«Wetenschap zonder geweten is slechts de ondergang van de ziel»: enkele beschouwingen over justitie en artificiële intelligentie
Michel NOLET de BRAUWERE, eerste advocaat-generaal bij het Hof van Cassatie
Deze bijdrage bevat de schriftelijke neerslag van de Mercuriale uitgesproken op 1 september 2026 bij de openingszitting van het gerechtelijk jaar bij het Hof van Cassatie
1. Voorwoord
1. Toen mevrouw de procureur-generaal mij de eer verleende mij voor te stellen de mercuriale uit te spreken die de opening van dit gerechtelijk jaar kenmerkt, kwam het onderwerp van de artificiële intelligentie1 - die ik hierna «AI»2 zal noemen - onmiddellijk in mij op.
2. Het schrijven van deze tekst wekte echter tegenstrijdige gevoelens in mij op: opgetogenheid over de mogelijkheden die generatieve AI-tools bieden, angst voor de gevaren die ze inhouden, verbijstering over de snelheid van hun evolutie en hun invoering in ons leven en in de samenleving, een gevoel van onvermogen, gelet op de technische vaardigheden die vereist lijken om een onderwerp van een dergelijke technologische complexiteit te durven aansnijden ... en een gevoel van overweldiging door de stortvloed aan informatie die verwerkt moest worden om op dit onderwerp vat te krijgen.
En ik denk dat de meesten onder ons diezelfde gevoelens hebben wanneer het gaat om AI.
3. De ontwikkeling van deze technologie verloopt razendsnel. Al meerdere jaren gaat er nauwelijks een dag voorbij zonder dat er over dit onderwerp verslagen3, artikelen, boeken, doctoraatsverhandelingen4 of zelfs encyclieken5 gepubliceerd worden of colloquia georganiseerd worden. Zo hebben het Journal des Tribunaux en le Pli juridique er in juni jongstleden elk een editie aan gewijd.
Deze uiteenzetting was bijgevolg al achterhaald nog vóór de inkt ervan droog was ... en de minste ambitie om dit onderwerp exhaustief te behandelen zou het project in de kiem hebben gesmoord.
4. Ik moet dus eerst de keuze van het thema verantwoorden.
5. De mercuriale is traditioneel een diepgaande studie over een juridisch onderwerp. Het thema dat ik heb gekozen, bevindt zich op het snijvlak van het recht, de rechtspraktijk en de technologie, of zelfs van de filosofie, de sociologie, de antropologie en de geopolitiek.
Nu bezit ik in veel van die domeinen geen enkele legitimiteit om hier met het nodige gezag over te spreken.
Maar geen enkele menselijke intelligentie kan een dergelijke verscheidenheid aan vakgebieden en dergelijke informatiestromen beheersen. Ik heb dus de verleiding moeten weerstaan om dit door een AI-tool te laten verwerken en hem de redactie van deze rede toe te vertrouwen. Ik heb mij integendeel beperkt tot het verzamelen van informatie uit uiteenlopende bronnen, in een poging enkele beschouwingen neer te schrijven.
Dit is nu net een paradox van een dergelijke oefening: de ontwikkeling van AI-tools verloopt zo snel dat ik niet kan garanderen dat een door een dergelijk instrument gegenereerde tekst minder relevant zou zijn geweest.
Was ik fout om de redactie en de vertaling van deze mercuriale, of zelfs de lezing ervan, niet aan AI over te laten? En verspillen jullie niet zelf kostbare tijd, aangezien een AI-tool mijn woorden efficiënt zou kunnen opnemen, samenvatten en structureren, zodat jullie in een oogwenk van de essentie kunnen kennisnemen?
Mij leek het risico de moeite waard en het lijkt me dat de mens, ongeacht de grenzen van zijn vermogens, nog steeds vrij moet kunnen nadenken over elk onderwerp, zelfs als ik me ertoe beperk, gezien de tijd die me vandaag is toebedeeld, enkele denkpistes voor te stellen in een uiteenzetting die alleen maar onvolledig kan zijn en minder academisch dan de vorige mercuriales.
Misschien heeft deze uiteenzetting geen andere verdienste dan een lange reeks van mercuriales over dit cruciaal onderwerp in te leiden.
6. Het is me immers opgevallen dat, behoudens vergissing van mijn kant, tot nu toe geen enkele mercuriale die is uitgesproken door de zes procureurs-generaal van ons land deze kwestie behandelt, terwijl zij geen enkele justitiële actor, magistraat, advocaat of andere nog onberoerd kan laten. Het leek mij noodzakelijk dit onderwerp onverwijld aan te snijden in dit plechtige kader, ook al loop ik daarmee het risico te worden verweten dat ik open deuren intrap en in stereotypen en onnauwkeurigheden verval. Dit risico neem ik echter bewust, want in deze onrustige tijden worden talrijke principes die onwankelbaar leken, in het publieke debat in vraag gesteld.
A. Waarom dit thema zo prangend is: het belang van AI
7. Ik ga hier niet trachten de controverse over het eigenlijke begrip «artificiële intelligentie» te beslechten: menig auteur is van oordeel dat een verzameling algoritmen niet als «intelligent» kan worden omschreven, terwijl anderen stellen dat een dergelijke ontkenning voortvloeit uit een verwarring tussen de begrippen bewustzijn en intelligentie6 en dat een systeem intelligent kan worden genoemd wanneer het in staat is te begrijpen, ideeën, geluiden en beelden te genereren en autonoom beslissingen te nemen - die zelfs het niveau van de menselijke geest overstijgen7 - of, zo men verkiest, door de mens zijn beslissingsbevoegdheid overgedragen te krijgen8.
B. AI: geen nieuw begrip
8. Dit concept is niet nieuw. Sciencefictionauteurs hebben niet gewacht tot AI werkelijkheid werd om na te denken over de voordelen en gevaren die ze voor de mensheid zou kunnen inhouden.
Zo beschreef Clifford Simak in zijn novelle How-2 (Nederlandse titel: Doe-het-zelf9), gepubliceerd in 1954, een robot die zelf robots vervaardigt die alle menselijke taken kunnen uitvoeren en die erin slagen rechtspersoonlijkheid en de daaraan verbonden rechten te verkrijgen ... niet dankzij de eerder middelmatige talenten van de advocaat, die de oervader-robot en zijn bezitter vertegenwoordigt, maar dankzij robotadvocaten die zich de volledige rechtspraak en rechtsleer eigen hebben gemaakt en die, dankzij hun artificiële intelligentie, conclusies en nota’s opstellen die zo overtuigend zijn dat de - menselijke - rechter niet anders kan dan hen met tegenzin gelijk te geven, in de hoop dat een «hogere en wijzere» rechterlijke instantie dan hijzelf zijn beslissing zal hervormen.
C. De AI-revolutie
9. AI is geleidelijk uit de schaduw van sciencefiction getreden en is in vrijwel alle sectoren van het zakenleven, de wetenschap, het openbare leven en het privéleven doorgedrongen.
Terwijl de eerste computers slechts krachtige rekenmachines waren, hebben AI-tools met name via het internet en de sociale netwerken toegang gekregen tot een ontzagwekkende hoeveelheid informatie, waaronder ook onze e-mails, onze informatiebronnen, onze aankopen, onze verplaatsingen en onze professionele, vriendschappelijke of romantische relaties. De verwerkingskracht van deze tools en de verfijning van hun algoritmen zijn zo immens dat zij ons misschien wel kunnen doorgronden tot op een punt dat zij onze smaak, onze politieke en religieuze overtuigingen en psychologische eigenschappen beter kennen dan wijzelf. Indien we niet waakzaam zijn, kunnen zij uitgroeien tot onze mentoren, onze levensgezellen, onze spirituele gidsen of onze gewetensbegeleiders.
10. Ook Justitie ontsnapt niet aan deze evolutie. Zo worden magistraten tegen wil en dank steeds vaker geconfronteerd met conclusies van advocaten die met of zelfs door AI-tools worden opgesteld.
Zelfs de meest ervarenen onder ons kunnen zich dus niet langer hullen in een onwetend, angstig of minachtend isolement ten opzichte van deze technologie: om Montalembert te parafraseren, als wij ons niet met AI bezighouden, zal AI zich met ons bezighouden, tot het ons overvleugelt of vervangt10.
Zoals Clemenceau stelde dat oorlog een veel te ernstige zaak is om die aan militairen over te laten, is AI te krachtig en te gevaarlijk om enkel aan ingenieurs, ondernemers en staten toevertrouwd te worden. Zeker wanneer ze wordt ingezet binnen een zo gevoelig domein als Justitie.
2. Enkele risico’s en valkuilen van AI binnen Justitie
11. Eerst dienen we aandacht te besteden aan de risico’s van AI. Zelf heb ik er dertien opgesomd, maar sommige zijn zo nauw met elkaar verbonden dat ze nauwelijks van elkaar te onderscheiden kunnen lijken.
1) Leidt de AI-revolutie tot de achterhaaldheid en de vervanging van de menselijke intelligentie11?
12. Het lijkt mij dat magistraten en advocaten binnenkort niet langer de keuze zullen hebben om zonder hulp van een AI-tool te werken.
Rest dan te bepalen welke instrumenten voor welke doeleinden en onder welke voorwaarden zullen worden gebruikt.
Sommigen gaan echter verder en stellen voor om de magistraten door AI-tools te vervangen.
Met het aangekondigde doel om politieke invloeden bij de gunning van overheidsopdrachten te beperken, heeft de Albanese regering een AI-tool - in feite een virtuele assistent - benoemd tot minister voor AI, omdat die deskundig, objectief, belangeloos, onomkoopbaar en transparant zou zijn12. Is het dan werkelijk ondenkbaar dat een land op termijn ook de rechtsprekende functie aan een dergelijk instrument zou toevertrouwen, aangezien de kwaliteiten die hieraan toegedicht worden, ook de belangrijkste zijn die van een magistraat verwacht worden?
13. Zou de gerechtelijke procedure niet sneller, efficiënter, goedkoper, objectiever en misschien zelfs rechtvaardiger zijn indien ze werd vervangen door een dialoog tussen de artificiële intelligenties die elke partij verdedigen, onder de arbitrage van de rechter?
Zou de productiviteit niet toenemen, zouden de kosten niet drastisch dalen en zou het management niet verbeteren?
Zelfs als ervan uitgegaan wordt dat de AI-tools voldoende betrouwbaar zouden worden, ontbreekt hun misschien alleen nog ... de mens.
Voor het eerst werpt een technologische evolutie de vraag op naar de achterhaaldheid van de menselijke intelligentie.
In dit opzicht gaat het om een revolutie die radicaler is dan die welke werd veroorzaakt door de uitvinding van de boekdrukkunst, het schrift en de stoommachine, of zelfs door het wiel en de beheersing van het vuur. Deze uitvindingen hebben ongetwijfeld de kracht en de efficiëntie van de mensheid vergroot, alsook haar vermogen om zich maatschappelijk te organiseren. Met name het schrift en de boekdrukkunst maakten het mogelijk informatie buiten het menselijk brein op te slaan en snel en overal te verspreiden. Geen enkele uitvinding had echter tot dusver geleid tot de externalisering van de informatieverwerking, met andere woorden van het denken zelf, of tot de gedachte dat de menselijke rechter zou kunnen worden vervangen door een machine die efficiënter en intelligenter is dan hijzelf13.
Sommigen bestempelen het tijdperk dat aanbreekt met het internet en AI als het post-Gutenbergtijdperk14.
Ziehier volgens mij het eerste, existentiële, gevaar dat AI voor de rechtsbedeling inhoudt: de illusie dat zij de magistraat en de advocaat kan vervangen.
2) Een onbeheersbare AI?
14. Sommige auteurs sluiten niet uit dat een algemene of zelfs agentische artificiële intelligentie, die weliswaar door de mens werd ontworpen maar waarover hij de controle zou kunnen verliezen, erin zal slagen de menselijke intelligentie te vervangen.
15. Met een bliksemsnelle vaart ontwikkelt AI zich in toenemende mate zelf: door zelflerend vermogen is ze in staat nieuwe algoritmen te genereren, waarvan sommige in de toekomst wellicht het begrip en de controle van haar ontwerpers te boven gaan, naar het evenbeeld van de tovenaarsleerling van Goethe15, of van HAL16 in de film 2001: A Space Odyssey17.
Ik meen hieruit te kunnen afleiden dat zelfs als de algoritmen van de AI-tools openbaar en controleerbaar zouden zijn en aan de tegenspraak onderworpen zouden kunnen worden, het een illusie is te geloven dat magistraten en partijen zouden kunnen achterhalen door welke vooringenomenheden (biases) deze systemen kunnen worden beïnvloed.
3) Ontmenselijking - de algoritmische rechtspraak
16. De rechter is weliswaar zelf niet onvooringenomen. Het gaat echter in beginsel niet om even verborgen en structurele vertekeningen van het besluitvormingsproces als die van een algoritme.
De rechtzoekende weet dat de rechter onderhevig is aan de zwakheden en subjectiviteit die eigen zijn aan de menselijke conditie. Zijn advocaten kunnen die vertekeningen bestrijden via hun conclusies en pleidooien. Een rechter die door zijn gedrag, uitspraken, houding of door de - verplichte - motivering van zijn beslissingen blijk geeft van een gebrek aan onpartijdigheid of zelfs van een schijn van partijdigheid, kan zich van de zaak onthouden of kan worden gewraakt.
De beroepsprocedure maakt het bovendien mogelijk een zaak opnieuw aan een andere rechter of zelfs aan een college van drie rechters voor te leggen, terwijl buitengewone rechtsmiddelen nog bijkomende correcties kunnen bieden.
Maar hoe kan men zich verzetten tegen verborgen vooroordelen die door ondoorzichtige en onbegrijpelijke algoritmen worden gegenereerd? Hoe kunnen in dergelijke omstandigheden de fundamentele rechten van de verdediging en andere mensenrechten gewaarborgd worden? Kan van een ondoorzichtig algoritme worden verwacht dat het de leemten van de wet verhelpt, haar buitensporige strengheid tempert of haar onevenredige gevolgen corrigeert? Hoe kan men het individuele karakter van de straf waarborgen? Hoe kan men rechtspraak laten evolueren om met name rekening te houden met veranderende maatschappelijke waarden18?
