Omschrijving
De CMI Lex Maritima 2025: een lex mercatoria voor de zee – Deel 1
Jaargang
2026 - 2027 (90)
Pagina
363
Auteur(s)
E. Van Hooydonk
Trefwoorden

ZEERECHT

Bijkomende informatie

De CMI Lex Maritima 2025: een lex mercatoria voor de zee - Deel 1

Prof. dr. Eric VAN HOOYDONK

Voorzitter van de Permanente Commissie van het CMI voor de Optekening van de Lex Maritima

Onderzoeksprofessor aan de Universiteit Gent (Maritiem Instituut)

Advocaat in Antwerpen

De CMI Lex Maritima 2025, ook De Zeerechtbeginselen van Tokio genoemd, is de allereerste optekening van de grote, universeel geldende beginselen van het zeerecht. Het instrument is gebaseerd op rechtsvergelijkend onderzoek en werd goedgekeurd door het Comité Maritime International, de wereldkoepel van zeerechtbeoefenaars. Deze lex mercatoria voor de zee kan verschillende functies vervullen, in België zelfs als aanvullende rechtsbron. Deze bijdrage bevat een inleiding tot het document, met voor het eerst een Nederlandse vertaling ervan.

1. De CMI Lex Maritima 2025 in het kort

De CMI Lex Maritima 2025, ook De Zeerechtbeginselen van Tokio genoemd (hieronder: «CMI Lex Maritima» of «CMI-instrument»), is de allereerste optekening van de grote, universeel geldende beginselen van het zeerecht. Volgens een klassieke zienswijze berust het zeerecht op wereldwijd gedeelde noties, basisregels en gebruiken, die bovendien kunnen bogen op een lange, zelfs eeuwenoude traditie. Een document dat deze gemeenschappelijke beginselen van het zeerecht - vaak «lex maritima» genoemd - identificeert en formuleert, ontbrak echter. Op basis van in 2014 gestarte werkzaamheden heeft de Algemene Vergadering van het Comité Maritime International (CMI) op 17 mei 2025 een compilatie van de lex maritima goedgekeurd. Het CMI is de wereldwijde koepelvereniging van zeerechtbeoefenaars. De CMI Lex Maritima bestaat uit 5 voorafgaande Regels en 25 materiële Beginselen, die het gehele zeerecht bestrijken, met nadruk op het privaatrechtelijke zeerecht. Het CMI-instrument bevat een uitvoerige toelichting. Daarin zijn talrijke verwijzingen opgenomen naar de internationale zeerechtelijke eenmakingsverdragen en naar bronnen uit 68 nationale rechtsstelsels, waaruit de Beginselen op basis van rechtsvergelijkend onderzoek zijn afgeleid. De CMI Lex Maritima is noch een verdrag, noch een (model)wet, maar een soft law-instrument dat is goedgekeurd bij resolutie van een internationale niet-gouvernementele organisatie. De uniciteit en de representativiteit van het CMI, waarin een ruime, gespecialiseerde expertise van practici en academici is samengebracht, geven de CMI Lex Maritima legitimiteit en overtuigingskracht. Tegelijk blijft het CMI-instrument bescheiden en flexibel. Het beoogt het positief zeerecht niet te wijzigen, maar aan te vullen. In de mate dat het positief zeerecht toelaat de lex maritima (of de lex mercatoria) te hanteren als rechtsbron bij geschillenbeslechting, kan het CMI-instrument door gerechten (inbegrepen scheidsgerechten) als dusdanig worden toegepast. Daarnaast kan het worden gebruikt bij de uitlegging van het positief zeerecht, ter aanvulling van overeenkomsten, als inspiratie voor regelgevers en als educatief hulpmiddel. Hoewel de CMI Lex Maritima tot stand kwam los van het brede academische debat over de lex mercatoria, vult zij deze lex mercatoria nuttig aan. Ze bevat immers een optekening van de universele beginselen van een eerbiedwaardige, voor het functioneren van de wereldeconomie essentiële tak van het transnationale handelsrecht1. Daarenboven berust het CMI-instrument op een originele methodologie en omschrijft het op innovatieve wijze zijn eigen rechtskracht. Een latere, periodieke actualisering van de CMI Lex Maritima is in het vooruitzicht gesteld.

