwen, behalve aan de top», Knack 4 september 2019, 66-67.

174  FOD Justitie, Justitie in cijfers 2013-2017, https://justitie.belgium.be/sites/default/files/jic-nl-def_library.pdf (geraadpleegd op 6 maart 2025).

175  Cijfers verkregen op 28 maart 2025 via e-mail van de Raad van de State, waarvoor onze dank.

176  FOD Justitie, Justitie in cijfers 2015-2019, Brussel, 15-16.

177  FOD Justitie, Justitie in cijfers 2015-2019, Brussel, 21.

178  FOD Justitie, Justitie in cijfers 2015-2019, Brussel, 22.

179  Zie supra 1.e. Vgl. Böcker A. en De Groot-Van Leeuwen L.E., Meer van minder in de rechterlijke macht. Etnische diversiteit onder rechters in zes landen, Wolf Legal Publishers, 2006; CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 5 en 60.

180  Hubeau B., Rutten S., Van Houtte J., Gibens S. en Van Leuvenhaege M., De advocatuur. Een rechtssociologische en juridische benadering, Antwerpen, Intersentia, 2018, 1-30.

181  Hardyns W., Parmentier S., Dorme L. en Roevens E., De Advocatenbarometer 2020: Een beschrijvende analyse van het profiel van de Vlaamse advocaat, Boom juridisch, 2021, 67-76.

182  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 19-20 en 59; Hoge Raad voor de Justitie, «Justitie in debat over diversiteit», 24 januari 2025, https://hrj.be/nl/nieuws/2025/justitie-in-debat-over-diversiteit.

183  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 10.

184  Zie supra 2.d.

185  Vgl. CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 1-24.

186  COMMISSIE VAN VENETIË, The Composition of Constitutional Courts, december 1997, https://www.venice.coe.int/webforms/documents/default.aspx?pdffile=CDL-STD(1997)020-e, 10. Zie ook, Sloot B., «Moeten rechters lijken op de Nederlandse bevolking? Over de wenselijkheid van descriptieve representatie door de rechterlijke macht», Trema 2004, 52-54.

187  Netten M. et al., De (on)mogelijkheden van het meten van klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2022, 13.

188  Vgl. Netten M. et al., De (on)mogelijkheden van het meten van klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2022, 8-9, 11.

189  Netten M. et al., De (on)mogelijkheden van het meten van klassenjustitie in de Nederlandse strafrechtketen, 2022, 13.

190  Bielen S., Grajzl P. en Marneffe W., «Blame based on one’s name? Extralegal disparities in criminal conviction and sentencing», European Journal of Law and Economics 2021, 469-521.

191  Henry P. J., «Institutional bias» in Dovidio J., Hewstone M., Glick P. en Esses V. (eds.), The SAGE handbook of prejudice, stereotyping and discrimination, 2010, 426-440.

192  CCJE, Thematic study of the CCJE on diversity and inclusivity in the judiciary, CCJE(2024)4, 6 december 2024, 47.

193  Voor een overzicht, zie Hebberecht P., «Minorities, crime, and criminal justice in Belgium» in Marshall I. H. (ed.), Minorities, Migrants, and Crime: Diversity and Similarity Across Europe and the United States, SAGE Puublications, 1997, 151-174.

194  Moor L. G., Janssen J., Easton M. en Verhage A., Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie, Maklu, Cahiers politiestudies, 2015, 2, nr. 35.

195  Tange C., Burssens D. en Maes E., «Pre-trial Detention in Belgium. An empirical study of explanatory factors in the use of the arrest warrant and its duration», Champ pénal/Penal field, 2019.

196  Snacken S., Van Zyl D. en Beyens K., «European sentencing practices» in Body-Gendrot S., Hough M., Kerezsi K., Levy R. en Snacken S. (eds.), The Routledge Handbook of European Criminology, 2013, 385-408; Brion F., Verheyen L., Spiessens G. en Tulkens F., L’inégalité pénale: immigration, criminalité et système d’administration de la justice pénale, Services de programmation de la politique scientifique, 1994.

197  Bielen S. en Grajzl P., «Gender-based judicial ingroup bias in sex crimes sentencing: Evidence from Belgium», International Journal of Law, Crime and Justice 2020, 1-13; Bielen, S., Dimitrova-Grajzl V. en Grajzl P., «Sanctions for intimate partner sexual violence: Is the law on the books the law in action?», Journal of interpersonal violence 2022, 37, 11-12.

198  Bielen S., Grajzl P. en Marneffe W., «Blame based on one’s name? Extralegal disparities in criminal conviction and sentencing», European Journal of Law and Economics 2021, 469-521.

199  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 51.

200  Hoge Raad voor de Justitie, Vijfde Justitiebarometer, De Blik van de burger, 2024, 51.

201  De Vos M., «De zelfdiscripline van de rechtsstaat», Trends 15 juni 2023, 46; Neels L., «Klassenjustitie! Echt?», JUBEL 14 februari 2025, https://www.jubel.be/klassenjustitie-echt/ (geraadpleegd op 6 maart 2025).