Omschrijving
Geen vuiltje aan de lucht? Volgens het Grondwettelijk Hof wel ...
Jaargang
2025 - 2026 (89)
Pagina
802
Auteur(s)
L. Formesyn
Trefwoorden

MILIEU

Bijkomende informatie

Actualiteit

Coördinatie: Vincent Sagaert en Dirk Scheers

Geen vuiltje aan de lucht? Volgens het Grondwettelijk Hof wel ...

Het Belgische stedelijke landschap wordt geleidelijk gekleurd door lage-emissiezones (LEZ). Dergelijke zones bestaan inmiddels in Gent, Antwerpen en Brussel en bewijzen ook effectief hun nut. Uit diverse evaluatierapporten blijkt immers dat de operationalisering resulteert in een vermindering van door het wegverkeer veroorzaakte emissies, hetgeen op zijn beurt bijdraagt aan een verbeterde luchtkwaliteit en een gezonder leefmilieu (zie o.m. DEPARTEMENT OMGEVING, Eindrapport. Impact van de lage-emissiezones op het wagenpark, de luchtkwaliteit en sociaal kwetsbare groepen, november 2020).

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) behelst een LEZ nagenoeg het gehele grondgebied. Sinds 1 januari 2018 is ze van kracht en verbiedt ze stapsgewijs, volgens een tijdschema van vijf fases, de meest vervuilende voertuigen. De laatste verstrenging, oorspronkelijk gepland voor 1 januari 2025, werd bij ordonnantie echter met twee jaar uitgesteld naar 1 januari 2027. Dit uitstel gaf evenwel aanleiding tot een verzoek tot schorsing en vernietiging bij het Grondwettelijk Hof.

Nadat het Grondwettelijk Hof op 11 september 2025 de schorsing van de bestreden ordonnantie had uitgesproken (nr. 115/2025), hing de vernietiging reeds in de lucht. Op 11 december 2025 volgde het vernietigingsarrest (nr. 174/2025). (zie verder in dit nummer op p. 812).

Volgens het Hof was er sprake van een onverantwoorde aanzienlijke achteruitgang van het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu, wat in strijd is met artikel 23, 4° Gw. en het daarin gelezen standstill-beginsel. Dit beginsel staat recent onder druk (zie o.m. Popelier P. et al., «Handen af van artikel 23 van de Grondwet», De Standaard 21 november 2025).

Vooreerst wijst het Hof op de bewezen doeltreffendheid van een LEZ in de reductie van uitstoot en op de wetenschappelijk aangetoonde negatieve gezondheidseffecten van luchtverontreiniging, in het bijzonder voor kwetsbare groepen zoals kinderen. Hieruit leidt het Hof af dat het uitstel met twee jaar een aanzienlijke achteruitgang van het beschermingsniveau zou impliceren.

De aangevoerde economische argumenten ter rechtvaardiging van voornoemde achteruitgang werden daarbij niet aanvaard door het Hof.

Het BHG haalde ook tevergeefs aan dat een LEZ sociaal-economisch kwetsbare eigenaars van voertuigen financieel het meest treft, en dit wegens de hoge kosten die gepaard gaan met de vervanging van hun voertuig.

Wat betreft deze aangevoerde grond van sociale rechtvaardigheid, confronteerde het Hof het BHG met het door zichzelf nagestreefde beschermingsdoel. Het Hof oordeelde dat dit argument onvoldoende was onderbouwd. Daarnaast wees het op de wetenschappelijk vastgestelde aanzienlijke kwetsbaarheid van deze groep voor luchtverontreiniging en de daaruit voortvloeiende gezondheidsproblemen. Terwijl het uitstel een algemene en niet-doelgerichte maatregel betreft die een brede groep ten goede komt, worden de nadelige gevolgen in de eerste plaats gedragen door de bevolkingsgroep die men net beoogt te beschermen.

Dit arrest geeft een belangrijk signaal aan overheden. Duurzaamheidsregelgeving wordt regelmatig gekenmerkt door een stapsgewijze transitie op lange termijn (zie ook Gruyaert D. en De Clercq E., «De invloed van de renovatieplicht op het eigendomsrecht» in Gruyaert D. en Sagaert V., Renovatie en vastgoed, Intersentia, 2025). Daarbij is de overheid dan ook verplicht zich daadwerkelijk aan het stappenplan te houden. Het Grondwettelijk Hof maakt duidelijk dat een stap uitstellen eigenlijk een stap terugnemen is, en dat kan niet zomaar in het licht van het standstill-beginsel.

Daarnaast belicht het arrest het complexe spanningsveld tussen de verschillende dimensies van duurzaamheid. LEZ’s bevorderen de ecologische duurzaamheid, maar kunnen tegelijk ten koste gaan van sociaal kwetsbare groepen. In zijn uitspraak toont het Hof echter aan dat sociale rechtvaardigheid niet als vrijgeleide kan dienen om duurzaamheidsregelgeving terug te schroeven. De overheid kan de kaart van «haalbaarheid en betaalbaarheid», zonder funderend bewijs en argumentatie, niet zomaar trekken.

Dit arrest vormt niet enkel een duidelijk rood licht voor het BHG, maar fungeert eveneens als richtingaanwijzer voor duurzaamheidsregelgeving en -beleid.

Livine Formesyn