2. Uitgangspunten, wording en statuut

2.1. De lex maritima van mythe tot praktijk

Het zeerecht kent een lange traditie van internationale eenheid. De gemeenschappelijke onderbouw van het hedendaagse zeerecht, die wortels heeft in de klassieke oudheid en, meer nog, de Europese middeleeuwen2, wordt vaak aangeduid met het koepelbegrip lex maritima. Hoewel het geloof aan deze lex maritima oud en wijdverbreid is, ontbrak een tekst waarin de universele zeerechtprincipes worden geïdentificeerd en gearticuleerd.

Een wetgevende erkenning en een nader rechtsgeleerd onderzoek van de «algemene zeerechtelijke beginselen» of «regels van een algemene zeerechtsorde» bepleitte de auteur dezes in 2011 bij de aanvang van de hercodificatie van het Belgische scheepvaartrecht3. Aansluitend daarbij argumenteerde hij in 2014 in The Journal of International Maritime Law dat een opschriftstelling van de lex maritima mogelijk en ook wenselijk was4. Aan de hand van een bloemlezing van oude en hedendaagse rechtsbronnen werd in die bijdrage vooreerst in herinnering gebracht dat het bestaan van een lex maritima als een geheel van algemeen aanvaarde maritieme algemene beginselen en zelfregulering (gebruiken en standaardcontracten) inderdaad al lang wordt aangenomen. Bovendien werd gewezen op nationale wetsbepalingen en rechtspraak die de lex maritima, of onderdelen ervan, erkennen als rechtsbron, en op hedendaagse rechtsleer waarin aspecten ervan nieuwe aandacht hadden gekregen5. De meest gezaghebbende en invloedrijke propagandist van de lex maritima van de voorbije decennia was wijlen William (Bill) Tetley, hoogleraar te Montreal6. Onder de recentere onderzoekers zijn de academici Massimiliano Rimaboschi uit Italië7 en Andreas Maurer uit Duitsland8 te vermelden. Zij promoveerden op proefschriften over de eenmaking van het zeerecht resp. het transnationaal zeerecht, en gaven beiden aandacht aan bepaalde aspecten van de lex maritima. De Australische magistraat James Allsop onderlijnde bij herhaling het blijvende belang van «the general maritime law» aan de hand van de Angelsaksische rechtspraak9. Nog andere auteurs benadrukten dat het nationale zeerecht berust op internationale instituten10.

Uit het door de auteur dezes in The Journal of International Maritime Law aangebrachte overzicht van oud en nieuw zeerecht bleek echter ook dat het concept van de lex maritima onnauwkeurig en, bij gebrek aan identificatie en articulatie van de universele beginselen en gebruiken, van weinig praktisch nut was. De diverse beschikbare stellingnamen over de lex maritima dienden deze aan als een nogal vormeloos geheel, a.h.w. bij wijze van passionele geloofsbelijdenis; van een analytische en praktisch bruikbare formulering van rechtsregels was geen sprake11. Daarom werd in de bijdrage voorgesteld om over te gaan tot een «restatement» of «codificatie»12 van de algemene beginselen van het zeerecht. Meer bepaald kon een beknopt en flexibel document de kenmerkende concepten en basisregels van het zeerecht verwoorden die gemeen zijn aan de meeste, zoniet alle zeerechtstelsels en -tradities13. Dit project kon, steeds volgens het vermelde pleidooi, een manier zijn om de lex maritima-theorie concreet toepasbaar te maken en bovendien een nuttige bijdrage leveren tot de verdere eenmaking van het zeerecht. Meteen kon het een remedie bieden voor de hedendaagse hapering van de harmonisatie van het zeerecht door middel van eenmakingsverdragen en voor het gevaar dat de specifieke aard van de maritieme sector over het hoofd werd gezien in projecten voor de codificatie van het internationale en Europese contractenrecht14. Een optekening van de beginselen van het zeerecht kon het goede functioneren van de rechtstak bevorderen, nieuwe internationale en nationale regelgevingsinitiatieven ondersteunen, contractonderhandelingen en geschillenbeslechting vergemakkelijken en kennisverspreiding bevorderen. Auteur dezes besloot het tijdschriftartikel met een tentatieve lijst van 22 thema’s waaromtrent vermoedelijk beginselen konden worden geformuleerd15.