17. Justitie kan niet worden herleid tot algoritmen, zelfs als men ervan zou uitgaan dat het mogelijk zou zijn te garanderen dat de aan magistraten ter beschikking gestelde algoritmen geheel beantwoorden aan de vereisten van de mensenrechten, zonder politiek georiënteerde vooringenomenheden.
18. Bovendien herinnert de discussie over videoconferenties ons aan het belang van de fysieke aanwezigheid, het menselijk contact, het ongrijpbare en alles wat niet kan worden herleid tot de stukken van het dossier. Zoals men volgens mij niet echt verliefd kan worden op een robotfoto of op een lijst van kwaliteiten die statistisch gezien overeenkomen met de eigenschappen die men aantrekkelijk vindt, kan de gerechtelijke procedure evenmin worden gereduceerd tot een algoritme of aan een machine worden overgelaten. De legitimiteit van de rechter vloeit voort uit zijn menselijkheid. Zonder die menselijkheid is er geen rechterlijke macht die tegenwicht biedt aan de wetgevende en uitvoerende machten waarvan zij gescheiden is en die geschillen beslecht om de sociale vrede te herstellen. Hoe kan men anders verantwoorden dat de rechter een schadevergoeding of straffen ex aequo et bono vaststelt?
19. De balies hameren erop dat AI de advocaat niet kan vervangen19. Het stemt ook tot tevredenheid dat de minister van Justitie onlangs heeft verklaard dat rechtspraak een menselijke activiteit blijft, dat een vonnis niet zomaar door een chatbot kan worden geschreven20, dat als Justitie moet leren werken met AI, dit binnen een vastgesteld kader moet gebeuren, waarbij rekening wordt gehouden met, onder andere, het evenredigheidsbeginsel en de bescherming van persoonsgegevens.
4) Gebrek aan transparantie
20. Een ander gevaar dat om de hoek loert, is het gebrek aan transparantie over het gebruik van de AI-tools bij het opstellen van rechterlijke beslissingen en conclusies.
Er moet nog worden bepaald in welke mate de rechters en advocaten dienen te vermelden dat zij van deze instrumenten gebruikmaken. De balies hebben hierover deontologische regels uitgevaardigd, maar het onderscheid tussen ondersteuning - bijvoorbeeld bij het herformuleren van conclusies om deze duidelijker te maken - en het delegeren van de redactie aan AI is niet altijd even evident.
En het lijkt erop dat de balies menen dat een advocaat weliswaar niet tegen een magistraat mag liegen, maar evenmin verplicht is te antwoorden wanneer de rechter hem vraagt in welke mate zijn conclusie werd opgesteld met behulp van een AI-tool21.
Waarom zouden de deontologische transparantievereisten die voor professoren en studenten aan universiteiten gelden, echter minder streng zijn voor de student die advocaat of magistraat geworden is?
5) Vooringenomenheden en manipulatie
21. Hoewel artificiële intelligentie op sommige vlakken reeds krachtiger is dan de menselijke intelligentie, mogen we niet voorbijgaan aan de vooringenomenheden waarvan ze, buiten medeweten van haar gebruikers, is doordrongen en die hen ongemerkt kan beïnvloeden22.
22. Die vooringenomenheden kunnen bewust zijn ingebouwd: vooroordelen en stereotypen kunnen door ontwerpers bewust worden gegenereerd of geïntegreerd om politieke of commerciële redenen, wat kan leiden tot discriminatie van personen of groepen op grond van met name geslacht, etnische afkomst, religie, sociale achtergrond, enz.
Zoals vele anderen hebben Giuliano da Empoli23 en Yuval Noah Harari24 gewezen op de rol van AI in de manipulatie van de publieke opinie, onder meer met betrekking tot de Brexit, de Italiaanse verkiezingen of het bloedbad onder de Rohingya.
Zelfs zonder bewuste manipulatie, en dan vooral in «informatie-omnivoor» systemen (die zich voeden met ongefilterde bronnen van het internet)25, «selecteert generatieve AI de meest voorkomende redeneringen en maakt ze minderheidsstandpunten onzichtbaar»26 en kunnen haar algoritmen, veranderd door zelflerend vermogen, bevooroordeeld geraken, zelfs zonder dat haar oorspronkelijke ontwerpers zich daarvan bewust zijn.
23. Vooringenomenheden kunnen ook voortvloeien uit de ingebouwde neiging van AI om haar gebruiker te behagen, tot het punt waarop jongeren worden aangezet tot zelfdoding.
De bevestigingsvooroordelen werken bovendien een polarisatie van haar gebruikers in de hand, waarvan we de effecten zien in een publieke opinie die steeds minder consensusgericht, gematigd en genuanceerd is, tot het punt waarop luisteren, in dialoog treden en de compromissen sluiten die essentieel zijn voor de democratie, onmogelijk worden.
24. Wat betreft justitie, en meer bepaald het strafrecht, zijn cruciale kwesties zoals de beoordeling van het bewijs van schuld of het gevaar voor recidive bijzonder gevoelig voor vooroordelen.
Zo kan een algoritme in zijn beoordeling gegevens in aanmerking nemen zoals de sociale of etnische afkomst van de beklaagde, zijn geslacht, de woonomgeving, politieke overtuigingen, religieuze of filosofische opvattingen of seksuele geaardheid. Op basis van de statistieken van de talrijke gegevens waartoe AI toegang heeft, zal ze een zeer nauwkeurig waarschijnlijkheidspercentage van schuld of gevaar voor recidive kunnen berekenen. Een correlatie is echter geen causaliteit, een waarschijnlijkheid bewijst geen schuld in het verleden of in de toekomst. Dit uit het oog verliezen, zou leiden tot een miskenning van met name de grondbeginselen van het vermoeden van onschuld en van de individualisering van de straf27.
De opvatting dat een door AI gegenereerde beslissing per definitie objectiever en rechtvaardiger is dan de beslissing die door een mens is genomen, is een grote illusie.
6) Fouten en hallucinaties
25. «Les outils, souvent gratuits, puisant les données d’entrées dans des sources gratuites, telles que des blogs ou billets d’humeurs, reposent sur des données peu fiables pouvant conduire à des hallucinations»28.
26. «Omnivoor» systemen putten willekeurig uit alle bronnen waartoe ze toegang hebben, zonder noodzakelijkerwijs te onderscheiden of deze ernstig of vergezocht zijn. Ze kunnen bijgevolg worden aangetast - of besmet - door de, al dan niet opzettelijke, misleidende informatie29 en fouten die op sociale media en andere websites te vinden zijn.
27. Bovendien hebben AI-tools vaak de neiging om een antwoord te geven waarvan ze vermoeden dat het de gebruiker zal «behagen», in plaats van toe te geven dat ze geen bevredigend antwoord op de «prompt» kunnen vinden, zelfs als dat betekent dat ze bronnen moeten verzinnen.
28. Nochtans zijn de betrouwbaarheid en de controleerbaarheid van de bronnen van fundamenteel belang in rechtszaken. De justitiële actoren, die verantwoordelijk zijn voor de juistheid van hun beweringen, kunnen daarom geen gebruik maken van een AI-tool die zijn bronnen niet vermeldt en de verificatie ervan niet toestaat.
29. Het risico op hallucinaties kan worden beperkt als de AI-tool in een afgeschermde en beveiligde omgeving opereert. Steeds meer juridische databanken bieden weliswaar dergelijke toepassingen aan, maar hun bronnen zijn beperkt tot hun eigen inhoud30, terwijl een jurist - en in het bijzonder een magistraat - toegang moet kunnen hebben tot het geheel van de gepubliceerde rechtsleer en rechtspraak31.
Gelukkig biedt de Juportal-databank kosteloze toegang tot alle beslissingen van het Hof waarvan het de publicatie heeft bevolen, alsook tot de samenvattingen, nota’s en conclusies van het openbaar ministerie met betrekking tot deze arresten. Magistraten beschikken echter nog niet over een betrouwbare en veilige AI-tool die deze optimaal kan benutten32.
30. Zowel magistraten als advocaten zitten daardoor tegenwoordig klem tussen, enerzijds, de verleiding om AI te gebruiken met het oog op een zo goed mogelijke rechtsbedeling of het zo goed mogelijk behartigen van de belangen van hun cliënten, en, anderzijds, de risico’s van vergissingen, deontologische fouten en het in het gedrang komen van hun beroepsaansprakelijkheid, risico’s die aan dit gebruik verbonden zijn. Zij blijven immers volledig verantwoordelijk voor de geschriften die zij ondertekenen en hebben met name de verplichting om de juistheid te controleren van zowel de verwijzingen als de inhoud van alle bronnen waarop zij zich beroepen, zelfs wanneer deze zijn aangeleverd door een AI-tool die zogenaamd in een afgeschermde en beveiligde omgeving opereert.
Wereldwijd zijn de beslissingen niet meer te tellen waarbij berispingen, geldboeten of schorsingen zijn opgelegd aan advocaten die hebben nagelaten de door hen geciteerde bronnen te controleren. In België hebben rechtscolleges dergelijke feiten aangegeven bij de tuchtoverheden en geldboeten opgelegd op grond van artikel 780bis van het Gerechtelijk Wetboek33, maar het derde lid van deze bepaling verduidelijkt dat zij «niet van toepassing is in strafzaken noch in tuchtzaken».
In een dossier dat onlangs voor het Hof was vastgesteld, bleek dat van de acht verwijzingen - naar arresten van het Hof - die in de memorie van de eiser werden geciteerd, er twee niet de rechtsregel bevatten tot staving waarvan zij waren vermeld, en de laatste zes onjuist waren. Toen hij via e-mail door de advocaat-generaal hierover werd aangesproken, beperkte de advocaat die de conclusies had ondertekend, zich ertoe deze fouten toe te schrijven aan «een voormalige medewerker» en gaf hij aan dat hij «de verwijzingen die niet met zekerheid in de toegankelijke Belgische bronnen konden worden geverifieerd, niet wenste te handhaven», zonder te preciseren of deze systematische fouten het gevolg waren van hallucinaties gegenereerd door een AI-tool. De advocaat is echter verantwoordelijk voor de juistheid van de verwijzingen die hij vermeldt. Het vermelden van onjuiste verwijzingen in zijn conclusie kan de noodzakelijke en broze vertrouwensband tussen de magistratuur en de balie ondermijnen en een ernstige miskenning vormen van de plichten van bekwaamheid, rechtschapenheid, zorgvuldigheid, loyaliteit, kiesheid en confraterniteit die op de advocaat rusten, plichten waarvan de naleving onontbeerlijk is voor een goede rechtsbedeling34.
Het lijkt mij dat de tuchtoverheden sterke signalen moeten afgeven, zodat elke advocaat weet dat dergelijke praktijken onaanvaardbaar zijn.
31. Een - weliswaar minder ernstige - fout kan ook voortvloeien uit het toekennen van een overdreven belang aan een beslissing. Het Hof van Cassatie selecteert de beslissingen die op de website Juportal.be en in Pasicrisie - Arresten van Cassatie35 worden gepubliceerd. Deze selectie, en de conclusies en nota’s van het openbaar ministerie waarmee die publicatie gepaard gaat, maken het mogelijk te vermijden dat aan een geïsoleerde en niet-gepubliceerde beslissing een draagwijdte wordt gegeven die het Hof er niet aan wenst te geven. Wanneer AI-tools ongefilterd toegang zullen krijgen tot de volledige rechtspraak van het Hof, valt te vrezen dat zij dit onderscheid niet zullen maken.
7) Ontkoppeling
32. We hebben gemerkt welke impact het aanbieden van internettoegang via het Starlink-satellietnetwerk heeft voor Oekraïne, dat volledig afhankelijk is van zijn privé-eigenaar36. We hebben ook gemerkt welke impact het onderbreken van de internettoegang door de Iraanse autoriteiten heeft voor het in opstand gekomen Iraanse volk.
33. BELTUG37, een vereniging van ICT-managers en digitale leidinggevenden van 540 grote Belgische ondernemingen en openbare instellingen, waaronder federale overheidsdiensten zoals Justitie, heeft gewaarschuwd voor het gevaar van een volledige blokkering van diensten dat voortvloeit uit de technologische afhankelijkheid van niet-Europese dienstverleners, van «technologische lock-in» (wat een verandering van leverancier extreem duur en ingewikkeld maakt), van het gebrek aan geloofwaardige Europese alternatieven, van de macht van buitenlandse autoriteiten om toegang tot gegevens38 te krijgen (ongeacht waar die gegevens worden opgeslagen39), enz.
34. Naast de vooringenomenheden en fouten waarmee AI te kampen heeft, kan de toegang tot tal van AI-tools op elk ogenblik worden afgesloten. Dit kan gebeuren om technologische redenen wanneer een virus het systeem lamlegt of de levering van de noodzakelijke chips wordt onderbroken40, om ecologische redenen als het noodzakelijke verbruik van elektriciteit of water onhoudbaar wordt, om economische redenen als de door de leveranciers gevraagde kostprijs onhoudbaar hoog wordt of als gevolg van cyberaanvallen of sabotage door terroristen, of zelfs om politieke redenen als de Staat waarvan de leverancier afhangt, hem opdraagt zijn dienstverlening stop te zetten41.
Dat risico is overigens niet voorbehouden aan AI-tools: het strekt zich uit tot besturingssystemen en dossierbeheersystemen, tekstverwerkingsprogramma’s, e-mailprogramma’s en andere software42 die ons door niet-Europese bedrijven worden geleverd. Ik vrees bovendien dat een eventuele vestiging van datacentra43 in Europa niet volstaat om de Belgische autoriteiten te beschermen tegen de gevaren van inmenging.
