Omschrijving
Alomvattend wettelijk kader voor termijnen en sancties bij afhandeling van schadegevallen door verzekeraars: tussen vernieuwing en behoud
Jaargang
2025 - 2026 (89)
Pagina
803
Auteur(s)
A. VanAcker
Trefwoorden

VERZEKERING

Bijkomende informatie

Alomvattend wettelijk kader voor termijnen & sancties bij afhandeling van schadegevallen door verzekeraars: tussen vernieuwing en behoud

Amber VanAcker

Doctoraatsassistent KU Leuven, Instituut voor Verzekeringsrecht; advocaat

De wet van 17 maart 2024 betreffende de termijnen en sancties voor de verzekeringsprestaties breidt de huidige beperkte regeling van termijnen en sancties voor de afhandeling van schadegevallen door verzekeraars uit tot alle verzekeringsovereenkomsten. Met het oog op eenvormigheid werden de bestaande regelingen voor brandverzekeringen en WAM-verzekeringen (wet van 17 maart 2024 tot wijziging van de WAM-wet) tevens aangepast. Per categorie van verzekeringsovereenkomsten wordt een verschillende, doch op dezelfde krachtlijnen gebaseerde, regeling inzake termijnen en sancties uitgewerkt

I. Inleiding

«De abnormaal lange beheerstermijnen [van verzekeraars] zijn een chronisch probleem geworden, waardoor de [verzekerings]sector in een negatieve spiraal dreigt terecht te komen», aldus de Ombudsman van de Verzekeringen.1 Ondanks de verbintenis van de verzekeringsonderneming om de schade correct te regelen binnen een redelijke termijn en om de uitbetaling van de hoe dan ook verschuldigde sommen niet negatief te beïnvloeden in geval van niet-betwisting van het recht op uitkering2, had tussen 2018 en 2022 25 tot 30% van de ingediende vragen tot tussenkomst bij de Ombudsman te maken met de termijnen waarbinnen de verzekeraars schadegevallen afhandelen. Het jaarverslag in 2018 meldde zelfs dat in 70% van de onderzochte dossiers een snellere afhandeling mogelijk was.3

In navolging van de reeds bestaande kritiek in de rechtsleer4, koppelde de Ombudsman de problematiek van de lange beheerstermijnen aan het ontbreken van een algemeen wettelijk kader. Hij stelde voor om voor alle verzekeringen een kader uit te werken voor de afhandeling van schadegevallen gebaseerd op de oorspronkelijke regelingen voor WAM-verzekeringen en brandverzekeringen eenvoudige risico’s.5

Op verzoek van de voogdijminister voor Verzekeringen verstrekte de Commissie voor Verzekeringen op 23 december 2022 een advies waarin ze een ontwerp van wettelijke regeling voorstelde inzake de algemene termijnen en sancties betreffende de betaling van verzekeringsuitkeringen.6 Dit voorstel vormde de basis voor de Wet van 17 maart 2024 betreffende de termijnen en sancties voor de verzekeringsprestaties (hierna: Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging van de Wet Verzekeringen van 4 april 2014, hierna: W.Verz.) en de Wet van dezelfde datum tot wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (hierna: Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging WAM-wet).7

De Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging WAM-wet voorzag een inwerkingtreding op 12 april 2024.8 De Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging W.Verz. trad pas in werking op 1 oktober 2024 en is van toepassing op verzoeken tot schadevergoeding die vanaf deze datum zijn ingediend.9

Deze bijdrage schetst kort de krachtlijnen van deze oorspronkelijke en (aanvullende) nieuwe regelgeving, overschouwt de nieuwe regeling van termijnen en sancties (zowel in geval van betwisting als zonder betwisting door de verzekeraar) en duidt ten slotte de eenvormige beginselen van schadeafwikkeling.10

II. Krachtlijnen van de oorspronkelijke (fragmentarische) & nieuwe (alomvattende) regelgeving

1. Voormelde wetten van 17 maart 2024 beogen om voor alle verzekeringsovereenkomsten, en niet slechts voor enkele specifieke categorieën, een alomvattend kader van termijnen en sancties voor verzekeringsprestaties uit te werken en verzekerden en benadeelden te beschermen tegen lange beheerstermijnen.11

2. Alomvattend betekent echter niet één uniforme regeling voor alle verzekeringsovereenkomsten. De wetgever opteerde er namelijk voor om de oorspronkelijke regelingen te behouden12:

- m.b.t. WAM-verzekeringen13: artt. 13-14 WAM-wet14;

- m.b.t. brandverzekeringen eenvoudige risico’s15: art. 121 W.Verz.16 en art. 9 KB 24 december 1992 betreffende de verzekering tegen brand en andere gevaren wat de eenvoudige risico’s betreft;

- m.b.t. levensverzekeringen17: art. 197/2 W.Verz.;

- m.b.t. aanvullende pensioenen (die buiten het bestek van deze bijdrage vallen)18.

Deze oorspronkelijke regelingen blijven behouden onder het nieuwe regelgevende kader, mits enkele aanpassingen met het oog op coherentie tussen alle regelingen. Zo voorzag de wetgever o.a. in de wijziging van de oorspronkelijke regelingen in artt. 13-14 en artt. 19bis-13-19bis-13/1 WAM-wet voor verkeersongevallen met motorrijtuigen19 en in art. 121 W.Verz. inzake brandverzekeringen eenvoudige risico’s.20

3. De verzekeringsovereenkomsten waarvoor nog geen regeling bestond21, deelde de wetgever op in drie verschillende categorieën en voorzag deze elk van een eigen regeling22:

- voor aansprakelijkheidsverzekeringen: artt. 145/2-145/3 W.Verz. (met uitzondering van WAM-verzekeringen)23, gebaseerd op de oorspronkelijke regeling in artt. 13-14 WAM-wet24;

- voor zaakverzekeringen: art. 111/1, §§ 2-3 W.Verz. (met uitzondering van de brandverzekeringen)25, gebaseerd op de oorspronkelijke regeling in art. 121 W.Verz.26;

- voor andere verzekeringen (restcategorie)27: art. 73/1, §§ 2-3 W.Verz. (met uitzondering van de levensverzekeringen)28.

Deze regelingen (behalve in geval van WAM-verzekeringen) worden naargelang het type verzekeringsovereenkomst geïntegreerd in de bestaande structuur van Deel 4 Landverzekeringsovereenkomst W.Verz..