Op basis van deze argumentatie kon het Comité Maritime International worden overtuigd om de optekening van de lex maritima te ondersteunen. Zoals vermeld leidde dit in 2025 tot de aanneming van de CMI Lex Maritima. Daarin zijn de meeste van de al in 2014 gesuggereerde zeerechtbeginselen daadwerkelijk opgenomen en verder uitgewerkt.

2.2. Organisatie van het project

Het Comité Maritime International (CMI) is de koepel van de nationale verenigingen van zeerechtbeoefenaars. Het is een van de oudste internationale maritieme organisaties. Het werd in 1897 in België opgericht om het zeerecht wereldwijd een te maken en heeft op dat vlak grote successen geboekt, vooral door over een reeks deelmateries eenmakingsverdragen voor te bereiden. Deze werden telkens geofficialiseerd tijdens een diplomatieke conferentie te Brussel georganiseerd door de Belgische regering, die ook de rol van depositaris op zich nam. Sinds de ramp met de olietanker Torrey Canyon in 1967 is de leidende verdragsproducerende rol van het CMI, een niet-gouvernementele organisatie, overgenomen door volkenrechtelijke instanties, in de eerste plaats de Internationale Maritieme Organisatie (IMO)16 te Londen. Binnen deze gespecialiseerde instelling van de Verenigde Naties werd toen een «Juridisch comité» opgericht. Het CMI kreeg bij de IMO «raadgevende status» en heeft bij de voorbereiding van diverse IMO-verdragen een bepalende rol gespeeld. Voorts draagt het CMI bij tot het werk van de Commissie van de Verenigde Naties voor Internationaal Handelsrecht (UNCITRAL). Ook voor de VN-Conferentie inzake Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) heeft het CMI al nuttig werk geleverd. Bij het CMI zijn momenteel 54 nationale zeerechtverenigingen aangesloten. Daarnaast telt het 249 individuele Titulary Members. Het CMI is nog steeds de enige wereldvereniging van zeerechtbeoefenaars en verenigt in zijn midden dan ook een unieke expertise17,18.

In 2014 werd binnen het CMI een Internationale Werkgroep (IWG) opgericht met als naam (en meteen opdracht) «Restatement of the Lex Maritima» en als leden practici en academici met een civielrechtelijke en een common law-achtergrond uit verschillende continenten19. Stukje bij beetje werd de tekst opgebouwd. Het concept en de methodologie werden uitgedacht door de voorzitter van de IWG (tevens auteur dezes), die ook het rechtsvergelijkende onderzoek en de redactie van de CMI Lex Maritima verzorgde en de interne en de publieke besprekingen leidde. Professor Jesús Casas Robla uit Madrid, de rapporteur, droeg in belangrijke mate bij tot de praktische organisatie en de algemene aanpak binnen het CMI en stond voortdurend met de voorzitter in overleg. Fragmenten van de ontwerptekst werden getoond tijdens publieke CMI-evenementen in New York (2016), Mexico City (2019), Antwerpen (2022) en Montreal (2023)20. Alle ontwerpen zijn grondig besproken in de IWG, wat leidde tot bevestiging door nationale deskundigen en nuttige verfijningen en aanvullingen. Een volledig ontwerp van de «Draft CMI Lex Maritima» is op 23 mei 2024 door een delegatie van de IWG voorgesteld tijdens het CMI-colloquium in Göteborg21. Deze tekst - ook aangeduid als «The Gothenburg Draft» - werd o.m. beschikbaar gemaakt op de website van het CMI22 en werd, vergezeld van een vragenlijst («questionnaire»), voor commentaar, correctie en eventuele aanvulling voorgelegd aan de bij het CMI aangesloten nationale zeerechtverenigingen23. Hierop is nuttige respons gekomen, die leidde tot verdere verbeteringen van de tekst. De IWG heeft alle ontvangen opmerkingen en suggesties grondig bestudeerd, integraal beantwoord en waar nuttig in de tekst verwerkt. Op basis daarvan, en ook van uitgebreid aanvullend rechtsvergelijkend onderzoek door de voorzitter, zijn daarna een tiental opeenvolgende versies opgesteld van een nieuw ontwerp, getiteld «The Tokyo Draft».