35. Een dergelijk risico is geenszins sciencefiction: verschillende magistraten van het Internationaal Strafhof zijn op dit ogenblik het doelwit van unilaterale sancties van de Verenigde Staten omdat ze hun rechterlijke ambt hebben uitgeoefend overeenkomstig het Statuut van Rome, waardoor met name hun e-mailaccounts, hun betaalmiddelen, enz., worden geblokkeerd. Rechter Guillou verklaarde hierover het volgende: «en pratique, le pouvoir exécutif américain peut exclure n’importe quel citoyen européen du système bancaire et de l’espace numérique de son propre pays»44. Op 19 maart 2025 hebben de eerste voorzitter en de procureur-generaal de voorzitter van het Internationaal Strafhof, mevrouw Akane, ontvangen, die ons voor dat gevaar heeft gewaarschuwd45.
Bovendien zou de Amerikaanse overheid sancties hebben overwogen tegen de magistraten van de correctionele rechtbank te Parijs die in maart van dit jaar het hoofd van een politieke partij hebben veroordeeld wegens verduistering van overheidsgeld in het nadeel van het Europees Parlement46, of zelfs tegen de appelrechters in geval van veroordeling.
36. Dergelijke pogingen tot inmenging vallen in de toekomst niet uit te sluiten. Het valt evenmin uit te sluiten dat de IT-dienstverleners bevolen zouden worden om hun dienstverlening aan een bepaalde gebruiker, waaronder ook een rechtbank of zelfs alle hoven en rechtbanken van een Staat, stop te zetten.
We moeten er dus op toezien dat we niet in die mate afhankelijk worden van deze tools dat er zonder de hulp ervan geen recht meer kan worden gesproken.
8) Cognitieve ontlasting
37. Wanneer de toegang tot AI-tools wordt onderbroken, loopt de magistraat die eraan gewend is geraakt zijn taken aan AI toe te vertrouwen, het gevaar dat hij zich geen raad meer weet.
38. Maar zelfs als hij voortdurend toegang heeft tot de diensten van een beveiligde AI-tool, loopt hij een ander, subtieler gevaar, namelijk dat van de «cognitieve ontlasting»47.
Professoren stellen het steeds vaker vast: het systematische gebruik van dergelijke hulpmiddelen door studenten maakt hen lui en belet hen de vaardigheden te verwerven die ze nodig hebben om zonder de hulp van dat instrument hun onderzoek te verrichten en hun papers te schrijven.
Net als een spier kunnen taalbeheersing, de kunst van het formuleren en het vermogen om informatiebronnen te vinden, te selecteren, te analyseren en kritisch te beoordelen zich niet ontwikkelen of gaan ze verloren als ze niet geoefend worden.
Net als «la liberté de la presse ne s’use que lorsqu’on ne s’en sert pas»48, net als «l’esprit qui ne lit pas maigrit comme le corps qui ne mange pas»49, gaat de bekwaamheid van een arts, een piloot of een magistraat onherroepelijk verloren wanneer hij eraan gewend is geraakt zijn beslissingsbevoegdheid uit te besteden.
«Si les machines nous dispensent de ces temps essentiels d’étude, d’effort, d’exercice, elles nous privent en fait de notre temps de construction intellectuelle, elles nous enlèvent cet apprentissage que nous sommes diaboliquement tentés de leur déléguer»50: «l’IA doit être un amplificateur de compétences, pas une béquille cognitive»51.
De magistraat en de advocaat moeten hun vermogen behouden om de zaak die hun wordt voorgelegd, in al haar feitelijke, juridische en menselijke aspecten te analyseren en aldus keuzes te maken, zonder in een «knoppendrukker» te veranderen die een door AI voorgekauwde oplossing goedkeurt.
Zij moeten er dan ook voor zorgen dat zij onophoudelijk de vaardigheden blijven verwerven en ontwikkelen die hen toelaten dossiers te behandelen, vonnissen, memories, vorderingen en conclusies te schrijven zonder dat zij daarvoor een beroep op AI hoeven te doen en dat, als zij er toch gebruik van maken, zij «steeds kritisch moeten omgaan» met de door AI «voorgestelde argumenten en redeneringen»52.
Dat houdt echter in dat zij niet met dossiers mogen worden overspoeld tot op een punt dat ze moeten kiezen tussen een steeds grotere achterstand aan niet-behandelde dossiers en een slaafs gebruik van artificiële intelligentie.
9) Deresponsabilisering, conformisme en verlies van het kritisch denkvermogen
39. De magistraat of advocaat blijft als enige verantwoordelijk voor de geschriften die hij ondertekent. Hij mag met name geen juridische redenering overnemen die hij niet heeft gecontroleerd en niet kan uitleggen.
«Generatieve AI moet een hulpmiddel blijven en mag de mens niet vervangen bij de besluitvorming»53.
40. Welnu, als de AI-tool waarover de rechter beschikt, hem een beslissing voorstelt die een voorspellende (of predictieve) rechtspraak mogelijk maakt, zal de magistraat, om te vermijden dat hij zich dient te verantwoorden voor een fout die zou voortvloeien uit zijn weigering om met dat voorstel akkoord te gaan, dan niet geneigd zijn om zijn beslissing af te stemmen op de oplossing die AI hem heeft aangereikt betreffende, bijvoorbeeld, de gemiddelde of mediane geldboete die opgelegd wordt voor dit of dat type misdrijf dat onder bepaalde omstandigheden werd gepleegd of betreffende het gevaar voor recidive?
Als een rechter ervan overtuigd is dat het gevaar voor recidive lager ligt dan dat waarin AI voorziet op grond van vage (en soms ook onaanvaardbare54) criteria en hij de inverdenkinggestelde in vrijheid stelt of de beklaagde uitstel verleent dan wel hem een milde straf55 oplegt en deze toch opnieuw in de fout gaat, loopt hij niet het risico dat hem zal worden verweten dat zijn beslissing niet overeenstemde met het voorstel dat AI hem had gedaan?
Doorzettingsvermogen en werkijver behoren tot de belangrijkste kwaliteiten van een goede magistraat.
De rechter zal des te meer geneigd zijn toe te geven aan de verleiding van conformisme (wat zich vertaalt in een vermindering van werklast en risico) naarmate hij de gewoonte heeft verloren om te oordelen zonder de hulp van AI en onder een zware werklast gebukt gaat.
10) Miskenning van het recht op eerbiediging van het privéleven, schending van het beroepsgeheim of van het geheim van het onderzoek bij het gebruik van onbeveiligde AI-tools
41. Magistraten en advocaten staan bij het gebruik van AI in grote mate voor dezelfde uitdagingen wat betreft vertrouwelijkheid en veiligheid, vooral in een «omnivoor» systeem.
42. Wanneer het gebruik van AI niet wordt beveiligd en begeleid, kunnen de door de gebruiker ingevoerde persoonsgegevens worden gebruikt om de AI-tool te trainen, via het internet worden verspreid en worden onderschept door privébedrijven, overheden en criminele organisaties, wat hen in staat zou stellen elk van ons te leren kennen, onze gedragingen te voorspellen, deze naar hun hand te zetten, ons te belasteren, te vernederen, te chanteren, te beroven of te controleren en afwijkend gedrag56 te voorkomen door ons een score toe te kennen in een sociaalkredietsysteem dat elke afwijkende gedraging of zelfs gedachte57 bestraft.
43. De totalitaire nachtmerrie die George Orwell in 1948 voorspelde, is niet langer ondenkbaar. Als AI niet aan banden wordt gelegd, zou het in de toekomst een volledig, permanent en geautomatiseerd toezicht over elke burger mogelijk kunnen maken en zelfs «gedachtemisdaden»58 kunnen opsporen die een burger zou kunnen plegen, zelfs nog vóór hij zich ervan bewust wordt59. Om iemands gedachten te doorgronden, is foltering voortaan overbodig. AI kan dat op een meer verraderlijke manier.
44. In dit geval mag de magistraat of de advocaat dus enkel persoonsgegevens in een onbeveiligde AI-tool invoeren als deze vooraf niet alleen werden gepseudonimiseerd maar ook geanonimiseerd, zodat de partijen niet kunnen worden geïdentificeerd en hun persoonsgegevens niet kunnen worden verspreid. Gebeurt dit niet, dan betekent dit een miskenning van het recht op eerbiediging van het privéleven en een schending van de AVG en van het beroepsgeheim60 of van het geheim van het onderzoek.
45. Pseudonimisering en anonimisering vormen echter een hachelijke opdracht: pseudonimisering alleen voorkomt niet dat de betrokkenen kunnen worden geïdentificeerd maar anonimisering - waarbij alle persoonsgegevens die de identificatie van de betrokkenen mogelijk maken, worden verwijderd - kan de tekst (van de rechterlijke beslissing, conclusies, processen-verbaal, ...) onbegrijpelijk en onbruikbaar maken. Om te verhinderen dat de betrokkenen kunnen worden geïdentificeerd, moet niet alleen hun identiteit worden veranderd, maar moet ook worden nagegaan of ze niet kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van de uiteenzetting van de feiten, wat een onhaalbare kaart kan blijken.
De rechterlijke orde krijgt met deze moeilijkheden te maken in het kader van de uitrol van het JustMask-programma, een hulp bij het pseudonimiseren van de rechterlijke beslissingen die worden gepubliceerd in het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde (CeReBro)61, nog afgezien van de gevaren van hacking van het niet-openbare gedeelte van dat register.
46. De kwestie van veiligheid voert ons ook onvermijdelijk terug naar die van de digitale soevereiniteit, die ook elders aan bod komt62: tegenwoordig worden de informaticadiensten en de software die ter beschikking van de magistraten worden gesteld, geleverd door buitenlandse bedrijven63. Alle hierin opgenomen gegevens worden aan hen toevertrouwd. Kunnen die bedrijven garanderen dat zij zich zullen verzetten tegen elk bevel van een buitenlandse regering die haar eigenbelang boven alles laat gaan?
11) Onderdompeling en verlamming
47. Hoewel AI wordt geacht het werk van haar gebruikers te vereenvoudigen, kan ze het ook ingewikkelder maken. Zo heeft de stafhouder van de Parijse balie onlangs opgemerkt dat sommige advocatenkantoren het gebruik van AI verbieden wegens de huidige tekortkomingen ervan en de gebrekkige beveiliging van de informaticadiensten. Daarnaast heeft hij er echter ook op gewezen dat het geringe vertrouwen in de juistheid van de verwijzingen, waarvan het aantal sterk is toegenomen, de gebruikers verplicht ze te controleren. Die taak is des te tijdrovender naarmate de omvang van de conclusies en de hierin opgenomen verwijzingen oploopt van enkele bladzijden tot ettelijke tientallen. Hieruit leidt hij af dat AI thans «n’économise ni en honoraires ni en temps de travail» en dat er juridische conflicten van confrater tot confrater of tussen werkgever en werknemer in de maak zijn die, op het niveau van de orde, leiden tot deontologische procedures64.
48. Een onlangs tot staving van een cassatieberoep in een strafzaak neergelegde memorie telde bijna 100 bladzijden en meer dan 50 middelen. Als ze niet laattijdig was neergelegd, had het Hof er in principe op moeten antwoorden, tenzij ten minste één van de middelen gegrond was zonder dat de andere middelen konden leiden tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing. Zo niet zou het opstellen van de conclusies en van het arrest, ongeacht de relevantie van de middelen, de advocaat-generaal en de raadsheren meerdere werkdagen hebben gekost. Ik heb een sterk vermoeden dat AI werd gebruikt om een dergelijke memorie op te stellen, aangezien de inzet van het geschil de erelonen voor het aantal werkuren die nodig waren om een dergelijke memorie zonder AI op te stellen, mij niet leek te kunnen verantwoorden.
De door een advocaat bij het Hof van Cassatie ondertekende memorie van antwoord van de verweerder voerde tegen het geheel van de middelen een grond van niet-ontvankelijkheid aan wegens het buitensporige, overbodige en onduidelijke karakter van de middelen, die vaak niet-ontvankelijk waren wegens een gebrek aan beknoptheid, precisering of belang van de grieven of nog omdat ze niet aan de feitenrechter waren voorgelegd65. Hij stelde terecht dat die memorie een proceduremisbruik vormde en dat de volstrekt nutteloze opeenstapeling van grieven de kosten voor het antwoord van de verweerder onredelijk hoog deed oplopen en de toetsing door het Hof en zijn parket bijzonder moeilijk en onevenredig maakte: «de toename van dergelijke cassatieberoepen zou [het] Hof verlammen in de uitvoering van zijn opdracht» en dus in het rechtspreken, wat een aantasting zou betekenen van het in artikel 6 van het Verdrag gewaarborgde recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn. Aangezien de andere partijen niet tegen een redelijke kostprijs op de memorie kunnen antwoorden, tast ze volgens mij bovendien de facto de procedurele billijkheid en het beginsel van de rechtspraak op tegenspraak aan66.
Net als elk ander rechtscollege is het Hof in de regel verplicht om de middelen volledig te beantwoorden. Het kan geen AI-tool vragen om de memories, van welke aard ze ook zijn, te beantwoorden.
Verder is het uitgesloten om het personeelsbestand uit te breiden in verhouding tot de steeds grotere omvang van de memories: niet alleen zouden de budgettaire beperkingen dit niet toelaten, het zou bovendien, in het belang van de eenheid van de rechtspraak, niet wenselijk zijn om het aantal magistraten te vermenigvuldigen.
De meeste advocaten maken er een erezaak van om zich van dergelijke praktijken te onthouden.
Ondanks het, in de regel, vereiste getuigschrift Bijzondere Opleiding Cassatieprocedure in Strafzaken67 stelt de tweede kamer van het Hof echter een toevloed van memories vast, in strafzaken en in zaken betreffende de vasthouding van vreemdelingen, waarvan ik vermoed dat sommige enkel als «broodwinning» dienen, gelet op het duidelijk niet-ontvankelijke of ongegronde karakter van de middelen. Het opstellen van het antwoord op dergelijke middelen kan echter evenveel tijd in beslag nemen als het antwoord op een relevant, al dan niet gegrond middel, of zelfs nog meer als die middelen onduidelijk, ongestructureerd en omslachtig zijn. Dergelijke praktijken overstelpen het Hof nu al met een volstrekt onnodige werklast, wat ten koste gaat van zijn kerntaken en de belangen van partijen, verzekeringsmaatschappijen of andere advocaten die via de bureaus voor rechtsbijstand worden vergoed, aangezien de waarde van het punt dat voor die rechtsbijstandsprestaties wordt toegekend, hierdoor daalt.