4. Door het behoud van de oorspronkelijke regelingen en de invoering van de nieuwe regelingen omvat het wettelijk kader thans zes afzonderlijke regelingen (excl. de regeling inzake aanvullende pensioenen29):

Afbeelding27046

Vooraleer deze verschillende regelingen te bespreken, dient te worden opgemerkt dat de nieuwe regelingen enkel van toepassing zijn op betaling(en) die door de verzekeraar rechtstreeks aan de begunstigde van de verzekeringsprestatie worden gedaan.30 De betaling(en) door de verzekeraar aan gesubrogeerde derden of aan een dienstverlenende derde volgens een met die dienstverlener overeengekomen mechanisme binnen de grenzen van deze verzekeringsprestatie vallen buiten het toepassingsgebied.

Deze sancties en termijnen zijn m.a.w. niet van toepassing wanneer de verzekeringsprestatie moet worden uitbetaald aan een ziekenfonds, een andere verzekeraar, raadgevende artsen of advocaten in het kader van een rechtsbijstandverzekering. Ook wanneer de verzekeraar samen met een dienstverlenende derde een derdebetalerssysteem heeft opgezet waarbij de verzekeringsprestatie rechtstreeks aan de dienstverlener (die aan de begunstigde de dienst heeft verleend) wordt uitbetaald, zijn deze sancties en termijnen niet van toepassing (bv. in het kader van een ziektekostenverzekering met het ziekenhuis als dienstverlenende derde).31

III. Regeling van termijnen & sancties

5. Geïnspireerd op de oorspronkelijke artt. 13 en 14 WAM-wet, maken de zes regelingen een onderscheid tussen enerzijds de gevallen waarin de verzekeraar de dekking, aansprakelijkheid en/of schade betwist en anderzijds de gevallen waarin de verzekeraar de vordering niet betwist of louter de omvang van de schade betwist.

1. In geval van betwisting door de verzekeraar

6. De termijnen en sancties ingeval de verzekeraar de vordering tot vergoeding betwist, zijn geïnspireerd op art. 14 WAM-wet.32 Onderstaande tabel tracht de regelingen in geval van betwisting door de verzekeraar in de verschillende categorieën schematisch weer te geven.

Afbeelding27054

Wanneer een verzekerde (bij zaakverzekeringen)33 of benadeelde (bij aansprakelijkheidsverzekeringen)34 naar aanleiding van een schadegeval een verzoek tot schadevergoeding indient en de verzekeraar de dekking, aansprakelijkheid en/of schade betwist35, dan moet de verzekeraar binnen drie maanden (te rekenen vanaf datum van indiening van verzoek tot schadevergoeding) een met redenen omkleed antwoord geven op de elementen die in dat verzoek zijn opgenomen.36 In geval van een WAM-verzekering kan de betwisting door de verzekeraar daarnaast ook slaan op de toepassing van art. 29bis-29ter WAM-wet.37

De sanctie hierop is tweeledig. Vooreerst dient de verzekeraar van rechtswege een forfaitair bedrag van 300,00 euro (te indexeren) te betalen wanneer hij geen met redenen omkleed antwoord geeft en/of dit niet doet binnen de voorziene termijn van drie maanden.38

Ten tweede geldt een bijkomende sanctie die een actie van de begunstigde van de verzekeringsprestatie (in geval van een zaakverzekering) of benadeelde (in geval van een aansprakelijkheidsverzekering) veronderstelt. Na het verstrijken van de voornoemde termijn van drie maanden kan deze via een aangetekende zending of gelijkgesteld middel39 een herinnering aan de verzekeraar verzenden. Indien de verzekeraar niet binnen elf dagen (te rekenen vanaf de derde werkdag na de dag waarop de begunstigde de herinnering heeft verzonden)40 antwoordt, is de verzekeraar van rechtswege gehouden tot een forfaitair bedrag van 300,00 euro per dag vertraging (te indexeren), gerekend vanaf de dag van verzending van de herinnering door de begunstigde tot en met de dag van de ontvangst van het met redenen omklede antwoord of het gemotiveerde voorstel tot schadevergoeding.41

7. Ingeval een brandverzekeraar eenvoudige risico’s betwisting voert over de dekking, aansprakelijkheid en/of schade, bestaat echter onduidelijkheid over de toe te passen termijnen en sancties. Het nieuwe art. 121, § 8, zevende lid W.Verz., zoals ingevoerd bij de wet van 17 maart 2024 inzake wijziging W.Verz., bepaalt namelijk dat de termijnen en sancties in geval van betwisting niet van toepassing zijn op brandverzekeringen eenvoudige risico’s.42 Hoe wordt een verzekerde in een brandverzekering eenvoudige risico’s dan nog beschermd door bepaalde termijnen en sancties indien een verzekeraar zijn vordering betwist?

Een eerste benadering is dat de W.Verz. eenvoudigweg geen termijnen en sancties voorziet voor brandverzekeringen eenvoudige risico’s in geval van betwisting door een verzekeraar. Art. 121, §§ 2-7 W.Verz. is namelijk enkel van toepassing op brandverzekeringen eenvoudige risico’s in geval er geen betwisting wordt gevoerd over de dekking, aansprakelijkheid en/of schade, terwijl art. 121, § 8 W.Verz., dat een regeling inhoudt in geval van betwisting brandverzekeringen, eenvoudige risico’s uitdrukkelijk uitsluit van haar materieel toepassingsgebied.43 Bij gebrek aan een specifieke regeling in de W.Verz. geldt het gemeen recht, zodat de verzekerde enkel aanspraak kan maken op betaling van moratoire en compensatoire interesten.44

Een tweede benadering is dat bij gebreke aan een specifieke regeling in art. 121 W.Verz. inzake brandverzekeringen, deze leemte moet ingevuld worden door de toepassing van respectievelijk art. 111/1, § 2 W.Verz. of art. 73/1, § 2 W.Verz., dewelke voorzien in een regeling voor zaakverzekeringen, respectievelijk verzekeringen uit de restcategorie waarop geen andere specifieke wetsbepalingen van toepassing zijn.

De vraag blijft echter of het de bedoeling was van de wetgever om de verticaliteit van de verschillende categorieën te doorbreken door een leemte op vlak van termijnen en sancties in de categorie van de brandverzekeringen op te vangen via de termijnen uit een andere categorie. Daar een brandverzekering eenvoudige risico’s kwalificeert als een zaakverzekering, mag in dit geval aangenomen worden dat de regeling van de categorie van de overige zaakverzekeringen (art. 111/1, § 2 W.Verz.) van toepassing zou zijn. De parlementaire voorbereiding maakt hiervan echter geen gewag. Bovendien geeft de bewoording van art. 111/1 W.Verz. «[d]it artikel geldt bij gebreke van andere specifieke wetsbepalingen met betrekking tot bepaalde soorten schadegevallen, met name artikel 121» hierover geen uitsluitsel.