De definitieve versie van «The Tokyo Draft» werd ter bespreking en goedkeuring voorgelegd aan de CMI-conferentie van 2025 in Tokio. Het CMI-instrument werd op 17 mei 2025 door de Algemene Vergadering van het CMI goedgekeurd als «The CMI Lex Maritima 2025», met als ondertitel «The Tokyo Principles of Maritime Law». Dit gebeurde onder voorbehoud van laatste, louter tekstuele, niet-inhoudelijke correcties. De finale, «officiële» versie is door de Uitvoerende Raad van het CMI aanvaard en op de website van het CMI gepubliceerd op 17 november 202524. De tekst is ook te vinden op de speciale website www.lexmaritima.world25. De IWG is inmiddels omgevormd tot een Permanente Commissie («Standing Committee») van het CMI, die de verdere werkzaamheden zal leiden.

2.3. Algemeen concept en mogelijke toepassingen

De CMI Lex Maritima is een formulering van 25 fundamentele beginselen van het zeerecht die kunnen worden beschouwd als breed internationaal aanvaard, m.a.w. als gemeenschappelijk aan de meeste, zoniet alle rechtssystemen en -tradities. Het gaat dus om de grondslagen, ja de diepste kern van het zeerecht, zoals die wordt gereflecteerd in de concrete rechtsregels die dagelijks worden aangewend in de maritiem-juridische wereldgemeenschap. De CMI Lex Maritima verschilt van andere zeerechtelijke eenmakingsinstrumenten doordat zij regels inventariseert die nu reeds uniform en gemeenschappelijk zijn. Bij zeerechtelijke verdragen en modelwetten gaat het daarentegen om maatregelen tot harmonisering van wat vandaag verschillend is.

De CMI Lex Maritima is geen zuiver academische oefening, maar kan op diverse gebieden praktisch nut opleveren26. Gerechten (inbegrepen scheidsgerechten) die, binnen de contouren van hun rechtsstelsel, de algemene beginselen van het zeerecht wensen toe te passen, kunnen deze beginselen in het CMI-instrument terugvinden. Daarop wordt verderop nog teruggekomen27. Verder kan de compilatie een belangrijke educatieve rol vervullen, door niet-specialisten in de materie inzicht te geven in de wereldwijd aanvaarde basisregels ervan. Meteen kan de tekst bijdragen tot een beter begrip van de specificiteit (volgens sommigen «autonomie») van deze rechtstak. Verschillende rechtssystemen maken overigens een onderscheid tussen «zeerecht» en «landrecht» (ook «law of the land», «land law», «terrene law», «le droit terrestre», «le droit commun», «el derecho común», «il diritto civile»)28. Zeerechtelijke rechtsfiguren als de kapitein, berging, averij-grosse en aansprakelijkheid voor aanvaringen zijn erg specifiek, en kunnen niet worden herleid tot een toepassing van het gemeen recht. De CMI Lex Maritima vestigt de aandacht op deze eigenheid van het zeerecht en helpt de regels ervan beter te begrijpen. Ook nationale regelgevers kunnen in het document inspiratie vinden, of er desgewenst zelfs naar verwijzen als aanvullende bron van recht.

Hoewel de CMI Lex Maritima ook in de context van de werkzaamheden van het CMI als innovatief is te beschouwen en een uitgesproken sui-generis-karakter draagt, past het initiatief, dat ook een eenmakingsmiddel is, perfect in de kerntaak van de organisatie29. Zoals al aangegeven, is de aan het eind van de negentiende eeuw door het CMI aangevatte stroomlijning van het moderne nationale zeerecht via thematische eenmakingsverdragen de jongste decennia gaan stokken, vooral ingevolge de fragmentatie tussen alternatieve verdragsregimes en wijzigingsprotocollen en het uitblijven van wijdverspreide ratificatie of zelfs inwerkingtreding van belangrijke nieuwe teksten (zoals de Regelen van Rotterdam betreffende de zeevervoerovereenkomst)30. Bovendien hebben steeds meer landen de jongste tijd hun maritieme wetboeken of wetten vernieuwd (laatst nog Griekenland31). Deze drukke nationale wetgevende activiteit houdt een risico op verdere verbrokkeling in32. De CMI Lex Maritima kan in deze steeds meer versplinterde omgeving een hulpmiddel zijn om de eenheid toch nog enigszins te bewaren of te herstellen.