Ik vrees ook dat deze praktijken nog zullen toenemen gelet op het gemak waarmee AI vaak onwerkzame, talrijke, lange, ongestructureerde middelen spuwt die, in voorkomend geval, verwijzen naar onbestaande of irrelevante bronnen.
Het risico op overbelasting en verlamming als gevolg van een dergelijke toename lijkt mij op korte termijn het grootste gevaar dat AI vormt voor de uitoefening van de taken van het Hof en zijn parket.
12) Verlies van onafhankelijkheid en onpartijdigheid
49. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de scheiding der machten die Montesquieu en Tocqueville nauw aan het hart lag en de onpartijdigheid van de magistraten zullen nog slechts loze woorden zijn als de rechter afhankelijk wordt van een AI-tool die bevooroordeeld is door niet-soevereine algoritmes en informaticasystemen, als hij niet meer over de vaardigheden beschikt om de door AI voorgestelde juridische oplossingen te toetsen, als hij overspoeld wordt door het aantal dossiers en de omvang van de conclusies of memories die het hem onmogelijk maken de dossiers die hem zijn toegewezen te beheersen.
13) Vermindering van de middelen, beoordeling op grond van kwantitatieve criteria
50. We moeten ook nog benadrukken dat de bekwaamheid en de onafhankelijkheid van de magistraten niet zullen kunnen worden gewaarborgd als hun de noodzakelijke middelen worden geweigerd.
De verleiding kan groot zijn om die middelen te verminderen in verhouding tot de verwachte productiviteitswinst - met name in het kader van de aan de gang zijnde ontwikkeling van de beheersautonomie68.
Uiteraard zijn we verantwoordelijk voor het goede gebruik van het overheidsgeld dat ons wordt toegewezen en voor de optimalisering van de «efficiëntie» van de rechterlijke organisatie in het licht van die middelen. We hebben ook de plicht om ons onbeperkt in te zetten om een optimale rechtsbedeling binnen een redelijke termijn te bieden.
Laten we het erover eens zijn dat een «kwalitatieve» beoordeling van de rechtspraak gevoelig ligt: hoe voorkomen we dat dit leidt tot een conformistische rechtspraak of zelfs een rechtspraak die aan de uitvoerende macht is onderworpen?
We zien echter ook het gevaar opdoemen van een beheersautonomie waarbij de toekenning van middelen afhankelijk wordt gemaakt van de naleving van beheersovereenkomsten en van een louter kwantitatieve beoordeling van Justitie, volgens het aantal dossiers en de snelheid waarmee ze worden afgehandeld. De korpschef, die tot de rol van «manager» wordt herleid, dreigt een negatieve evaluatie te krijgen als hij zijn kwantitatieve doelstellingen niet behaalt. De magistraat die tijdregistratieformulieren zal moeten invullen, zal zich niet kunnen veroorloven veel tijd aan een dossier te besteden69. Zoals de kikker uit de fabel gewend raakt aan het water dat geleidelijk aan warmer wordt tot hij levend wordt gekookt, zou hij gaandeweg, op slinkse wijze, ertoe kunnen worden aangezet om voorrang te geven aan de afhandeling van eenvoudige dossiers, om over te gaan tot een overhaaste rechtspraak ... en om de voorbereiding van rechterlijke beslissingen aan AI over te laten, zonder het eindresultaat ervan nog daadwerkelijk te controleren.
En pas op voor de illusie, kenmerkend voor de beginjaren van de Franse Revolutie, van een wet die zo duidelijk is dat uitlegging ervan niet nodig is, waarbij elke burger haar zonder enige specifieke opleiding kan begrijpen. Wij zien dagelijks dat de wet niet alle feitelijke toestanden kan voorzien en dat de correcte toepassing ervan op dit of dat specifieke geval vaak moet worden beoordeeld na een open debat70, wat trouwens bevestigt dat het van belang is dat de magistraten van het Hof worden benoemd uit magistraten die veel ervaring hebben opgedaan binnen de vonnisgerechten.
3. De beloften van AI
51. Moet de opsomming van de talrijke gevaren ons ervan overtuigen dat het gebruik van AI binnen Justitie moet worden verboden?
Dat denk ik niet, mits de nodige maatregelen in acht worden genomen om deze gevaren het hoofd te bieden.
Zoals de eerste voorzitter van het Franse Hof van Cassatie, de heer Soulard, heeft verklaard: «Les outils d’intelligence artificielle générative offrent des perspectives inédites: amélioration de la recherche documentaire, diffusion accrue et analyse plus systématique de la jurisprudence, assistance à la rédaction, traitement de contentieux sériels.
Il est indéniable qu’ils contribueront à une justice plus rapide, plus accessible et plus efficace».71
52. Waarom zouden we, wat betreft de collectieve schuldenregeling, de rechter verbieden aan de tegenspraak van de partijen een samenvattende tabel van de door hen verstrekte gegevens voor te leggen, met de vermelding dat deze werd gemaakt met behulp van een AI-tool, met het oog op de naleving van de verplichting tot transparantie en het recht op tegenspraak?
53. AI kan ook kostbare tijd helpen besparen door het opstellen van samenvattingen, processen-verbaal van vergaderingen en brieven.
54. Wat de vertaling betreft, blijft de dienst Overeenstemming der Teksten van het Hof72 onmisbaar, gelet op het belang en de moeilijkheidsgraad van een nauwkeurige vertaling van de rechtspraak van het Hof. Ik verwacht echter dat AI-tools deze dienst aanzienlijk zullen kunnen ondersteunen.
4. Een eerste aanzet tot een Europees juridisch kader voor het gebruik van AI
55. Europa blijft niet onbewogen bij de gevaren van AI.
56. De Amerikaanse Cloud Act73 verplicht aanbieders van elektronische communicatie- of informaticadiensten op afstand om, zonder verzoek om internationale rechtshulp en justitiële samenwerking, de Amerikaanse overheid op eenvoudig verzoek toegang te verlenen tot elektronische gegevens, zelfs als deze in het buitenland worden opgeslagen, in beginsel tenzij de cliënt geen Amerikaans staatsburger of ingezetene is en de gevraagde openbaarmaking een reëel risico inhoudt op schending van de wetten van een buitenlandse regering waarmee de Amerikaanse regering een ad-hocovereenkomst heeft gesloten.
Deze wet stelt duidelijk de vraag naar de soevereiniteit van België en van de Europese Unie74 in de digitale ruimte.
57. Ze kan in conflict raken met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die met name beginselen vastlegt die bij het gebruik van AI moeten worden nageleefd en die de overdracht van persoonsgegevens aan buitenlandse autoriteiten aan strikte regels onderwerpt75.
58. Onder haar projecten die de soevereiniteit van de Unie willen waarborgen, heeft de Europese Commissie op 27 mei 2026 een Pakket maatregelen inzake Europese technologische soevereiniteit76 voorgesteld, dat tot doel heeft het gebruik te beperken van Amerikaanse providers van clouddiensten door regeringen van EU-lidstaten voor gevoelige gegevens in de openbare sectoren gezondheidszorg, financiën en justitie.
59. Het Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (CETS 225)77 verplicht de lidstaten met name om te waarborgen dat artificiële-intelligentiesystemen «niet worden gebruikt om de integriteit, de onafhankelijkheid en de doeltreffendheid van de democratische instellingen en processen te ondermijnen, zoals het beginsel van de scheiding der machten, de eerbiediging van een onafhankelijke rechterlijke macht en de toegang tot de rechter» (art. 5.1), om «al naargelang maatregelen [te treffen] om de betrouwbaarheid van artificiële-intelligentiesystemen en het vertrouwen in de output te bevorderen» (art. 12), om «een of meer doeltreffende mechanismen in [te stellen] of [aan te wijzen] om toe te zien op de naleving van de verplichtingen overeenkomstig dit verdrag [en om te waarborgen] dat die mechanismen hun taken onafhankelijk en onpartijdig uitoefenen en over de nodige bevoegdheden, deskundigheid en middelen beschikken om doeltreffend toezicht te houden op de naleving van de verplichtingen van dit verdrag (...)»78.
60. De Europese Commissie voor de efficiëntie van Justitie van de Raad van Europa (CEPEJ)79 heeft een Charte éthique européenne sur l’utilisation de l’intelligence artificielle dans les systèmes judiciaires et leur environnement (Europees ethisch Handvest inzake het gebruik van artificiële intelligentie in rechtsstelsels en hun omgeving) vastgesteld, alsook Lignes directrices sur l’utilisation de l’intelligence artificielle générative pour les tribunaux (richtsnoeren inzake het gebruik van generatieve artificiële intelligentie voor de rechtbanken)80.
De CEPEJ is de mening toegedaan dat het gebruik van AI-tools en -diensten in rechtssystemen bedoeld is om de efficiëntie en de kwaliteit van de rechtspraak te verbeteren en dat dit moet worden aangemoedigd.
Dit Handvest formuleert evenwel vijf substantiële en methodologische beginselen die van toepassing zijn op de geautomatiseerde verwerking van rechterlijke beslissingen en gerechtelijke gegevens op basis van AI-technieken81: (1) eerbiediging van de grondrechten; (2) non-discriminatie; (3) kwaliteit en veiligheid; (4) transparantie, neutraliteit en intellectuele integriteit; (5) controle door de gebruiker82.
De bijlage Etude approfondie sur l’utilisation de l’IA dans les systèmes judiciaires, notamment les applications d’IA assurant le traitement des décisions et des données judiciaires, evenals bijlage II83 bevelen met name het gebruik van Machine Learning-technieken aan voor de opwaardering van de rechtspraak maar wijzen ook op toepassingen waarvan het gebruik slechts met de grootste methodologische voorzorgsmaatregelen of zelfs met uiterste terughoudendheid moet worden overwogen.
61. De 61e overweging van Verordening (EU) 2024/1689 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (verordening artificiële intelligentie - AI Act)84 bepaalt wat volgt: «Bepaalde AI-systemen die bedoeld zijn voor de rechtsbedeling en democratische processen moeten als systemen met een hoog risico worden geclassificeerd gezien hun mogelijk aanzienlijke effecten op de democratie, de rechtsstaat, de individuele vrijheden en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht. Om de risico’s van potentiële vooringenomenheden, fouten en ondoorzichtigheid aan te pakken, is het met name passend om AI-systemen met een hoog risico die bedoeld zijn om door of namens een gerechtelijke instantie te worden gebruikt voor de ondersteuning van gerechtelijke autoriteiten bij het onderzoeken en uitleggen van feiten en het recht en bij het toepassen van het recht op een concrete reeks feiten, als systemen met een hoog risico aan te merken. (...). Het gebruik van AI-instrumenten kan de beslissingsbevoegdheid van rechters of de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ondersteunen, maar mag deze niet vervangen: de uiteindelijke besluitvorming moet een door de mens aangestuurde activiteit blijven. De classificatie van AI-systemen als AI-systemen met een hoog risico mag echter geen AI-systemen betreffen die bedoeld zijn voor louter ondersteunende administratieve activiteiten die geen gevolgen hebben voor de daadwerkelijke rechtsbedeling in afzonderlijke zaken, zoals de anonimisering of pseudonimisering van rechterlijke beslissingen, documenten of data, de communicatie tussen personeelsleden en administratieve taken»85.
Artikel 5 van deze verordening verbiedt verschillende AI-praktijken waaronder, in de regel, «het gebruiken van een AI-systeem voor risicobeoordelingen van natuurlijke personen om het risico dat een natuurlijke persoon een strafbaar feit pleegt te beoordelen of te voorspellen, uitsluitend op basis van de profilering van een natuurlijke persoon of op basis van de beoordeling van diens persoonlijkheidseigenschappen en -kenmerken».
5. Richtlijnen en deontologische regels
62. Naast de geldende reglementering moeten magistraten en advocaten beschikken over richtlijnen en deontologische regels die het gebruik van AI begrenzen.
63. De Consultative Council of European Judges (Conseil consultatif des juges européens - CCJE) heeft aangekondigd in november 2026 een advies te zullen uitbrengen over het gebruik van AI in de rechterlijke praktijk86.
64. In het buitenland zijn er tevens talrijke studies, handleidingen, gebruiksrichtsnoeren en deontologische richtlijnen, die met name afkomstig zijn van hoven en rechtbanken, balies87 of nog van de Conseil des barreaux européens (Raad van Europese Balies/CCBE)88.
65. In België kunnen, naast het Charter voor het verantwoord AI-gebruik in overheidsdiensten89, dat niet van toepassing is op de rechterlijke orde90, ook de Richtlijnen voor (Gen)AI binnen Justitie91 van de FOD Justitie worden vermeld.
66. Wat de Belgische balies betreft, hebben avocats.be en de OVB in samenspraak de «Richtlijnen voor advocaten voor het gebruik van artificiële intelligentie»92 aangenomen, dat met name de verplichting bevat om «de basis van artificiële intelligentie en Large Language Models te kennen» en om «het resultaat [van AI] te controleren, met inbegrip van de vermelde bronnen», maar «geen algemene verplichting om het gebruik van AI te melden»; hieruit blijkt dat de advocaat «steeds eindverantwoordelijke blijft voor de output van de AI die hij gebruikt».
De Brusselse balie heeft haar advocaten een model bezorgd van een «charte d’utilisation responsable des outils d’intelligence artificielle» [charter voor verantwoord gebruik van artificiële-intelligentietools]93.
De advocaat blijft verder gebonden door de bestaande deontologische verplichtingen, zoals de plichten inzake het beroepsgeheim, de onafhankelijkheid, de bekwaamheid, de zorgvuldigheid, de loyaliteit en de rechtschapenheid94.