8. Ook voor levensverzekeringen waarbij de verzekeraar betwisting voert, bestaat geen duidelijkheid over de toepasselijke termijnen en sancties. Ook hier moet ervan worden uitgegaan dat het doel van de wetgever is om de termijnen en sancties voor levensverzekeringen uit te werken in art. 197/1-197/2 W.Verz. Deze artikelen bepalen echter geen expliciete termijnen voor gevallen waarin de verzekeraar betwisting voert of tussenkomst weigert. Of moet art. 197/2, § 3 W.Verz., die een bijkomende termijn voorziet indien de verzekeraar bijkomende inlichtingen nodig heeft en opvraagt, worden geïnterpreteerd als de termijn voor gevallen van betwisting? Kan de begunstigde van de verzekeringsprestatie ook hier niet terugvallen op enige termijn en/of sanctie in het W.Verz.? Valt hij in dat geval ook terug op de moratoire en compensatoire interesten?45

2. Ingeval er geen betwisting is door de verzekeraar

9. De termijnen en sancties ingeval de verzekeraar de vordering tot vergoeding niet betwist, zijn geïnspireerd op de oorspronkelijke regelingen in art. 121, § 2, 2° W.Verz. en art. 13, § 2, tweede lid WAM-wet. Onderstaande tabel tracht de regelingen van de onderscheiden categorieën schematisch voor te stellen.

Afbeelding27062

10. De basistermijn voor betaling bij brandverzekeringen eenvoudige risico’s in geval van (gedeeltelijke) vergoeding(en) zonder betwisting wordt bepaald op dertig dagen vanaf beëindiging van expertise of datum vaststelling van het schadebedrag.46 Voor brandverzekeringen eenvoudige risico’s gelden enkele afwijkende termijnen. Zo dienen de kosten van huisvesting en van andere eerste hulp te worden betaald binnen vijftien dagen vanaf mededeling van bewijs van de kosten.47 Ook dient een eerste gedeelte (gelijk aan de minimumvergoeding van 80% van de nieuwwaarde na aftrek van slijtage, zoals voorzien in art. 121, § 4, 1°, b) W.Verz.) te worden betaald in geval van wederopbouw of wedersamenstelling van beschadigde goederen en van vervanging van het beschadigde gebouw door de aankoop van een ander gebouw binnen dertig dagen na sluiting expertise of vaststelling schadebedrag.48

Voor alle overige zaakverzekeringen dient de betaling van een (gedeelte van de) vergoeding zonder betwisting binnen een termijn van dertig dagen na het onderling akkoord tussen de partijen te gebeuren.49

Wanneer de verzekeraar echter niet de dekking noch aansprakelijkheid betwist, maar wel het bedrag van de verzekeringsprestatie of de omvang van de schade, dan voorzien de verschillende regelingen vaak nog bijkomende termijnen. Bij alle zaakverzekeringen, incl. brandverzekeringen eenvoudige risico’s, stellen zowel de verzekerde als de verzekeraar in dat geval een expert aan om het bedrag van de schadevergoeding te bepalen. Wanneer dit niet lukt, dan stellen beide experten een derde expert aan om bij meerderheid van de stemmen definitief te beslissen over het schadebedrag. De beëindiging van de expertise moet volgen binnen negentig dagen na de datum waarop de verzekerde de verzekeraar op de hoogte bracht van de aanstelling van zijn expert. De kosten van alle experten worden voorgeschoten door de verzekeraar, en uiteindelijk gedragen door de in het ongelijk gestelde partij.50

Wanneer de basistermijn dan wel een van de bijkomende termijnen inzake zaakverzekeringen (incl. brandverzekeringen eenvoudige risico’s) wordt geschonden, is een sanctie van tweemaal de wettelijke interestvoet voorzien. Wanneer de betalingstermijn van dertig dagen niet wordt nageleefd, dan begint de sanctie te lopen vanaf de dag die volgt op het verstrijken van de termijn tot op de dag van de daadwerkelijke betaling, tenzij de verzekeraar bewijst dat de vertraging niet te wijten is aan hemzelf of aan een van zijn gevolmachtigden.51

11. De basistermijn voor betaling bij alle aansprakelijkheidsverzekeringen (incl. WAM-verzekeringen) wordt bepaald op dertig werkdagen na aanvaarding van voorstel tot schadevergoeding door benadeelde.52

In het geval het schadebedrag echter nog niet volledig is gekwantificeerd, dan dient de aansprakelijkheidsverzekeraar binnen drie maanden een voorstel tot voorschot voor te leggen. Belangrijk is dat in geval van schade uit lichamelijk letsel het voorschot minstens betrekking moet hebben op:

- de reeds gemaakte kosten,

- het zonder betwisting verschuldigde bedrag in het licht van de reeds gekende gevolgen van de geleden schade,

- de periodes van tijdelijke ongeschiktheid en invaliditeit die al zijn verstreken of nog te verwachten zijn op basis van de beschikbare, al dan niet tegensprekelijke, verslagen van de medische expertise.53

De beperking van het toekomstige nadeel tot drie maanden na datum waarop de benadeelde zijn verzoek tot schadevergoeding heeft ingediend, blijft evenwel behouden uit de oorspronkelijke regeling van de WAM-verzekeringen - en wordt breder doorgetrokken naar de overige aansprakelijkheidsverzekeringen.54

Wanneer de basistermijn dan wel een van de bijkomende termijnen inzake aansprakelijkheidsverzekeringen (incl. WAM-verzekeringen) wordt geschonden, is een sanctie van slechts eenmaal de wettelijke interestvoet voorzien.55 Het start- en eindpunt van deze sanctie verschillen echter naargelang van de geschonden termijn:

- Wanneer de betalingstermijn van dertig werkdagen wordt geschonden, dan vangt de sanctie aan op de dag van de ontvangst door de verzekeraar van de aanvaarding van het voorstel door de benadeelde tot de dag waarop het bedrag aan de benadeelde is gestort.56

- Bij een schending van de termijn van voorstel tot schadevergoeding gaat die sanctie in vanaf het verstrijken van de termijn van drie maanden tot de dag volgend op de dag van ontvangst van het voorstel door de benadeelde of tot de dag waarop het vonnis of arrest waarbij de vergoeding wordt toegewezen, in kracht van gewijsde is gegaan.57