2.4. Focus op privaat zeerecht en verhouding tot publiek zeerecht

De CMI Lex Maritima formuleert beginselen van het private zeerecht, dat in veel landen is ingebed in het handelsrecht. Vrijwel alle fundamentele rechtsfiguren komen aan bod, zoals het statuut van het schip en de specifieke zeerechtelijke aansprakelijkheidsregelingen (aansprakelijkheid van scheepseigenaren en scheepsexploitanten, voor andermans daad en/of hoofdelijk, algemene beperking van aansprakelijkheid). Voorts bestrijkt de compilatie niet alleen het maritieme contractenrecht (contractvrijheid, bevrachting, vervoerovereenkomst), maar ook het maritieme buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht (aanvaring, milieuschade) en specifieke vergoedingsstelsels (hulpverlening, averij-grosse). Een aantal thema’s wordt niet aangeraakt, omdat er geen internationale eenvormigheid rond bestaat en/of omdat ze circuleren in de periferie van het klassieke zeerecht (zeeverzekering, scheepsverkoop, scheepsarbeid, multimodaal vervoer, maritieme verkoop, goederenbehandeling, havenbeheer, maritieme arbitrage). Evenmin wordt ingegaan op de betekenis en het statuut van veel voorkomende, zoniet typische individuele maritieme contractuele bedingen33.

Het internationaal en nationaal publiekrechtelijk zeerecht valt in principe buiten het werkingsveld van de CMI Lex Maritima. Nochtans worden in de tekst enkele onmisbare verbanden met het publiekrechtelijke raamwerk gelegd (nationaliteit van het schip, publiekrechtelijke reglementering van de zeevaart, Zeeaanvaringsreglement, statuut van de kapitein en de loods, wrakopruiming). Zoals door vele maritimisten opgemerkt34, is de opdeling tussen privaat en publiek zeerecht in feite artificieel. Het internationaal publiekrechtelijk zeerecht is reeds in verregaande mate uniform dankzij het VN-Zeerechtverdrag (dat het recht van de zee codificeerde en grotendeels internationaal gewoonterecht weerspiegelt) en de verdragen van de Internationale Maritieme Organisatie (waarvan er vele een ruim, vrijwel mondiaal geldingsbereik hebben), zodat de CMI Lex Maritima daaraan weinig had toe te voegen. De focus van het CMI als organisatie ligt overigens traditioneel op het private zeerecht. Ten slotte behandelt de CMI Lex Maritima niet het binnenvaartrecht, al zijn naar die branche enkele verwijzingen opgenomen.

2.5. Methodologie

De CMI Lex Maritima formuleert alleen beginselen die aantoonbaar gebaseerd zijn op brede internationale overeenstemming. Aspecten waarover geen internationale consensus bestaat en nationale bijzonderheden zijn uit de compilatie (en uit de voorbereidende besprekingen in de IWG) geëlimineerd. De CMI Lex Maritima is samengesteld op basis van een vergelijking van regels van het «positief zeerecht», teneinde er de gemeenschappelijke grondslagen van terug te vinden. Dit positief zeerecht omvat, eenvoudig uitgedrukt, alle bronnen van zeerecht die buiten de CMI Lex Maritima vallen en waarop de compilatie is gebaseerd. Het gaat o.m. om verdragen, nationale wetten, rechtspraak, rechtsleer en standaardcontracten35. In totaal zijn, naast 46 verdragen en protocollen, 68 nationale rechtsstelsels in aanmerking genomen (waarvan er momenteel 54 via een nationale zeerechtvereniging zijn vertegenwoordigd in het CMI36). Ter onderbouwing van het document zijn in de voetnoten talrijke verwijzingen naar bronnen opgenomen (hoofdzakelijk naar wetboeken en wetten). De methodologie is dus strikt objectief en wetenschappelijk; men kan ze vergelijken met een mechanisch of chemisch extractie- of distillatieproces. Logischerwijs zijn in dit proces ook subjectieve of persoonlijke voorkeuren, commerciële belangen van maritieme deelsectoren en beleidswensen «de lege ferenda» over toekomstige eenmakingsinitiatieven buiten beschouwing gelaten. Er is niet gestreefd naar de creatieve opvulling van lacunes in het universele zeerecht of naar enige «progressieve» formulering van beleidsmatig optimale of zelfs maar verkieslijk geachte oplossingen. De CMI Lex Maritima inventariseert en articuleert m.a.w. beginselen die universeel zijn naar vigerend zeerecht, vanuit een louter empirisch of descriptief uitgangspunt, zonder zelf nieuwe normering naar voor te willen schuiven.