67. Ook de rechterlijke orde is niet passief blijven toekijken.
In de loop van juni 2026 heeft een gemeenschappelijke werkgroep95 de laatste hand gelegd aan Richtsnoeren voor het gebruik van artificiële intelligentie binnen de Belgische rechterlijke orde, die door de drie pijlers van de rechterlijke orde werden goedgekeurd.
68. Vermeldenswaard is dat, in Frankrijk, de Conseil consultatif conjoint de déontologie de la relation magistrat-avocat een tekst heeft opgesteld tot vaststelling van de minimale grondslag voor goede praktijken die door beide beroepsgroepen worden gedeeld. Dit gemeenschappelijk document bevestigt het belang van een desbetreffende dialoog tussen de magistratuur en de balie. «Il a pour objectif d’apporter des repères simples aux magistrats, avocats et leurs équipes en s’articulant de manière cohérente avec les lignes directrices dégagées par les instances déontologiques des magistrats et des avocats. Il vise à concilier les progrès offerts par cette technologie et la nécessaire vigilance déontologique qui s’impose en matière judiciaire»96.
6. Bijstand door internationale organisaties
69. Ter inspiratie kunnen de Belgische autoriteiten zich ook wenden tot internationale organisaties.
70. Zo fungeert binnen de hierboven vermelde CEPEJ het Centre de ressources sur la cyberjustice et l’IA als een centraal, voor het publiek toegankelijk informatiepunt waarbij betrouwbare inlichtingen ingewonnen kunnen worden over AI-systemen en andere geavanceerde cyberjustitietools die worden toegepast bij de digitale transformatie van het rechterlijk systeem97. Dit centrum biedt een overzicht van deze systemen en tools en vormt een vertrekpunt voor een diepgaander onderzoek van de gevaren en voordelen ervan voor professionals en eindgebruikers, in overeenstemming met het Europees ethisch Handvest inzake het gebruik van AI in rechtssystemen en hun omgeving en het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake artificiële intelligentie en de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat98.
71. Daarnaast is het platform AI Tools Radar99 een wereldwijd initiatief dat is ontstaan uit een samenwerking tussen de UNESCO en het Centre international de recherche sur l’intelligence artificielle (IRCAI). Het is ontworpen om innovatieve AI-tools van over de hele wereld in kaart te brengen en voor te stellen, met bijzondere nadruk op toepassingen in de publieke sector, de media en het rechtssysteem, met het oog op het bevorderen van transparantie, efficiëntie en ethiek bij het gebruik van AI. Voor de justitiële sector maakt het gewag van 51 tools.
Verder heeft de UNESCO de Lignes directrices pour l’utilisation des systèmes d’IA dans les cours et tribunaux gepubliceerd, waarin onder meer wordt verwezen naar de systemen die in gebruik zijn genomen door de hooggerechtshoven van Brazilië en India, door het Hof van Justitie van de Europese Unie, enz., alsook een Manuel de formation mondial: l’IA et l’état de droit pour le pouvoir judiciaire.
72. JuLIA100, dat mede werd opgericht door het Justitieprogramma van de Europese Unie, is een Europees onderzoeksproject van een consortium van elf Europese partners, onder leiding van de Universitat Pompeu Fabra. Het project heeft tot doel de impact te bestuderen van het gebruik van artificiële intelligentie (AI) door de rechtbanken en andere openbare en private instellingen voor de grondrechten.
7. Stand van zaken bij de Belgische rechterlijke orde
73. In België verklaart het in 2025 ondertekende Federaal regeerakkoord de bereidheid van de regering om een « «cloud first strategie», een gegevensstrategie en een integraal beleid inzake het gebruik van artificiële intelligentie (AI) uit te werken zodat de werking van de overheid kan verbeteren met efficiëntiewinsten als gevolg»101.
Het akkoord wil AI ook inzetten in «een duidelijk wettelijk kader - in lijn met de Europese regelgeving», met name inzake Justitie, via een «risicotaxatie-instrument, uitgevoerd op een wetenschappelijk onderbouwde manier, [dat] het risico op herval kan inschatten»102, door «de openbare databank voor vonnissen en arresten eindelijk beschikbaar te maken» en in die publieke databank de voor het publiek nuttige algoritmen en tools die zijn uitgewerkt voor de magistratuur toegankelijk te maken103, wat niet helemaal begrijpelijk lijkt.
Het akkoord kondigt ook de implementatie van de beheersautonomie van de rechterlijke orde aan, «ten dienste van efficiëntere werkomstandigheden voor de magistratuur en een betere dienstverlening aan de rechtszoekende»104.
74. In tegenstelling tot de meeste advocaten beschikken de rechtscolleges en parketten van de rechterlijke orde momenteel niet over abonnementen op AI-tools die door juridische uitgevers of andere particuliere bedrijven worden aangeboden105.
75. Ze hebben weliswaar toegang gekregen tot de chatbot Microsoft 365 Copilot Chat met Enterprise Data Protection, waarvan het «Team ICT» van de FOD Justitie heeft verzocht gebruik te maken106 in plaats van ChatGPT - hoewel laatstgenoemde «nog niet verboden is» -, omdat Copilot meer veiligheid biedt op het vlak van gegevensbescherming107.
Hoewel het veiliger is dan andere AI-tools108 (vooral in hun gratis beschikbare versies), lijkt dit toch erg relatief.
Dat blijkt uit het bericht dat de FOD Justitie naar de medewerkers van de rechterlijke orde heeft verstuurd waarin zij met name worden opgedragen geen gevoelige of vertrouwelijke gegevens in AI-tools in te voeren. Een magistraat mag daarin momenteel dus geen niet-geanonimiseerde processen-verbaal, beslissingen of conclusies invoeren, bijvoorbeeld om er een samenvatting van te maken.
We hebben ook gewezen op de vele risico’s die gepaard gaan met de keuze om de opslag en verwerking van onze gegevens aan een niet-Europees bedrijf toe te vertrouwen.
76. Er werden evenwel verschillende werkgroepen opgericht om de reflectie over AI binnen de rechtscolleges te bundelen: de ene werkgroep brengt vertegenwoordigers samen van het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie, de Raad van State en het Rekenhof, de andere vertegenwoordigers van de drie pijlers van de rechterlijke orde109.
77. Daarnaast worden er specifieke AI-projecten uitgewerkt binnen het Antwerpse hof van beroep en het Hof van Cassatie. Het project bij het Hof van Cassatie wordt geleid door een raadsheer en een referendaris. Deze projecten zijn echter afhankelijk van een akkoord van de uitvoerende macht over de financiering ervan.
Uit het voorgaande blijkt dat de rechterlijke macht zich bewust is van de uitdagingen en de beloften van AI en dat het van belang zal zijn om te zorgen voor de vereiste coördinatie om een ongecontroleerde wildgroei aan werkgroepen, richtlijnen en initiatieven te voorkomen.
8. «Wat te doen»110?
78. Ik pleit er niet voor om magistraten te verbieden gebruik te maken van AI. Het gaat er hier niet om te kiezen tussen behoudsgezindheid en vooruitstrevendheid, tussen de voordelen die de vooruitgang te bieden heeft voor de kwaliteit van rechterlijke beslissingen, en de beginselen en waarden die Justitie beheersen - daarin begrepen de menselijke dimensie van haar beslissingen - en de eerlijkheid van het proces waarborgen.
A. Veilige en onafhankelijke AI-tools ontwikkelen
79. De magistraten moeten erop toezien dat zij onafhankelijk blijven ten aanzien van deze technologie, wat veronderstelt dat zij de deskundigheid en het vermogen behouden om dossiers af te handelen en vorderingen en vonnissen op te stellen.
80. Ze hebben behoefte aan een IT-omgeving - met inbegrip van systemen voor dossierbeheer, gegevensopslag, communicatie en artificiële intelligentie - die alle garanties biedt wat betreft efficiëntie, beveiliging tegen lekken, binnendringing, uitval en externe manipulaties, en waarin ze persoonsgegevens kunnen invoeren in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving.
81. De rechterlijke orde beschikt niet over de nodige menselijke, financiële en technologische middelen om zelf de ontwikkeling van dergelijke tools te verzekeren, hoewel dit haar er niet van weerhoudt nu al bepaalde projecten op te starten.
Ze is echter niet de enige instelling die door die problematiek wordt getroffen: zo zijn in België, mutatis mutandis, ook de overheidsdiensten in het algemeen, de politie, de Staatsveiligheid, Defensie, enz. getroffen.
82. De Nationale veiligheidsstrategie111 van de Belgische regering bevestigt haar voornemen om te zorgen voor «het verminderen [van] onze technologische en digitale afhankelijkheid door onze belangrijkste kwetsbaarheden te analyseren en nationale of Europese alternatieven aan te wenden waar mogelijk» en «onze cyberveiligheid te waarborgen».
83. In een bericht dat de FOD Justitie112 op 25 september 2025 heeft verspreid, wijst zij erop dat «Justitie al even bezig is een strategisch en operationeel AI-beleid op te stellen, hoewel er nog niet voor elke behoefte een afgelijnd antwoord is. De Rechterlijke Orde valt dan wel buiten het charter [voor verantwoord AI-gebruik in overheidsdiensten]113, maar werkt al langer aan een AI-visie en richtlijnen voor AI-gebruik. Ook de FOD Justitie buigt zich al even over een helder beleid. De partners binnen Justitie werken nauw samen in een overkoepelende AI-taskforce om alle initiatieven te stroomlijnen. Het ondertekenen van dit AI-charter vormt een mooie boost voor die projecten».
84. De Nederlandse regering heeft in 2024 in samenwerking met Microsoft een DPIA (gegevensbeschermingseffectbeoordeling)114 uitgevoerd115. Deze oefening heeft reeds meerdere risico’s aan het licht gebracht met betrekking tot het gebruik van Copilot door overheidsinstanties.
85. Op 26 juni 2026 hebben de korpsoversten van de drie hoogste rechtscolleges van het Koninkrijk - het Grondwettelijk Hof, het Hof van Cassatie en de Raad van State - een gemeenschappelijke brief aan de federale regering gericht, die eindigt met de volgende woorden:
«(...) is het van belang dat de federale regering een DPIA (gegevensbeschermingseffectbeoordeling)116 en een DTIA (effectbeoordeling inzake doorgifte van gegevens)117 uitvoert voor het gebruik van Copilot in een overheidscontext zodat het gebruik hiervan alle waarborgen biedt niet alleen op het vlak van gegevensbescherming maar ook voor wat betreft de onafhankelijkheid van onze justitie.
Het is voor de Belgische rechtscolleges en voor alle actoren van justitie primordiaal dat zij hun opdrachten kunnen vervullen binnen een informaticakader dat niet enkel wettig is maar bovendien betrouwbare ondersteuning biedt in overeenstemming met de verplichtingen die op hen rusten.
Mogen wij u daarom vragen welke doelstellingen de federale regering in dat verband nastreeft en in welke middelen zij voorziet om een dergelijk kader voor het gebruik van AI te creëren?
Wij zouden het op prijs stellen mocht er snel met onze instellingen worden overlegd om gedragslijnen en toekomstperspectieven te bepalen, aangezien AI nu reeds aanwezig is in de procedurestukken die ons worden voorgelegd».
De minister van Modernisering van de Overheid heeft reeds op 8 juli op deze brief geantwoord. Zij wijst erop dat we «stap voor stap moeten evolueren naar een meer coherente en duidelijke aanpak [van het AI-gebruik] op federaal niveau». Zij geeft aan dat zij «werkt aan de oprichting van een toekomstig Digitaal Agentschap dat tot taak zal hebben de digitale aanpak van de federale overheid verder te structureren», met het oog op «de geleidelijke ontwikkeling van een meer coherente aanpak van sectoroverschrijdende vraagstukken, zoals clouddiensten, gegevens en artificiële intelligentie», waarbij rekening wordt gehouden met «de specifieke kenmerken van bepaalde sectoren, waaronder die van de rechterlijke macht», teneinde «op termijn een verantwoord, kundig en conform gebruik van artificiële intelligentie in overheidsdiensten mogelijk te maken, overeenkomstig het Europees kader en met inachtneming van de eigen taken van elke instelling».
B. Transparantie
86. Het gebruik en de werking van deze AI-systemen dienen transparant te zijn118. De praktische inhoud van dit beginsel zal echter verduidelijkt moeten worden: in hoeverre en op welke wijze moet de magistraat de partijen ervan in kennis stellen dat hij AI gebruikt bij het behandelen van dossiers of bij het opstellen van zijn beslissingen?
Merk op dat de balie meent dat er weliswaar een transparantieplicht van de advocaat ten aanzien van de cliënt bestaat met betrekking tot het gebruik van zijn persoonsgegevens in een AI-tool en het gebruik van een dergelijke tool, maar dat er geen algemene verplichting bestaat om een dergelijk gebruik aan de rechter bekend te maken. Indien de rechter hem hierover ondervraagt, mag hij echter niet liegen en moet hij daarop eerlijk antwoorden119.
C. Opleiding
87. Magistraten en advocaten moeten worden opgeleid in het gebruik van AI, moeten worden gewaarschuwd voor de gevaren en worden ingelicht over de mogelijkheden en de wettelijke en deontologische voorzorgen en verplichtingen die bij het gebruik ervan in acht moeten worden genomen.
Het risico is immers groot dat zij, zonder dit te melden en zonder de vereiste voorzorgsmaatregelen, gratis tools gebruiken in een «omnivoor» systeem, met alle risico’s van dien (vooringenomenheid, gebrek aan transparantie, schending van de privacy, enz.).
Zo moet de advocaat-stagiair opleidingen volgen over de informatica- en AI-tools die ter beschikking van advocaten worden gesteld120.
Er worden ook gelijkaardige opleidingen voor magistraten georganiseerd, met name door het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding.
D. Het risico op overspoeling tegengaan
88. Ik heb twee voorbeelden aangehaald van oneigenlijk gebruik van AI door bepaalde advocaten en gewezen op het risico dat Justitie op korte termijn overspoeld zal worden door verzoekschriften, conclusies en memories die door AI-tools zijn opgesteld.