- Indien dit voorstel kennelijk ontoereikend zou zijn, vangt de sanctie aan vanaf de dag na het verstrijken van de termijn van drie maanden tot de dag van het vonnis of het arrest waarbij een vergoeding wordt toegewezen.58

12. De uitbetaling van de verzekeringsprestatie in het geval van levensverzekeringen is dan weer onderworpen aan een termijn van één maand na ontvangst van alle documenten en informatie.59 Bij levensverzekeringen zijn ook bijkomende termijnen voorzien m.b.t. het verstrekken van informatie door de verzekeraar. Zo moet een verzekeraar die een aanvraag tot uitbetaling ontvangt, binnen twee weken aan de begunstigde schriftelijk meedelen welke documenten en informatie aan hem moeten worden overgemaakt met het oog op de uitbetaling van de verzekeringsprestatie en moet de verzekeraar binnen één maand meedelen dat bijkomende inlichtingen bij de documenten en informatie vereist zijn.60

Wanneer de basistermijn en/of een van de bijkomende termijnen inzake levensverzekeringen wordt geschonden, dan is een sanctie voorzien van eenmaal de wettelijke interestvoet. Deze sanctie begint te lopen vanaf de dag volgend op het verstrijken van de niet-nageleefde termijn tot de dag van het opvragen van de nodige documenten of inlichtingen of tot op de dag van de effectieve uitbetaling door de verzekeraar.61

13. Voor verzekeringen van de restcategorie is een betalingstermijn voorzien van dertig dagen vanaf de verzekeraar over de nodige elementen beschikt.62 Indien deze termijn wordt geschonden, volgt een sanctie van tweemaal de wettelijke interestvoet. Deze sanctie vangt aan op de dag die volgt op die waarop de betalingstermijn van dertig dagen verstrijkt tot op de dag van de daadwerkelijke betaling, tenzij de verzekeraar bewijst dat de vertraging niet aan hemzelf of een van zijn gevolmachtigden te wijten is.63

IV. Eenvormige voorwaarden voor schadeafwikkeling

14. Naast de verschillende termijnen en sancties werden voor de zes regelingen enkele voorwaarden ingevoerd die een vlotte en correcte afwikkeling van de schadegevallen en vorderingen tot vergoeding beogen.

Vooreerst geldt voor de zes regelingen dat de verzoeken van de verzekeraar in verband met de documenten en inlichtingen die hem in staat moeten stellen om te bepalen of het schadegeval door de waarborg gedekt is, alsook om het bedrag van de verzekeringsprestatie te bepalen, redelijk en relevant moeten zijn.64 Voor levensverzekeringen bepaalde art. 197/2, § 6 W.Verz. reeds expliciet dat de verzekeraar geen documenten of informatie die hij al ter beschikking heeft, mag opvragen aan begunstigden of derden, en dat de Koning (na advies van de FSMA) documenten en informatie mag bepalen die de verzekeraar al dan niet mag opvragen.65

Ten tweede moet, zoals eerder toegelicht, een verzekeraar of schaderegelaar in WAM-verzekeringen in het geval geen betwisting bestaat over de dekking en de aansprakelijkheid, maar wel omtrent het bedrag van de verzekeringsprestatie, een voorstel tot voorschot voorleggen. Dergelijke voorstellen mogen in geen enkel geval een kwijting, zelfs geen gedeeltelijke kwijting, voor saldo van rekening bevatten.66

Ten derde zijn ook opschortingsgronden van de termijnen opgenomen, aangezien aan het doel van deze wetgeving zou worden voorbijgegaan om verzekeraars te sanctioneren die buiten hun wil de verschillende termijnen niet kunnen naleven.67

De termijnen worden opgeschort:

- indien de verzekeraar de verzekerde schriftelijk in kennis heeft gesteld van de redenen die, buiten zijn wil68 en die van zijn gemachtigden om, de beëindiging van de expertise of de vaststelling van het schadebedrag beletten. Deze opschortingsgrond geldt voor verzekeringsovereenkomsten onder alle regelingen, behalve voor WAM-verzekeringen.69

- indien de verzekerde op datum van de beëindiging van de expertise niet alle verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst70 heeft nageleefd. In dat geval vangen de termijnen pas aan op het moment dat de verzekerde alle contractuele verplichtingen heeft vervuld. Deze opschortingsgrond is enkel van toepassing voor zaakverzekeringen (incl. brandverzekeringen eenvoudige risico’s).71

- indien er vermoedens bestaan dat de verzekerde of de begunstigde het schadegeval opzettelijk kan hebben veroorzaakt. Bij brandverzekeringen eenvoudige risico’s was vóór de Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging W.Verz. «diefstal» vermeld als één van de opschortingsgronden.72 Het gewijzigde art. 121, § 3, 2° W.Verz. schaft de mogelijkheid voor verzekeraars om de termijnen op te schorten louter op grond van diefstal af. Indien er nu vermoedens bestaan dat de verzekerde of begunstigde het schadegeval opzettelijk zou hebben veroorzaakt, kan de verzekeraar zich het recht voorbehouden om een kopie te vragen van het strafdossier. De verzekeraar moet deze kopie echter wel zo snel mogelijk opvragen. In het geval van een expertise is de verzekeraar thans verplicht om dit te doen binnen dertig dagen na beëindiging van de expertise. Wanneer uit dit dossier blijkt dat de verzekerde of begunstigde niet strafrechtelijk wordt vervolgd, moet de betaling gebeuren binnen dertig dagen na kennisname van de conclusies in het strafdossier. Deze opschortingsgrond is enkel van toepassing op overige zaakverzekeringen conform art. 111/1 W.Verz. en brandverzekeringen eenvoudige risico’s.73

- indien het schadegeval is veroorzaakt door een natuurramp. In een dergelijk geval kan de minister bevoegd voor Economische Zaken de termijnen voor het uitvoeren van een verzekeringsprestatie verlengen. Deze opschortingsgrond geldt enkel voor brandverzekeringen eenvoudige risico’s.74

- indien de minimale bedenktermijn van vijf werkdagen te rekenen vanaf het door de verzekeraar gedane voorstel tot schadevergoeding nog niet is verstreken, zoals bepaald in het nieuwe art. 121/1, § 6 W.Verz. Ook deze opschortingsgrond is enkel van toepassing voor brandverzekeringen eenvoudige risico’s.75

V. Slotbeschouwingen

15. Hoewel de wetten van 17 maart 2024 een alomvattend kader omtrent termijnen en sancties voor de verzekeringsprestaties beogen uit te werken, slagen zij slechts gedeeltelijk in deze opzet.

