Actualiteit
Coördinatie: Vincent Sagaert en Dirk Scheers
Nieuwe fiscale koers voor onderhoudsuitkeringen
Op 11 december 2025 heeft de Kamer het Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (56-0963) goedgekeurd. De artikelen 34-37 van deze wet verdienen bijzondere aandacht omdat zij de fiscale behandeling van onderhoudsuitkeringen in de inkomstenbelastingen wijzigen, met mogelijke gevolgen voor zowel bestaande als toekomstige alimentatieovereenkomsten en -vonnissen.
Voorheen gold dat wie verplicht is om op regelmatige basis onderhoudsuitkeringen te betalen, 80 procent van dat bedrag kon aftrekken van zijn totale netto-inkomen. Voor de ontvanger was datzelfde bedrag voor 80 procent belastbaar. Dit weerspiegelt het klassieke principe van de communicerende vaten in de inkomstenbelasting: een aftrek bij de ene partij correspondeert met een belastbare post bij de andere, zodat de operatie in principe neutraal blijft voor de schatkist. In de praktijk blijkt dit evenwel vaak niet het geval te zijn. Wanneer onderhoudsuitkeringen worden betaald ten behoeve van een (al dan niet meerderjarig) kind, zijn deze immers belastbaar in hoofde van het kind (Com.IB. nr. 126/79). Aangezien deze bedragen doorgaans onder de belastingvrije som blijven, volgt meestal geen effectieve belastingheffing.
Wegens deze asymmetrie zijn de regeringspartijen overeengekomen om zowel de aftrekbaarheid als de belastbaarheid te beperken en dat in dezelfde mate. Omdat de aftrek de schatkist meer kost dan de belastbaarheid opbrengt, dragen de maatregelen bij tot de sanering van het begrotingstekort. Met deze hervorming wordt dan ook uitvoering gegeven aan beleidsintenties uit het regeerakkoord van de federale regering-De Wever (Federaal regeerakkoord (2025-2029), 39).
De wet voorziet in een geleidelijke beperking van zowel de aftrekbaarheid als de belastbaarheid van onderhoudsuitkeringen. Het huidige percentage van 80 procent wordt vanaf 2025 gedurende drie opeenvolgende jaren telkens met 10 procent verlaagd, tot uiteindelijk 50 procent. De eerste beperking tot 70 procent geldt voor onderhoudsuitkeringen die vanaf 1 januari 2025 werden betaald of toegekend, en verbonden zijn met een belastbaar tijdperk dat eindigt na 30 december 2025. De tweede beperking tot 60 procent geldt voor onderhoudsuitkeringen die vanaf 1 januari 2026 worden betaald of toegekend. In 2027 bereikt de hervorming haar eindpunt: de aftrekbaarheid en belastbaarheid bedragen dan nog slechts 50 procent. Deze regeling geldt voor onderhoudsgelden ten voordele van zowel ex-partners als kinderen.
Daarnaast zijn de onderhoudsuitkeringen die worden betaald of toegekend aan inwoners buiten de Europese Economische Ruimte (EER) of buiten Zwitserland, niet langer aftrekbaar noch belastbaar. De fiscale gevolgen voor onderhoudsuitkeringen worden daarmee expliciet beperkt tot situaties waarin de schuldenaar of de begunstigde inwoner is van een EER-lidstaat of van Zwitserland. Deze maatregel treedt in werking vanaf de laatste dag van de maand waarin de nieuwe wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en geldt voor belastbare tijdperken die eindigen na die datum.
De nieuwe maatregelen worden ingevoerd zonder overgangsregeling. De eerste vermindering van 10 procent is reeds van toepassing op onderhoudsuitkeringen betaald in 2025. Ook de beperking van de fiscale gevolgen tot inwoners van een EER-lidstaat of van Zwitserland treedt zonder overgangsmaatregel in werking.
Indien destijds bij de vaststelling van de onderhoudsuitkering rekening werd gehouden met de fiscale impact, komen de verlaagde percentages neer op een onverwachte financiële tegenvaller. Het is dan ook denkbaar dat bestaande overeenkomsten of rechterlijke beslissingen over onderhoudsuitkeringen herzien zullen worden om de uitkeringen af te stemmen op het gewijzigde fiscale kader. Daarenboven kan de naleving van onderhoudsverplichtingen onder druk komen te staan, nu het fiscale voordeel voor onderhoudsschuldenaren een stimulans kan zijn om tijdig en regelmatig te betalen. Wanneer die stimulans vermindert, kan dit leiden tot een verhoogd beroep op de Dienst voor Alimentatievorderingen.
Ook bij toekomstige afspraken of beslissingen over onderhoudsuitkeringen kan de fiscale hervorming voelbaar zijn. Het risico bestaat dat de verminderde aftrekbaarheid tot lagere onderhoudsuitkeringen leidt. Daarmee wordt duidelijk dat deze fiscale ingreep niet enkel budgettaire implicaties heeft, maar ook rechtstreeks raakt aan de belangen van financieel kwetsbare ex-partners die voor hun levensonderhoud en/of dat van de kinderen aangewezen zijn op alimentatie.
Yana Mertens en Ingrid Boone