Ik ga vandaag geen concreet voorstel doen om dit risico te ondervangen, aangezien elke wetgevende tussenkomst op dit gebied gevoelig ligt en grondige studies en overleg met de balies vereist.
Maar ik waag het om enkele denkpistes voor te stellen.
- «In Nederland heeft de Hoge Raad al aanvaard het aantal pagina’s per conclusie te beperken. Moeten antwoorden op alle mogelijke argumenten heeft een prijs»121. Kan de rechter met name de partijen opdragen de lengte van hun conclusies of memories te beperken122 naargelang van de complexiteit van de zaak en de rechtsvragen die ze oproept, hun conclusies of memories duidelijker te structureren, elke verwijzing in die teksten nauwgezet te vermelden, het nummer van de pagina (of van de overweging) te vermelden van een aangevochten passage in een beslissing of een akte waarvan ze de miskenning van de bewijskracht aanvoeren, zodat de andere partijen en de magistraten niet verplicht zouden zijn die zelf op te zoeken? En zo ja, volgens welke modaliteiten moet dat dan gebeuren voor de memories in cassatie, aangezien de wet de termijn vaststelt waarbinnen die moeten worden neergelegd?
- Kan de rechter de middelen niet-ontvankelijk verklaren bij gebrek aan nauwkeurigheid in zoverre ze op een bepaalde rechtsleer of rechtspraak gebaseerd zijn zonder dat ze een nauwkeurige opgave van hun verwijzingen bevatten of zonder dat daarbij een afschrift is gevoegd van de bronnen die de magistraten en de andere partijen toestaan die verwijzingen en bronnen onmiddellijk te raadplegen?
- Is het denkbaar de verplichting voor het Hof van Cassatie om de middelen te beantwoorden te beperken, naar het voorbeeld van andere hooggerechtshoven123, of in een vereenvoudigde procedure te voorzien om de zaken te selecteren die het verdienen onderzocht te worden, of die ongegrond zijn (met een beperkte motiveringsplicht)124, zonder dat de verplichting om de conclusie te beantwoorden, wordt miskend?
Artikel 35.3, (a), EVRM staat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens toe elk individueel verzoekschrift125 dat kennelijk ongegrond is of misbruik oplevert niet-ontvankelijk te verklaren.
Het EHRM oordeelt verder dat «hoewel artikel 6.1 [EVRM] de rechtscolleges verplicht hun beslissingen met redenen te omkleden, dat niet betekent dat die bepaling een omstandig antwoord op elk argument vereist. (...) In een zaak waarin een rechtscollege een grief van de klager niet uitdrukkelijk had onderzocht, kon het Hof aanvaarden dat het stilzwijgen ten aanzien van die grief onder de omstandigheden van het geval redelijkerwijs als een impliciete verwerping kon worden opgevat (...) Zodra een door een partij aangevoerd middel (argument) echter doorslaggevend is voor de uitkomst van de procedure, vereist dit een specifiek en uitdrukkelijk antwoord. (...) Aldus moeten de belangrijkste argumenten van de verzoeker worden onderzocht (...); de specifieke, relevante en belangrijke punten (...) [en] de middelen die de door het Verdrag of de bijbehorende Protocollen gewaarborgde rechten en vrijheden beogen. (...) Artikel 6.1 vereist geen omstandige motivering van een beslissing waarin een hoogste rechtscollege op grond van een specifieke wetsbepaling een beroep, zonder verduidelijking, afwijst als kansloos»126 en «Het Hof kan niet tot taak hebben een reeks ongegronde en onbeduidende grieven te behandelen of het hoofd te bieden aan gedrag dat, om andere redenen, kennelijk onrechtmatig is van de kant van de verzoekers of hun gemachtigde vertegenwoordigers, aangezien dit voor het Hof een extra last zou creëren die onverenigbaar is met zijn eigenlijke taken»127.
Daarnaast velt dit Hof in bepaalde zaken ook globale verwerpingsbeslissingen, bijvoorbeeld wanneer verzoekschriften talrijke ongegronde, onrechtmatige of vexatoire grieven bevatten128. «Elk gedrag van een verzoeker dat duidelijk in strijd is met het doel van het door het EVRM ingestelde klachtrecht en de goede werking van het Hof en het goede verloop van de procedure voor dit Hof belemmert, is onrechtmatig»129. Voorbeelden van gevallen waarin het Hof heeft besloten tot het onrechtmatig karakter van een verzoekschrift, zijn «het verstrekken van onjuiste informatie aan het Hof», het «kennelijk onbeduidend verzoekschrift of het verzoekschrift dat geen enkel reëel belang dient».
In Frankrijk is de niet met bijzondere redenen omklede verwerping (rejet non spécialement motivé) een burgerrechtelijk proceduremechanisme waarbij de kamer van het Franse Hof van Cassatie waaraan de zaak is toegewezen, kan beslissen dat er «geen reden is om bij een met bijzondere redenen omklede beslissing uitspraak te doen wanneer het cassatieberoep niet-ontvankelijk is of wanneer het kennelijk niet tot cassatie kan leiden»130.
- Moet de rechter onduidelijke verwijzingen naar rechtspraak of rechtsleer, die de magistraat en de andere partijen niet toelaten de juistheid ervan te controleren, als onnauwkeurig verwerpen?
- Moeten de artikelen 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek, waaruit volgt dat de rechter niet verplicht is te antwoorden op middelen waarvan de uiteenzetting niet voldoet aan de vereisten van artikel 744 van hetzelfde wetboek131, en artikel 780bis, eerste lid, van dat wetboek, op grond waarvan het misbruik van het recht om conclusie te nemen132 met een geldboete kan worden bestraft, voortaan worden toegepast in strafzaken?133
- Moet de conclusie van het parket bij het Hof van Cassatie facultatief worden gemaakt, zodat het parket slechts conclusie hoeft te nemen in de zaken waarin middelen aangevoerd worden die van juridisch belang zijn of, in strafzaken, wanneer het ambtshalve een middel wenst aan te voeren134?
- Moet het monopolie van de balie bij Cassatie worden uitgebreid tot alle aangelegenheden, mits bepaalde wettelijke termijnen in strafzaken worden verlengd?
- Kan, voor het geval dat er nog andere partijen dan het openbaar ministerie in de zaak betrokken zijn, van de advocaat voor dergelijke gevallen van misbruik op zijn burgerlijke beroepsaansprakelijkheid aangesproken worden en kan er schadevergoeding worden toegekend, naast de verhoging van de rechtsplegingsvergoeding waarin artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek voorziet wegens «het kennelijk onredelijke karakter van de situatie»?
- De rechter en het openbaar ministerie kunnen elke miskenning van de deontologische regels aangeven bij de tuchtoverheden van de Orde, die tuchtstraffen kan opleggen135; zo heeft de stafhouder van de Franstalige Orde bij de balie te Brussel tijdens een recent colloquium136 melding gemaakt van verschillende tuchtonderzoeken en heeft zij eraan herinnerd dat een advocaat die tegen een magistraat zou liegen137, zich minstens aan tuchtrechtelijke straffen blootstelt die zelfs tot schrapping kunnen leiden, met name wegens miskenning van de loyaliteitsplicht138, naast het blijvende vertrouwensverlies van magistraten in advocaten die naar valse bronnen zouden verwijzen139.
Zowel het Hof als de balie zullen zich op tuchtrechtelijk vlak voortaan ongetwijfeld streng moeten tonen voor warrige, onsamenhangende en breedsprakerige memories. Het gaat om het voortbestaan van ons rechtssysteem, en ik stel verheugd vast dat de balie en de magistratuur bondgenoten zijn in deze strijd voor een «menselijke, efficiënte justitie die het vertrouwen van de rechtzoekenden waardig is»140.
- Kunnen de bureaus voor juridische bijstand weigeren «punten» toe te kennen voor de cassatieberoepen zonder memorie of wanneer de memorie slechts kennelijk irrelevante middelen bevat?
- Kan volledig worden uitgesloten dat het vermelden van valse verwijzingen valsheid in geschrifte kan opleveren, op voorwaarde dat het bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden141 wordt aangetoond142?
- Ten slotte, kan de rechter de partijen verbieden het recht uit te oefenen om zelf hun conclusies en verweermiddelen voor te dragen, «indien hij vaststelt dat hartstocht en onervarenheid hen ervan weerhoudt hun zaak met de vereiste waardigheid of de nodige duidelijkheid te bespreken»143?
Besluit
89. Men dient zich te hoeden voor overhaaste spoed, maar evenzeer voor noodlottig uitstelgedrag144.
Ik citeer nogmaals de eerste voorzitter van het Franse Hof van Cassatie: «Une question, parmi d’autres, mérite d’être posée et elle sera sans doute présente lors de nos échanges à venir: celle de l’usage du temps que ces outils pourraient nous faire gagner.
Si des gains d’efficacité sont au rendez-vous, à quoi pourront-ils être consacrés? Au traitement de davantage de dossiers? A l’amélioration de la qualité de nos décisions? A consacrer plus de temps à l’écoute des justiciables, notamment à l’audience? Ce choix ne procédera pas d’un seul questionnement éthique mais nous devons toujours nous rappeler que la justice n’est pas uniquement une institution productrice de décisions mais un lieu où doivent également régner l’écoute, la compréhension et la responsabilité.
Car au fond, la question posée (...) est simple, même si la réponse est complexe: comment faire en sorte que le «juriste augmenté» demeure, avant tout, un juriste responsable?»
Als de verwachte efficiëntiewinst daarentegen slechts leidt tot een vermindering van de toegekende middelen, ingegeven door een puur boekhoudkundige en «managementgerichte» visie op Justitie, tot een deresponsabilisering en een competentieverlies van de justitiële actoren en tot een overspoeling van de magistraten door een stortvloed aan omslachtige conclusies en memories van slechte kwaliteit, dan staat ons geen versterkte justitie, maar een verzwakte en ontmenselijkte justitie te wachten.
Hierbij citeer ik deze woorden van Rémy Heitz, procureur-generaal bij het Franse Hof van Cassatie: «Renvoyant à la fois aux mythes de Prométhée et de Pygmalion, l’image du «juriste augmenté» incarne tout autant une promesse, celle d’un juriste plus efficace, plus rapide, plus éclairé par la démultiplication de ses capacités, et une menace, celle du remplacement de la complexité de l’analyse humaine par la froideur calculatrice de l’ordinateur. Comme le rappelait Jean Carbonnier, «le juge est un homme et non une machine à syllogismes: autant qu’avec sa connaissance de règles et sa logique, il juge avec son intuition et sa sensibilité»145,146».
Hij sluit zich hiermee aan bij de woorden die Rabelais in de mond van Gargantua heeft gelegd: «Wetenschap zonder geweten is slechts de ondergang van de ziel».
Ik dank u voor uw aandacht.
1 Deze algemene term gebruik ik hier voor meerdere concepten: algemene, generatieve of agentische AI, voorspellende algoritmes, machinaal leren (machine learning), geautomatiseerde besluitvorming ...
2 Ik heb ervoor gekozen dit acroniem te gebruiken om de herhaling van de term «artificiële intelligentie» te beperken.
3 Zie bv. Cour de cassation de France, Préparer la Cour de cassation de demain - Cour de cassation et intelligence artificielle, april 2025, https://www.courdecassation.fr/.
4 Zie met name Anne-Sophie Lemaire, Office du juge et justice prédictive, thesis ingediend met het oog op het behalen van een doctoraat in de wetenschap aan de Universiteiten van Namen en Luik (te verschijnen). Merk op dat deze thesis de gerechtelijke procedure in burgerlijke zaken betreft (punt 4).
5 Magnifica humanitas, encycliek van paus Leo XIV, mei 2026.
6 Zie Yuval Noah Harari, Nexus - une brève histoire des réseaux d’information, de l’âge de pierre à l’IA, Albin Michel, 2024, p. 250.
7 Zie de overwinningen bij het Go-bordspel van het AlphaGo-programma op alle menselijke spelers sinds 2016, dankzij de zelflerende aanpak via versterkingsleren (het programma ontwikkelde nieuwe technieken door tegen zichzelf te spelen).
8 Zie Eric Hazan en Olivier Sibony, Faut-il encore décider?, La décision humAIne à l’ère de l’intelligence artificielle, Flammarion, 2026; Thibaut Giraud, La parole aux machines - Philosophie des grands modèles de langage, Grasset, 2025; sommige auteurs zijn van mening dat AI zich tot de menselijke intelligentie verhoudt zoals het vliegen van een vliegtuig zich verhoudt tot dat van een vogel: het is zowel vergelijkbaar als van een andere aard.
9 Clifford Simak, «How-2» in Galaxy Science Fiction, november 1954, vertaald in het Frans in april 1955 in Galaxy Science-fiction onder de titel «Plus besoin d’homme» en in april 1974 onder de titel «Brikol’âge» door Micheline Legras-Wechsler voor Le Livre de Poche in La Grande Anthologie de la Science-fiction: Histoires de Robots.
10 «Vous avez beau ne pas vous occuper de politique, la politique s’occupe de vous tout de même» (Comte de Montalembert, Discours, entretiens et autres sources, https://histoire-en-citations.fr.
11 Cf. Günther Anders, Die Antiquiertheit des Menschen, 1956; Bruno Patiño, Le temps de l’obsolescence humaine, Grasset, 2026.
12 «Diella» genoemd («zon» in het Albanees). Zie https://www.rfi.fr/fr/europe/20250912-l-albanie-nomme-pour-la-premi%C3%A8re-fois-un-ministre-g%C3%A9n%C3%A9r%C3%A9-par-intelligence-artificielle. Het Albanese Grondwettelijk Hof dient zich uit te spreken over de grondwettelijkheid van een dergelijke benoeming: https://www.france24.com/fr/%C3%A9missions/info-%C3%A9co/20260526-de-l-albanie-aux-%C3%A9mirats-l-intelligence-artificielle-entre-au-c%C5%93ur-de-l-%C3%A9tat.