Aangezien het vernieuwde wettelijk kader balanceert tussen vernieuwing en behoud, staat alomvattend in deze niet gelijk aan uniform. Door het uiteenvallen in zes verschillende categorieën van verzekeringsovereenkomsten76, opgedeeld in een geval van betwisting en van niet-betwisting, geeft het wettelijk kader de indruk eerder versnipperd te zijn.

Vervolgens blijft het voor bepaalde categorieën (met name levensverzekeringen (betwisting) en brandverzekeringen eenvoudige risico’s (betwisting)) onduidelijk of en zo ja, welke termijnen en sancties van toepassing zijn, waardoor er rechtsonzekerheid bestaat over de bescherming van de verzekerde of begunstigde tegen lange beheerstermijnen.

Ten slotte zal de tijd moeten uitwijzen of dit uitgebreidere wettelijk kader in realiteit ook een snellere afhandeling van schadegevallen door verzekeraars tot gevolg zal hebben.

1  OMBUDSMAN ASSURANCES VERZEKERINGEN, Jaarverslag 2022, https://www.ombudsman-insurance-annualreport.be/2022-ombudsman-verzekeringen-jaarverslag/ (laatst geraadpleegd op 6 januari 2025).

2  ASSURALIA (voorheen: BVVO), Gedragsregels van de Verzekeringsonderneming, 1999, https://files.assuralia.be/werking-verzekering_fonctionnement-assurance/gedragsregels/NL_code_verzekeringsonderneming.pdf (laatst geraadpleegd op 27 augustus 2025), 6, punt 2.3; ASSURALIA, Aanbevelingen Schaderegeling, 2015, https://files.assuralia.be/gedragsregels_reglesdeconduite/aanbevelingen-schaderegeling_recommandations-reglement-de-sinistres/130415_NL_schaderegeling.pdf (laatst geraadpleegd op 27 augustus 2025), 3, punt 3.

3  De verschillende jaarverslagen van de Ombudsman van de Verzekeringen kunnen geraadpleegd worden via volgende weblinks: OMBUDSMAN ASSURANCES VERZEKERINGEN, Jaarverslag 2018, https://www.ombudsman-insurance-annualreport.be/2018-ombudsman-verzekeringen-jaarverslag/ (laatst geraadpleegd 6 januari 2024); OMBUDSMAN ASSURANCES VERZEKERINGEN, Jaarverslag 2019, https://www.ombudsman-insurance-annualreport.be/2019-ombudsman-verzekeringen-jaarverslag/ (laatst geraadpleegd 19 november 2024); OMBUDSMAN ASSURANCES VERZEKERINGEN, Jaarverslag 2020, https://www.ombudsman-insurance-annualreport.be/2020-ombudsman-verzekeringen-jaarverslag/ (laatst geraadpleegd 19 november 2024); OMBUDSMAN ASSURANCES VERZEKERINGEN, Jaarverslag 2021, https://www.ombudsman-insurance-annualreport.be/2021-ombudsman-verzekeringen-jaarverslag/ (laatst geraadpleegd 19 november 2024); OMBUDSMAN ASSURANCES VERZEKERINGEN, Jaarverslag 2022, https://www.ombudsman-insurance-annualreport.be/2022-ombudsman-verzekeringen-jaarverslag/#introduction (laatst geraadpleegd op 6 januari 2025).

4  Een eerdere poging om via een gedragscode de beheerstermijnen voor slachtoffers van verkeersongevallen te beperken, strekte nooit tot wetgeving (Wetsvoorstel betreffende de opmaak van een gedragscode voor de behandeling van letselschade en de opmaak van «Letselschade Richtlijnen», KAMER 2018-2019, 20 februari 2018, nr. 54 2943/001 (ondertussen vervallen); Advies van de Raad van State nr. 63.812/1/V van 13 augustus 2018 bij wetsvoorstel betreffende de opmaak van een gedragscode voor de behandeling van letselschade en de opmaak van «Letselschade Richtlijnen», KAMER, 2018-2019, 23 augustus 2018, nr. 54 2943/003; COMMISSIE VOOR VERZEKERINGEN, Advies over het wetsvoorstel betreffende de opmaak van een gedragscode voor de behandeling van letselschade en de opmaak van «Letselschade Richtlijnen», 19 oktober 2018, DOC/C2018/9; Stroobants N., «Naar een snellere vergoeding voor slachtoffers van verkeersongevallen?», RW 2018-19, afl. 18, 682).

5  Wetsontwerp betreffende de termijnen en de sancties voor de verzekeringsprestaties, KAMER, 2023-2024, 21 december 2023, nr. DOC55 3749/0001, 4; OMBUDSMAN ASSURANCES VERZEKERINGEN, Jaarverslag 2018, 44, https://www.ombudsman-insurance-annualreport.be/2018-ombudsman-verzekeringen-jaarverslag/pdf/Ombudsman-Verz-Jaarverslag2018_nl.pdf (laatst geraadpleegd op 6 januari 2025); Van Schoubroeck C., «Termijnen in de schaderegeling BOAR» in Rogge J. (ed.), Schadeloosstelling in verzekeringen (speciaal nummer T.Verz.), Kluwer, 2003, 35.

6  COMMISSIE VOOR VERZEKERINGEN, Advies over de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar, 23 december 2022, DOC/C2022/8, https://www.fsma.be/sites/default/files/media/files/2023-02/advice_c_2022_8_nl.pdf (laatst geraadpleegd op 19 november 2024).

7  Wet 17 maart 2024 betreffende de termijnen en sancties voor de verzekeringsprestaties, BS 2 april 2024; Wet 17 maart 2024 tot wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, BS 2 april 2024.

8  Art. 32, tweede lid Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging WAM.

9  Art. 10, eerste en tweede lid Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging W.Verz.

10  Zie hierover tevens o.m.: De Menten B., «Nouveau délais de paiement en assurances», T.Verz. 2025, afl. 1, 430; Everaets M., «La simplification des règles de résiliation des contrats d’assurance et la modification des délais et sanctions relatifs au paiement des prestations d’assurance», RGAR 2025, afl. 1, 1.

11  Wetsontwerp betreffende de termijnen en de sancties voor de verzekeringsprestaties, KAMER, 2023-2024, 21 december 2023, nr. DOC55 3749/001, 4.