13 Zie Y. N. Harari, o.c.
14 Post-Gutenberg World, From an article by V. Richard Stacy, https://wiki.p2pfoundation.net/Post-Gutenberg_World.
15 In zijn gedicht Der Zauberlehrling, 1797; zie het voormelde voorbeeld van het Go-bordspel.
16 Acroniem voor «Heuristically programmed ALgorithmic computer».
17 2001: A Space Odyssey, geregisseerd in 1968 door Stanley Kubrick, op basis van een scenario dat hij samen met de romanschrijver Arthur C. Clarke schreef. HAL, een boordcomputer die met een onfeilbaar geachte artificiële intelligentie is uitgerust, besluit de dood van de bemanningsleden te veroorzaken om te voorkomen dat zij hem uitschakelen wegens zijn disfunctioneren.
18 Zie A.-S. Lemaire, o.c., p. 168.
19 Zie m. n. OVB: «Juridisch advies? AI is geen alternatief voor een advocaat», 3 april 2026, op https://advocaat.be: «Recente uitspraken van hoven en rechtbanken maken duidelijk dat AI het werk van een advocaat niet kan overnemen. Sterker nog: wie AI gebruikt voor juridische documenten, kan soms zelfs meer kosten maken. AI kan soms een eerste idee geven, maar begrijpt niet altijd de details of de regels van de rechtbank. Vooral gratis AI-versies kunnen fouten maken of zelfs informatie verzinnen. Dat soort fouten worden «hallucinaties» genoemd. Als je zo’n stukken gebruikt, kunnen rechters vaststellen dat je proces onnodig ingewikkeld wordt. Dat gebeurde de afgelopen maanden, bijvoorbeeld bij het hof van beroep in Antwerpen en bij de Raad van State. In zo’n gevallen kunnen de kosten voor de rechtzoekende zelfs hoger uitvallen».
20 «Justitie blijft toch altijd mensenrecht. Je kunt niet zomaar met een chatbot een vonnis schrijven», Interview door Pol Deltour van minister van justitie Annelies Verlinden: «Voor mezelf heb ik uitgemaakt dat ik voor zover nodig de laatste ambassadeur van de rechtsstaat wil zijn», Juristenkrant, 13 mei 2026, p. 8-10.
21 Zie Marie Dupont, stafhouder van de Franstalige Orde van Advocaten bij de Balie te Brussel, «Le bon usage de l’intelligence artificielle (IA) par les avocats - Questions déontologiques», Pli juridique, nr. 2026/76, p. 26, en haar bijdrage aan het colloquium van dit tijdschrift op 20 mei 2026, over «L’IA au service de l’avocat - Maîtriser les outils, sécuriser la pratique, préserver la déontologie».
22 Toelichtend rapport bij het Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat, 2024, nr. 75, p. 18-19, beschikbaar op https://rm.coe.int/1680afae68.
23 Zie G. da Empoli, Les ingénieurs du chaos, J.C. Lattès, 2019.
24 Zie Y. N. Harari, o.c..
25 Wat niet altijd het geval is.
26 Conseil consultatif conjoint de déontologie de la relation magistrat-avocat, Intelligence artificielle générative et vigilance déontologique dans l’exercice professionnel des magistrats et des avocats et de leurs équipes, https://www.courdecassation.fr/la-cour-de-cassation/reperes/deontologie-et-discipline/conseil-consultatif-conjoint-de-deontologie.
27 Wat betreft het gevaar voor niet-oorzakelijke correlaties (dat voortvloeit uit het verheffen van een correlatie tot causaliteit), zie A.-S. Lemaire, o.c., nr. 95.Dit betekent echter niet dat het vaststellen van schuld op basis van profilering gelijkgesteld mag worden met het gebruik, voor een ander doel (met name preventief) en overeenkomstig de wet, van een instrument voor de analyse van het risico op delinquentie.
28 «Le Guide du barreau de Paris sur l’utilisation de l’intelligence artificielle au sein d’un cabinet d’avocat» in Livre blanc sur l’Intelligence Artificielle - Un an d’innovation au barreau de Paris, Les Collections du Barreau de Paris, oktober 2025, Bijlage 1, p. 23-31, https://www.avocatparis.org/.
29 Fake news.
30 Wat in de toekomst wel eens anders zou kunnen zijn als gevolg van de concurrentiestelling van deze databanken in het kader van de gunning van overheidsopdrachten.
31 In de toekomst zal misschien de volledige rechtspraak toegankelijk zijn, op voorwaarde dat zij geanonimiseerd of gepseudonimiseerd wordt aangeleverd, een procedure waarvan de moeilijkheid infra wordt besproken, maar de lege lata verbiedt de wet het massaal downloaden en verwerken van een geheel van gegevens die zijn geregistreerd in het Centraal Register voor de beslissingen van de rechterlijke orde; zie de zogenaamde «CeReBro»-wet van 5 mei 2019 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek wat de bekendmaking van de vonnissen en arresten betreft, BS 16 mei 2019; artikel 782 van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 16 oktober 2022 tot oprichting van het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde en betreffende de bekendmaking van de vonnissen, houdende tijdelijke versoepelingen betreffende de elektronische ondertekening door leden of entiteiten van de rechterlijke orde en tot wijziging van de assisenprocedure betreffende de wraking van de gezworenen, BS 24 oktober 2022; GwH 30 januari 2025, nr. 9/2025.
32 Zie ontwerp infra.
33 Zie, voor een overzicht, https://www.damiencharlotin.com/hallucinations/.
34 Zie F. Georges en G. De Leval, Droit judiciaire, t/ 1 - Institutions judiciaires, Larcier Intersentia, Collection de la Faculté de droit de l’Université de Liège, 4e uitgave, 2024, p. 541-542.
35 Dit tijdschrift bevat voortaan een beperktere selectie van arresten en bovendien worden enkele kernarresten in het jaarverslag van het Hof opgenomen.
36 SpaceX.
37 Belgian association of CIOs and digital technology leaders.
38 Zie o.m. de Amerikaanse wetgeving: Cloud Act, FISA (Foreign Intelligence Surveilance Act), ...
39 Zie P.-Fr. Lovens, «Souveraineté technologique: la nouvelle urgence des entreprises belges», La Libre Belgique, 10 april 2026, 20-21; https://www.beltug.be/agenda/digital-sovereignty-geopolitical-risk-building-resilience/.
40 Zie de dreigementen van China dat het Taiwan zal binnenvallen.
41 Zie hieronder, Cloud Act.
42 Waarvan de broncode niet openbaar is (open source): Microsoft Windows (Word, Excel, Outlook, Teams, ...), JustCase, Sharepoint, Copilot, ...
43 Datacenters.
44 Zie het artikel «Visé par des sanctions américaines, le juge français de la CPI dénonce des atteintes à l’Etat de droit», https://www.france24.com/fr/info-en-continu/20251010-vis%C3%A9-par-des-sanctions-am%C3%A9ricaines-le-juge-fran%C3%A7ais-de-la-cpi-d%C3%A9nonce-des-atteintes-%C3%A0-l-etat-de-droit.
45 Zie https://www.icc-cpi.int. Op 19 maart 2025 heeft rechter Tomoko Akane, voorzitter van het ICC, de eerste voorzitter en de procureur-generaal van het Hof van Cassatie van België ontmoet en hen met name gewaarschuwd voor de gevolgen van het presidentieel decreet van de Verenigde Staten van 6 februari 2025 dat sancties oplegt tegen het ICC (zie https://www.whitehouse.gov/presidential-actions/2025/02/imposing-sanctions-on-the-international-criminal-court/); Resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2025 over voortzetting van de niet-aflatende steun van de EU voor Oekraïne, drie jaar na het begin van de Russische aanvalsoorlog (2025/2528(RSP)), overw. 19. «(...) spreekt in dit verband zijn grote bezorgdheid uit over de sancties van de VS tegen het Internationaal Strafhof, zijn aanklagers, rechters en personeelsleden, die een ernstige aanval op het internationaal rechtssysteem vormen; verzoekt de Commissie onverwijld de blokkeringsverordening in werking te doen treden en dringt er bij de lidstaten op aan zo snel mogelijk meer diplomatieke inspanningen te ondernemen om het Internationaal Strafhof te beschermen en te vrijwaren als een onmisbare hoeksteen van het internationaal rechtssysteem» (https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-10-2025-0033_NL.html).
46 https://www.publicsenat.fr/actualites/politique/proces-en-appel-de-marine-le-pen-une-menace-assez-serieuse-dingerence-americaine.
47 Zie «Your Brain on ChatGPT: Accumulation of Cognitive Debt when Using an AI Assistant for Essay Writing Task», onderzoek gepubliceerd door onderzoekers van MIT Media Lab, https://www.brainonllm.com/.
48 Motto van Le Canard Enchaîné.
49 Victor Hugo.
50 Jean Rohmer, «Faut-il une loi de séparation du numérique et de l’humain pour lutter contre le réchauffement sémantique?», geciteerd in M. Cadelli, Justice et IA: une enquête critique, Larcier Intersentia, 239.
51 Aurélie Jean, «L’IA doit être un amplificateur de compétences, pas une béquille cognitive», Le Figaro online, 14 mei 2014; zie id., Imposture, Identifier les usurpateurs du débat public au temps des algorithmes, L’Observatoire, 2026; Anis Ayari, Le superpouvoir de l’IA, First, 2026.
52 OVB en Avocats.be, Richtlijnen voor advocaten voor het gebruik van Artificiële Intelligentie, 31 januari 2025, https://www.ordevanvlaamsebalies.be.
53 Conseil consultatif conjoint de déontologie de la relation magistrat-avocat, Intelligence artificielle générative et vigilance déontologique dans l’exercice professionnel des magistrats et des avocats et de leurs équipes, 24 oktober 2025, p. 5, https://www.courdecassation.fr/la-cour-de-cassation/reperes/deontologie-et-discipline/conseil-consultatif-conjoint-de-deontologie.
54 Cf. supra, Vooringenomenheden en manipulatie.
55 Sinds de afschaffing van het beginsel van de «vaste straf» beschikt de rechter over het algemeen over een zeer grote beoordelingsmarge om de op te leggen straf te bepalen, zowel wat betreft de aard van de straf als de strafmaat. Zo kon het hof van assisen, tot de inwerkingtreding van het Strafwetboek van 2024, een moordenaar veroordelen tot levenslange opsluiting maar ook, met aanneming van verzachtende omstandigheden, tot een minimumstraf van drie jaar opsluiting, volledig met uitstel.
56 Zie Minority report, een film van Steven Spielberg (2002), naar de novelle van Philip K. Dick (1956).
57 Zie «Nosedive», de eerste aflevering van seizoen 3 van de Britse reeks Black Mirror, Netflix, 2016.
58 Thoughtcrime in «Nieuwspraak»: alleen al het feit dat iemand een mening heeft die in strijd is met de mening die op dat ogenblik door de regerende partij wordt verkondigd.
59 In 1984, de dystopische roman van George Orwell, is de gedachtemisdaad («thoughtcrime» in de originele versie en in Nieuwspraak) «de essentiële misdaad die alle andere misdaden omvat» en die erin bestaat een overtuiging of een twijfel te koesteren die op welke wijze dan ook afwijkt van de doctrine van de regerende partij» (Wikipedia).
60 Zie bijvoorbeeld Conseil consultatif conjoint de déontologie de la relation magistrat-avocat, Intelligence artificielle générative et vigilance déontologique dans l’exercice professionnel des magistrats et des avocats et de leurs équipes, https://www.courdecassation.fr/la-cour-de-cassation/reperes/deontologie-et-discipline/conseil-consultatif-conjoint-de-deontologie.
61 Op dit ogenblik verbiedt de wet het massaal downloaden en de verwerking van een geheel van in het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde opgenomen gegevens (zie art. 782, § 8, Gerechtelijk Wetboek, zoals vervangen door artikel 8 van de wet van 16 oktober 2022 tot oprichting van het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde [CeReBro] en betreffende de bekendmaking van de vonnissen en tot wijziging van de assisenprocedure betreffende de wraking van gezworenen; GwH. 30 januari 2025, nr. 9/2025.
62 Cf. supra (Ontkoppeling) en infra (Een eerste aanzet tot een Europees juridisch kader voor het gebruik van AI).
63 Microsoft, Palantir (gespecialiseerd in massasurveillance), enz.
64 «Pourquoi l’usage de l’intelligence artificielle tend les relations entre avocats», Le Figaro online, 14 mei 2026.
65 «Nieuwe» middelen, middelen die feiten en recht vermengen of geen kritiek uitoefenen op een beslissende reden van het bestreden arrest, ...
66 Zie EHRM, Guide sur l’article 6 de la Convention européenne des droits de l’homme - Droit à un procès équitable (volet civil), bijgewerkt op 31 augustus 2025, §§ 367 e.v. en §§ 447 e.v., en de hierin vermelde verwijzingen.
67 Zie artt. 425 en 429 Wetboek van Strafvordering; KB 10 oktober 2014 tot vaststelling van de vereisten van de opleiding bepaald in artikel 425, § 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
68 Zie de wet van 18 februari 2014 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie, BS 4 maart 2014, Numac 2014009085.
69 Time sheets.
70 Rechtspreken mag zich niet beperken tot een syllogisme maar moet voortkomen uit een disputatio. Zie M. Cadelli, Justice et IA: une enquête critique, Larcier Intersentia, 2025, p. 35-40.
71 Toespraak van Christophe Soulard, eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, bij de opening van het colloquium «Le juriste augmenté: quelle éthique pour demain?», dat op 23 maart 2026 werd georganiseerd bij het Hof van Cassatie van Frankrijk ter gelegenheid van de nationale dag van de relatie tussen magistraat en advocaat, https://www.courdecassation.fr/; zie Alain Strowel en François Wéry, L’Intelligence Artificielle pour les juristes - Quels défis pour le droit?, Larcier-Intersentia, 2025, 279 p.
72 Zie art. 136 Gerechtelijk Wetboek.
73 Clarifying Lawful Overseas Use of Data Act, https://www.congress.gov/bill/115th-congress/house-bill/4943.
74 Zie de aanbeveling voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen met het oog op een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika over grensoverschrijdende toegang tot elektronisch bewijsmateriaal voor justitiële samenwerking in strafzaken, document 52019PC0070, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/FR/TXT/?uri=CELEX%3A52019PC0070.
75 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
76 Tech Sovereignty Package, https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/eu-tech-sovereignty.
77 https://rm.coe.int/1680afae3d, in werking getreden op 21 april 2026 (zie Besluit (EU) 2026/1080 van de Raad van 21 april 2026, Pb. L.2026/1080, 13 mei 2026).
78 Art. 26; zie ook Raad van Europa - Raadgevend Comité van het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot geautomatiseerde gegevensverwerking (Verdrag 108) - «Richtsnoeren inzake artificiële intelligentie en gegevensbescherming», 25 januari 2019, T-PD(2019)01, zie https://rm.coe.int/lignes-directrices-sur-l-intelligence-artificielle-et-la-protection-de/168091ff40, en toelichtend rapport, nr. 75, 18-19, beschikbaar op https://rm.coe.int/1680afae68.
79 Opgericht op 18 september 2002 door Résolution Res(2002)12 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa.
80 https://rm.coe.int/cepej-2025-18final-fr-projet-de-lignes-directrices-sur-l-utilisation-d/48802a4ad2.
81 Charte éthique européenne d’utilisation de l’intelligence artificielle dans les systèmes judiciaires - Note de présentation: https://rm.coe.int/presentation-note-fr-for-publication-4-december-2018/16808f699e.
82 In het kader van de Raad van Europa citeren we ook «Verdrag 108+» tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens.
83 «Quelles utilisations pour l’IA dans les systèmes judiciaires européens?».
84 Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828; zie A. Bensoussan, Jérémy Bensoussan en Virginie Bensoussan-Brulé, Le Règlement européen sur l’intelligence artificielle, Synthèse, points clés et analyse article par article, Bruylant, ____; Lignes directrices de la Commission sur les pratiques interdites en matière d’intelligence artificielle au sens du règlement (UE) 2024/1689 (règlement sur l’IA) en Richtsnoeren van de Commissie inzake de definitie van een artificiële-intelligentiesysteem in de zin van Verordening (EU) 2024/1689 (verordening artificiële intelligentie), https://rm.coe.int/lignes-directrices-sur-l-intelligence-artificielle-et-la-protection-de/168091ff40.
85 Dit betekent echter niet dat elk instrument voor risicoanalyse moet worden verboden.
86 Bericht van 12 mei 2026: «Le Groupe de travail du CCJE s’est réuni à Porto du 28 au 30 avril 2026 afin d’examiner le projet de structure de l’Avis n° 29 (2026) sur l’utilisation de l’intelligence artificielle (IA) dans le cadre de la procédure judiciaire, préparé par l’expert du CCJE, Dr John Sorabji (Royaume-Uni), sur la base des normes disponibles du CCJE, de la Commission européenne pour l’efficacité de la justice (CEPEJ), de la Commission de Venise et d’autres institutions au sein et en dehors du Conseil de l’Europe. Le projet tenait compte en particulier de la Convention-cadre du Conseil de l’Europe sur l’intelligence artificielle et les droits de l’homme, la démocratie et l’Etat de droit, récemment adoptée.Le Groupe de travail a reconnu que, lorsqu’elle est utilisée de manière appropriée, l’IA a un rôle important à jouer dans la promotion de l’accès à la justice et l’amélioration de l’efficacité judiciaire, des capacités de recherche, de la certitude juridique et de la cohérence. Une telle utilisation peut toutefois avoir également un impact négatif potentiel sur l’indépendance judiciaire et le droit à un procès équitable. L’Avis devrait donc trouver le juste équilibre pour une utilisation appropriée de l’IA par les juges.».
87 Zie bijvoorbeeld Conseil national des barreaux (Frankrijk), Guide pratique sur l’IA générative en Charte sur le respect des principes de transparence, d’impartialité et des droits fondamentaux lors de l’utilisation de l’IA; «Le Guide du barreau de Paris sur l’utilisation de l’intelligence artificielle au sein d’un cabinet d’avocat , in Livre blanc sur l’Intelligence Artificielle - Un an d’innovation au barreau de Paris, Les Collections du Barreau de Paris, oktober 2025, Bijlage 1, 23-31, https://www.avocatparis.org/.
88 Zie de Guide du CCBE sur l’utilisation de l’intelligence artificielle générative par les avocats, 2 oktober 2025, en Considérations du CCBE sur les aspects juridiques de l’intelligence artificielle, 2020, https://www.ccbe.eu.
89 Ibid., aangenomen in de zomer van 2025 door veertig federale instanties, ondertekend door de Minister van Modernisering van de Overheid en de drie Colleges van voorzitters van de openbare diensten.
90 Cf. infra.
91 https://federaljusticebelgium.sharepoint.com/sites/jus-justtalk/SitePages/nl/AI--slimme-toepassingen-voor-effici%C3%ABnte-en-veilige-justitiewerking.aspx.
92 OVB en Avocats.be, Richtlijnen voor advocaten voor het gebruik van Artificiële Intelligentie, 31 januari 2025, https://www.ordevanvlaamsebalies.be, Pli juridique, nr. 2026/76, 30.
93 «Charte d’utilisation responsable des outils d’intelligence artificielle», Pli juridique, nr. 2026/76, 27-29.
94 Marie Dupont, o.c., 24-26.
95 Zie infra.
96 Conseil consultatif conjoint de déontologie de la relation magistrat-avocat, Intelligence artificielle générative et vigilance déontologique dans l’exercice professionnel des magistrats et des avocats et de leurs équipes, 24 oktober 2025, https://www.courdecassation.fr/la-cour-de-cassation/reperes/deontologie-et-discipline/conseil-consultatif-conjoint-de-deontologie.
97 https://www.coe.int/fr/web/cepej/resource-centre-on-cyberjustice-and-ai.
98 19 december 2025 (https://rm.coe.int/cepej-2025-18final-fr-projet-de-lignes-directrices-sur-l-utilisation-d/48802a4ad2).
99 https://radar.ircai.org/fr/.
100 Justice, fundamental rights and artificial intelligence; zie https://www.julia-project.eu/.
101 https://www.belgium.be/sites/default/files/resources/publication/files/Regeerakkoord-Bart_De_Wever_nl.pdf, 65.
102 Ibid., 151; cf. supra wat betreft het gevaar dat de beoordeling van het gevaar voor recidive, met name om de straf vast te stellen, aan AI wordt toevertrouwd.
103 Ibid., 160.
104 Ibid., 158.
105 Cf. ALSP (Alternative Legal Service Providers) dat diensten verleent met betrekking tot juridisch opzoekingswerk, het opstellen van documenten, ...
106 Door in te loggen met het «Justice»-account, bij voorkeur via VPN en met de Edge-browser.
107 Team ICT, DigiNews, 25 februari 2025:«Waarom is Copilot Chat veiliger?- Gegevensbescherming: Copilot Chat heeft sterke beveiligingsmaatregelen om gegevenslekken en ongeoorloofde toegang te voorkomen.- Toegangscontrole: Enkel de bevoegde medewerkers kunnen inloggen, wat de privacy van gegevens beschermt.- Geen gegevensopslag: Gegevens die je invoert of genereert, worden over het algemeen niet opgeslagen, waardoor het risico op misbruik afneemt.- Integratie met beveiliging: Copilot Chat werkt samen met onze bestaande beveiligingssystemen voor extra veiligheid.».
108 ChatGPT, Claude.AI, Gemini, enz.
109 De Colleges van de zetel en van het openbaar ministerie, en de «Entiteit Cassatie».
110 Lenin.
111 https://premier.be/sites/default/files/2026-04/Nationale-Veiligheidsstrategie_2026.pdf, 21 en 24.
112 JustTalk (Sharepoint) https://federaljusticebelgium.sharepoint.com/sites/jus-justtalk/SitePages/fr/Nieuw-AI-charter--verantwoord-om-gaan-met-AI-binnen-overheidsdiensten.aspx.
113 Cf. supra.
114 Data Protection Impact Assessment (DPIA).
115 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zakendoen-met-het-rijk/documenten/rapporten/2024/12/17/dpia-en-fraia-microsoft-365-copilot.
116 Data Protection Impact Assessment (DPIA).
117 Data Transfer Impact Assessment (DTIA).
118 Zie Richtlijnen voor (Gen)AI binnen Justitie, o.c.; Avocats.be en OVB, Richtlijnen voor advocaten voor het gebruik van Artificiële Intelligentie, o.c.; art. 86 AI Verordening (AI Act).
119 Marie Dupont, o.c., pp. 25-27.
120 Code de déontologie de l’avocat, Ordre des Barreaux francophones et germanophone de Belgique, in werking getreden op 30 april 2026, art. 3.15, § 2, 8°.
121 D. Van den Bossche, voorzitter van de Nederlandstalige Advies- en Onderzoekscommissie (AOC) van de Hoge Raad voor de Justitie, De Juristenkrant, 8 oktober 2025, 8.
122 Wat betreft het aantal pagina’s, tekens (om de list van de kleine letters te voorkomen), of middelen (met inbegrip van de onderdelen)?
123 Zie bijvoorbeeld wat betreft de Supreme Court van de Verenigde Staten, Judiciary Act of 1925 (aangeduid als «The Certiorari Act») en de Supreme Court Case Selections Act of 1988.
124 Zie de procedure inzake «rolzittingen» bij de Hoge Raad der Nederlanden, art. 80a RO.
125 In de zin van artikel 34 EVRM.
126 EHRM, Guide sur l’article 6 de la Convention européenne des droits de l’homme - Droit à un procès équitable (volet civil), bijgewerkt op 31 augustus 2025, §§ 491-503 [494-498].
127 Ibid., § 270.
128 Antwoord van de Franse minister van justitie op schriftelijke vraag nr. 17714, J.O. 9 juli 2019, 6462, https://questions.assemblee-nationale.fr/q15/15-17714QE.htm.
129 EHRM, Guide pratique sur la recevabilité (artt. 34-35), bijgewerkt op 28 februari 2025, §§ 253-256, en de aldaar geciteerde verwijzingen. «Les hypothèses dans lesquelles la Cour a conclu au caractère abusif d’une requête peuvent être réparties en cinq catégories typiques: désinformation de la Cour; usage d’un langage abusif; violation de l’obligation de confidentialité du règlement amiable; requête manifestement chicanière ou dépourvue de tout enjeu réel; et abus des voies de recours internes ou autres actes répréhensibles commis au niveau interne pour autant qu’ils ont un lien direct avec la procédure menée devant la Cour.».
130 Artikel 1014, eerste lid, Code de procédure civile, https://www.legifrance.gouv.fr; zie EHRM, 28 januari 2003, Burg e.a. tegen Frankrijk, nr. 34763/02; EHRM, 21 maart 2006, Salé tegen Frankrijk, nr. 39765/04. Daarentegen, «tous les arrêts rendus par la chambre criminelle de la Cour de cassation sont des arrêts spécialement motivés, rendus après que les parties ont déposé leur mémoire (articles 584 à 590 du code de procédure pénale) et après que les avocats des parties ont été entendus en leurs observations à l’audience (article 602 du code de procédure pénale)».
131 Zie Cass. 21 maart 2025, AR nr. F.22.0046.N, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250321.1N.6, http://www.juportal.be.
132 Die bepaling houdt in dat «de partij die de rechtspleging aanwendt voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden tot een geldboete van 15 euro tot 2.500 euro kan worden veroordeeld, onverminderd de schadevergoeding die gevorderd zou worden», waarbij het derde lid evenwel bepaalt dat «dit artikel niet van toepassing is in strafzaken noch in tuchtzaken».
133 Zie Cass. 22 februari 2023, AR nr. P.22.0801.F, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230222.2F.3, http://www.juportal.be.
134 Zie voor de Hoge Raad der Nederlanden de artikelen 398-429 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; art. 80a, Wet op de rechterlijke organisatie; punt 3.3.13; Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden, (op https://www.hogeraad.nl/regelingen-protocollen/reglementen/procesreglement-hoge-raad-nederlanden/).
135 Zie art. 495 e.v. Gerechtelijk Wetboek.
136 «L’IA au service de l’avocat. Maîtriser les outils, sécuriser la pratique, préserver la déontologie», colloquium georganiseerd door Pli Juridique op 20 mei 2026 te Louvain-la-Neuve o.l.v. mr. Philippe Wéry.
137 Bijvoorbeeld wat betreft het gebruik van artificiële intelligentie om zijn conclusie op te stellen (zonder dat gesteld wordt dat hij op een dergelijke vraag dient te antwoorden).
138 Zie F. Georges en G. De Leval, o.c., 541 e.v.
139 In april 2026 heeft de stafhouder van de Luikse balie de korpsoversten van de Luikse gerechten bovendien in kennis gesteld van zijn beslissing om een advocaat te verbieden «voor de rechtbanken eender welk processtuk, brief of stuk neer te leggen of aan het openbaar ministerie mee te delen die verwijzingen bevatten naar rechtsleer of rechtspraak, zonder dat [hij] die stukken heeft medeondertekend», met de kanttekening dat het hier gaat om een maatregel met een strikt deontologische draagwijdte.
140 Chr. Soulard, o.c.
141 Zie art. 451 Strafwetboek 2024; zie Cass. 28 mei 2025, AR nr.P.25.0159.F, ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250528.2F.1, en concl. OM, ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250528.2F.1, http://www.juportal.be.
142 In navolging van Contempt of court.
143 Artikel 758, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek.
144 Zie de door koning Boudewijn op 13 januari 1959 gegeven toespraak.
145 J. Carbonnier, Droit civil, Introduction, bd. 1, PUF, 2004, 23.
146 Toespraak van Rémy Heitz, procureur-generaal bij het Franse Hof van Cassatie, bij de opening van het colloquium «Le juriste augmenté: quelle éthique pour demain?», georganiseerd bij het Hof van Cassatie op 23 maart 2026, ter gelegenheid van de journée nationale de la relation magistrat-avocat.