12  Van Schoubroeck C., «Termijnen in de schaderegeling BOAR» in Rogge J. (ed.), Schadeloosstelling in verzekeringen (speciaal nummer T.Verz.), Kluwer, 2003, (35) 37-38.

13  Art. 2, § 1 Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, BS 8 december 1989.

14  Richtlijn 2000/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 mei 2000 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en houdende wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG van de Raad, Pb.L. 20 juli 2000, L181/65 (ondertussen opgeheven en opgenomen in de Coördinatierichtlijn 2009/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle de op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, Pb.L. 7 oktober 2009, L263/11) en omgezet bij art. 6 Wet van 22 augustus 2002 houdende diverse bepalingen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, BS 17 september 2002. Voor een gedetailleerde bespreking zie o.m. Van Schoubroeck C., «Krachtlijnen van de Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering en omzetting naar Belgisch recht» in Van Schoubroeck C. (ed.), BA-Autoverzekering: van vierde Europese richtlijn tot Belgische strijd tegen niet-verzekering, Maklu, 2004, (187) 226; Vereecken S., «Gewijzigde wetgeving motorrijtuigenverzekering», NJW 2004, (1370) 1377. Artt. 13-14 WAM-wet werden evenwel gewijzigd via de artt. 11-12 Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging WAM-wet (cf. infra).

15  Art. 5 Koninklijk Besluit van 24 december 1992 tot uitvoering van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, BS 31 december 1992, definieert het begrip «eenvoudig risico».

16  Wet betreffende de verzekeringen van 4 april 2014, BS 30 april 2014, 35487.

17  Art. 5, 11° W.Verz.

18  Zie voor deze regeling van de verzekeringsprestaties in het kader van aanvullende pensioenen: art. 49 Programmawet (I) 24 december 2002, BS 31 december 2002, err. BS 7 februari 2003; art. 27 Wet 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, BS 15 mei 2003, err., BS 26 mei 2003; art. 40 Wet 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen, BS 19 juni 2014; art. 7 Wet 18 februari 2018 houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen en tot instelling van een aanvullend pensioen voor de zelfstandigen actief als natuurlijk persoon, voor de meewerkende echtgenoten en voor de zelfstandige helpers, BS 30 maart 2018; art. 11 Wet 6 december 2018 tot instelling van een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers en houdende diverse bepalingen inzake aanvullende pensioenen, BS 27 december 2018.

19  Art. 19bis-13 en 19bis-13/1 W.Verz. werkten reeds een regeling uit inzake termijnen voor het Gemeenschappelijk Waarborgfonds (hierna: Fonds), die dan werd gewijzigd bij Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging WAM-wet.

20  De wijzigingen van de oorspronkelijke regelingen zijn respectievelijk te vinden in: artt. 11-12 en 21-24 Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging WAM-wet; art. 4 Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging W.Verz.

21  Op deze verzekeringsovereenkomsten was het gemeen recht van toepassing, waarbij de verzekerde of benadeelde aanspraak kan maken op de betaling van moratoire en desgevallend compensatoire interesten (Van Schoubroeck C., «Termijnen in de schaderegeling BOAR» in Rogge J. (ed.), Schadeloosstelling in verzekeringen (speciaal nummer T.Verz.), Kluwer, 2003, (35) 38).

22  Wetsontwerp betreffende de termijnen en de sancties voor de verzekeringsprestaties, KAMER, 2023-2024, 21 december 2023, nr. DOC55 3749/001, 5; KAMER, 2023-24, nr. DOC55 3749/001, 111 e.v. COMMISSIE VOOR VERZEKERINGEN, Advies over de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar, 23 december 2022, DOC/C2022/8. In de memorie van toelichting van het wetsontwerp betreffende de termijnen en de sancties voor de verzekeringsprestaties en het advies van de Commissie voor Verzekeringen wordt afwisselend gesproken over categorieën en over assen. In deze bijdrage kiezen we ervoor om systematisch de term «categorie» te hanteren.

23  Art. 5-9 Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging W.Verz.

24  Zie hierover o.m.: Amankwah J., «Commentaar bij art. 14 WAM-wet» in X., Verzekeringsrecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer, september 2021, 109; Amankwah J., «Commentaar bij art. 13 WAM-wet» in X., Verzekeringsrecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer, september 2021, 101; Stroobants N., «Naar een snellere vergoeding voor slachtoffers van verkeersongevallen?», RW 2018-19, afl. 18, 682; Van Schoubroeck C., «Krachtlijnen van de vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering en omzetting naar Belgisch recht» in Van Schoubroeck C., BA-autoverzekering: van vierde Europese richtlijn tot Belgische strijd tegen niet-verzekering, Maklu, 2004, 189; Vereecken S., «Gewijzigde wetgeving motorrijtuigenverzekering», NJW 2004, afl. 93, 1370; Van Schoubroeck C., «Termijnen in de schaderegeling BOAR» in Rogge J. (ed.), Schadeloosstelling in verzekeringen (speciaal nummer T.Verz.), Kluwer, 2003, (35) 44-48.

25  Art. 3 Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging W.Verz.

26  Zie hierover o.m.: Schuermans L. en Van Schoubroeck C., Grondslagen van het Belgische verzekeringsrecht, Intersentia, 2015, 475-478; Van Schoubroeck C., «Termijnen in de schaderegeling BOAR» in J. Rogge (ed.), Schadeloosstelling in verzekeringen (speciaal nummer T.Verz.), Kluwer, 2003, (35) 41-44; Van Schoubroeck C., «Gewijzigde bepalingen inzake termijnen tot betaling van een vergoeding in de brandverzekering eenvoudige risico’s» (noot bij Rb. Hasselt (10e k.) 31 mei 2001), TBH 2003, afl. 8, 692; De Maeseneire D., «Art. 67 Wet Landverzekeringsovereenkomst», T.Verz. 2001, afl. 4, (761) 761.

27  Deze restcategorie omvat o.a. rechtsbijstandsverzekeringen en alle persoonsverzekeringen andere dan levensverzekeringen (zoals bv. ongevallenverzekeringen, verzekeringen gewaarborgd inkomen, ziekteverzekeringen).

28  Art. 2 Wet van 17 maart 2024 inzake wijziging W.Verz.

29  Cf. voetnoot 18.

30  Art. 73/1, § 9 W.Verz., art. 111/1, § 8 W.Verz. en art. 145/5 W.Verz.

31  COMMISSIE VOOR VERZEKERINGEN, Advies over de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar, 23 december 2022, DOC/C2022/8, 10.

32  Cf. voetnoot 24.

33  De verzekerde betreft degene die door de verzekering is gedekt tegen vermogensschade (art. 5, 17° W.Verz.).

34  De benadeelde in aansprakelijkheidsverzekeringen betreft degene aan wie schade is toegebracht waarvoor de verzekerde aansprakelijk is en die een eigen recht heeft tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar (artt. 55, 1° en 150 W.Verz.). Het begrip dient echter niet beperkend te worden geïnterpreteerd, waardoor deze regeling ook van toepassing is wanneer de verzekerde zelf zich tot de aansprakelijkheidsverzekeraar wendt (Amankwah J., «Commentaar bij art. 13 WAM-wet» in X., Verzekeringsrecht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer, september 2021, (101) 105; Van Schoubroeck C., «Krachtlijnen van de vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering en omzetting naar Belgisch recht» in Van Schoubroeck C., BA-autoverzekering: van vierde Europese richtlijn tot Belgische strijd tegen niet-verzekering, Maklu, 2004, (189) 230; Van Schoubroeck C., «Termijnen in de schaderegeling BOAR» in Rogge J. (ed.), Schadeloosstelling in verzekeringen (speciaal nummer T.Verz.), Kluwer, 2003, (35) 47-48).

35  In geval van WAM-verzekeringen kwalificeert ook het gebrek aan (ondubbelzinnig) standpunt namens de verzekeraar omtrent de aansprakelijkheid en de schade als een betwisting omtrent de dekking, aansprakelijkheid en/of schade en valt aldus onder de termijnen en sancties van art. 14 WAM-wet (Cass. 22 januari 2021, AR nr. C.19.0625.N, RW 2021-22, afl. 42, 1670, T.Verz. 2023, afl. 1, 65).

36  De termijnen voor brandverzekeringen (behalve eenvoudige risico’s) worden vastgelegd in art. 121, § 8 W.Verz., voor overige zaakverzekeringen in art. 111/1, § 2, eerste lid W.Verz., voor WAM-verzekeringen in art. 14, § 2, eerste lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/3, § 2 WAM-wet), voor overige aansprakelijkheidsverzekeringen in art. 145/3, § 1 W.Verz. en voor verzekeringen uit de restcategorie in art. 73/1, § 2, eerste lid W.Verz.

37  Art. 14, § 1 WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/3, § 2 WAM-wet).

38  De sancties voor brandverzekeringen (behalve eenvoudige risico’s) worden vastgelegd in art. 121, § 8, tweede en zesde lid W.Verz., voor overige zaakverzekeringen in art. 111/1, § 2, tweede en zesde lid W.Verz., voor WAM-verzekeringen in art. 14, § 2, eerste en vijfde lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/3, § 3, eerste en vijfde lid WAM-wet), voor overige aansprakelijkheidsverzekeringen in art. 145/3, § 2, eerste en vijfde lid W.Verz. en verzekeringen uit de restcategorie in art. 73/1, § 2, tweede en zesde lid W.Verz.

39  Een ander communicatiemiddel dan een aangetekende zending waarmee eveneens het bewijs kan worden geleverd dat de kennisgeving bij de geadresseerde is aangekomen en dat deze hier kennis van kon (of had moeten) nemen en waarmee de identiteit van de benadeelde/verzekerde en de kennisgevingsdatum kunnen worden gewaarborgd (bv. een beveiligde applicatie die gekoppeld is aan een identificatiesysteem, zoals Itsme) (Wetsontwerp betreffende de termijnen en de sancties voor de verzekeringsprestaties, KAMER 2023-2024, 21 december 2023, nr. DOC55 3749/001, 8, 13 en 19).

40  De oorspronkelijke tekst van het wetsvoorstel stelde dat «de begunstigde van de prestatie (...) rechtswege gehouden [is] tot betaling (...) vanaf de dag van de verzending van de herinnering indien hij niet binnen veertien dagen op de herinnering heeft geantwoord.» Aangezien deze eerdere formulering ertoe zou kunnen leiden dat de betalingsverplichting als sanctie al wordt opgelegd op een ogenblik dat de verzekeraar nog geen kennis heeft van de herinnering en aldus dat een verzekeraar onterecht zou gesanctioneerd worden, adviseerde de Raad van State om het tijdstip te wijzigen naar de derde werkdag volgend op de dag van de verzending van de vraag over de ontbrekende informatie mits aan de geadresseerde de mogelijkheid wordt gegeven te bewijzen dat de kennisgeving hem pas later heeft bereikt (conform art. 53bis Ger.W.) (Wetsontwerp betreffende de termijnen en de sancties voor de verzekeringsprestaties, KAMER 2023-2024, 21 december 2023, nr. DOC55 3749/001, 22, 24, 26, 29 en 49; RAAD VAN STATE, Advies over een voorontwerp van wet «betreffende de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar», 4 oktober 2023, 74.020/1, 7).

41  De bijkomende sancties voor brandverzekeringen (behalve eenvoudige risico’s) worden vastgelegd in art. 121, § 8, derde, vierde, vijfde en zesde lid W.Verz., voor overige zaakverzekeringen in art. 111/1, § 2, derde, vierde, vijfde en zesde lid W.Verz., voor WAM-verzekeringen in art. 14, § 2, tweede, derde, vierde en vijfde lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/3, § 3, tweede, derde, vierde en vijfde lid W.Verz., voor overige aansprakelijkheidsverzekeringen in art. 145/3, § 2, tweede, derde, vierde en vijfde lid W.Verz. en voor verzekeringen uit de restcategorie in art. 73/1, § 2, derde, vierde, vijfde en zesde lid W.Verz.

42  De Raad van State adviseerde om het toepassingsgebied van art. 121, § 8 W.Verz. te beperken tot brandverzekeringen excl. eenvoudige risico’s (RAAD VAN STATE, Advies over een voorontwerp van wet «betreffende de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar», 4 oktober 2023, 74.020/1, 7-8).

43  Art. 121, § 8, zevende lid W.Verz.

44  Van Schoubroeck C., «Termijnen in de schaderegeling BOAR» in Rogge J. (ed.), Schadeloosstelling in verzekeringen (speciaal nummer T.Verz.), Kluwer, 2003, (35) 38.

45  De parlementaire voorbereiding bevat echter geen verduidelijking hieromtrent (Wetsvoorstel houdende diverse bepalingen inzake economie, KAMER 2018-2019, 20 februari 2019, nr. DOC 54 3570/001, 40-42).

46  Art. 121, § 2, 2° en 5° W.Verz.

47  Art. 121, § 2, 1° W.Verz.

48  Art. 121, § 2, 3°-4° W.Verz.

49  Art. 111/1, § 3, eerste lid W.Verz.

50  Art. 111/1, §§ 3, tweede en derde lid W.Verz. en art. 121, § 2, 2°, eerste en tweede lid W.Verz. In de praktijk betekent dit dat de verzekeraar de kosten van de door verzekerde aangestelde expert alsook van de eventuele derde expert definitief zal dragen van zodra een deel van de vordering van de verzekerde, hoe beperkt ook, wordt toegekend. Enkel in het geval de verzekerde geheel in het ongelijk wordt gesteld, draagt hij zelf de kosten voor zijn eigen expert en voor de eventuele derde expert. In het advies van de Commissie voor Verzekeringen is als verantwoording van deze regeling gewezen op de noodzaak om in het belang van verzekerden ongerechtvaardigde betwistingen te voorkomen (COMMISSIE VOOR VERZEKERINGEN, Advies over de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar, 23 december 2022, DOC/C2022/8, 6).

51  Art. 111/1, § 5 W.Verz. en art. 121, § 7 W.Verz. Een vertraging die uitsluitend te wijten is aan de beslissing van de verzekeraar om dekking te weigeren kwalificeert niet als een vertraging die te wijten is aan de verzekeraar of een van zijn gevolmachtigden (Cass. 9 september 2022, AR nr. C.21.0461.N, JLMB 2023, afl. 42, 1918, RW 2023-24, afl. 10, 395, T.Verz. 2024, afl. 4, 427; Gent 24 april 2025, TGR-TWVR 2025, afl. 2, 100).

52  Art. 13, § 1, derde lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 3 WAM-wet) en art. 145/2, § 3, tweede lid W.Verz.

53  Art. 13, § 1, tweede lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 2, derde lid WAM-wet en art. 145/2, § 1, tweede lid W.Verz.

54  Art. 13, § 1, tweede lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 2, derde lid WAM-wet) en art. 145/2, § 1, tweede lid W.Verz.

55  Art. 145/2, § 3 W.Verz. en art. 13, § 3 WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 5 WAM-wet).

56  Art. 145/2, § 3, tweede lid W.Verz. en art. 13, § 3, tweede lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 5, tweede lid WAM-wet).

57  Art. 145/2, § 3, eerste lid W.Verz. en art. 13, § 3, eerste lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 5, eerste lid WAM-wet).

58  Art. 145/2, § 3, derde lid W.Verz. en art. 13, § 3, derde lid WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 5, derde lid WAM-wet).

59  Art. 197/2, § 4, eerste lid W.Verz.

60  Art. 197/2, §§ 1 en 3 W.Verz.

61  Art. 197/2, § 5 W.Verz.

62  Art. 73/1, §§ 3 en 6, eerste lid W.Verz.

63  Art. 73/1, § 6, tweede lid W.Verz.

64  De bepalingen voor brandverzekeringen (incl. brandverzekeringen eenvoudige risico’s) zijn vastgelegd in art. 121, § 9 W.Verz., voor overige zaakverzekeringen in art. 111/1, § 6 W.Verz., voor WAM-verzekeringen in art. 13, § 5 WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 7 WAM-wet), voor overige aansprakelijkheidsverzekeringen in art. 145, § 5 W.Verz., voor levensverzekeringen in art. 197/2, § 6 W.Verz. en voor verzekeringen uit de restcategorie in art. 73/1, § 7 W.Verz.

65  Tot op heden maakte de Koning van deze mogelijkheid nog geen gebruik.

66  Art. 73/1, § 5 W.Verz., art. 111/1, § 7 W.Verz., art. 121, § 10 W.Verz., art. 145/2, § 4 W.Verz. en art. 13, § 4 WAM-wet (voor het Fonds: art. 19bis-13/2, § 6 WAM-wet) bepalen aldus dat deze voorstellen tot voorschot geen vergoedingskwitantie of vaststelling van een door de verzekeraar ten gunste van de benadeelde/verzekerde verrichte betaling van schadevergoeding (conform art. 148 W.Verz.) mogen bevatten.

67  COMMISSIE VOOR VERZEKERINGEN, Advies over de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar, 23 december 2022, DOC/C2022/8, 9-10.

68  Redenen buiten de wil van verzekeraars en van zijn gemachtigden om zijn bv. meervoudige of complexe schadegevallen of schadegevallen waarbij het onduidelijk is aan wie de verzekeraar de vergoeding moet betalen (o.a. door geschillen tussen erfgenamen) (COMMISSIE VOOR VERZEKERINGEN, Advies over de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar, 23 december 2022, DOC/C2022/8, 9).

69  Art. 73/1, § 8 W.Verz., art. 111/1, § 4, eerste lid, 3° W.Verz., art. 121, § 3, 4° W.Verz., art. 145/4 W.Verz. en art. 197/2, § 4, tweede lid W.Verz.

70  Verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst zijn o.a. de premiebetaling (art. 67, 69 en 70 W.Verz.), de melding van het schadegeval (art. 74 W.Verz.) en het overmaken van noodzakelijke documenten (art. 111/1, § 6 en 121, § 9 W.Verz.).

71  Art. 111/1, § 4, eerste lid, 1° en tweede lid W.Verz. en art. 121, § 3, 1° W.Verz.

72  Zie hierover de verschillende standpunten in COMMISSIE VOOR VERZEKERINGEN, Advies over de termijnen en de sancties voor de prestaties van de verzekeraar, 23 december 2022, DOC/C2022/8, 9-10.

73  Art. 111/1, § 4, eerste lid, 2° en derde lid W.Verz. en art. 121, § 3, 2° W.Verz.

74  Art. 121, § 3, 3° W.Verz.

75  Art. 121, § 3, 5° W.Verz., zoals ingevoegd bij art. 69 Wet 3 mei 2024 houdende diverse bepalingen inzake economie (I), BS 31 mei 2024. Deze opschortingsgrond werd toegevoegd in het kader van de wet van 3 mei 2024 houdende diverse bepalingen inzake economie (I) en de wil van de wetgever om de professionalisering van brandexperten alsook de transparanties bij expertises te verhogen. Deze nieuwe opschortingsgrond trad, samen met het nieuwe art. 121/1 W.Verz., in werking op 1 juli 2025.

76  Categorieën zijn: brandverzekeringen, overige zaakverzekeringen, WAM-verzekeringen, overige aansprakelijkheidsverzekeringen, levensverzekeringen en overige verzekeringen die niet thuishoren in de eerder vernoemde categorieën.