Voor deze aanpak is geopteerd op grond van drie overwegingen (die weliswaar niet worden geëxpliciteerd in de officiële toelichting bij het CMI-instrument37). Zoals gezien was het uitgangspunt van het project de wens tot neutrale verificatie en zo mogelijk concretisering van de gevestigde zienswijze dat er een lex maritima bestaat. Ten tweede werd aangevoeld dat een objectieve compilatie van wat aantoonbaar universeel geldend is, meer gezag en praktisch nut zou kunnen hebben dan welke poging tot progressieve ontwikkeling ook. Ten derde leert de ervaring met de maritieme eenmakingsinitiatieven van de jongste decennia dat consensus vinden over zeerechtelijke beleidskeuzen moeilijk en tijdrovend kan zijn, en finaal zelfs geheel onmogelijk kan blijken. Een formulering van optimale of wenselijke wereldwijde zeerechtelijke beginselen (binnen het CMI of elders) was sowieso geen realistische ambitie geweest.

Zoals reeds vermeld werkte de IWG onder de benaming «Restatement of the Lex Maritima». Voor deze naam werd gekozen om de - in common law-landen gevoelige - term «codificatie» te vermijden38. De notie codificatie, die nochtans in een brede, flexibele zin kan worden gebruikt39, wordt ook in deze bijdrage niet gehanteerd. Meer neutraal wordt hier gewaagd van een «compilatie», een term die trouwens ook in de officiële toelichting bij het CMI-instrument voorkomt. Behalve in vermeldingen van de naam van de IWG, is ook het woord «restatement» bij de redactie van de CMI Lex Maritima vermeden. Dit begrip is immers niet gangbaar in landen met een civielrechtelijke traditie. Voor sommigen zou het in deze context trouwens enigszins vreemd hebben geklonken, omdat het voor leken in deze terminologie suggereert dat iets wat al geldt, opnieuw wordt geformuleerd, terwijl de beginselen van de lex maritima nog nooit voorheen op weloverwogen wijze waren geïdentificeerd, laat staan gearticuleerd40. Wel vermeldt de CMI Lex Maritima dat zij de universeel toegepaste zeerechtbeginselen formuleert, in het Engels «states» (dus niet: «restates»). De notie «restatement» had overigens verwarring kunnen veroorzaken over de belangrijke vraag of de tekst vigerend recht reflecteert, dan wel elementen van «progressieve» ontwikkeling bevat41 (zoals gezien is dit laatste niet het geval). Net zoals «codificatie», is «restatement» op zich echter een flexibel begrip. Hoewel de beide termen om praktische redenen uit de tekst werden geweerd, bestaat er finaal geen principebezwaar tegen dat de CMI Lex Maritima, in een brede opvatting van die termen, een «codificatie» of een «restatement» van de lex maritima zou worden genoemd. Welk etiket men ook verkiest, voor de rechtskracht van het CMI-instrument, die immers uitdrukkelijk is geregeld42, heeft het alleszins geen implicaties.

Hoewel dit evenmin in de officiële toelichting bij de CMI Lex Maritima wordt vermeld, is bij de identificatie van universele beginselen gebruikt gemaakt van verschillende indicaties. Wat verdragen betreft, is gekeken naar het aantal gebonden staten43, het aandeel in de wereldtonnage dat deze staten vertegenwoordigen44, en, weliswaar niet op exhaustieve wijze, naar de overname van de verdragsregeling in nationale wetten (ter uitvoering of transformatie ervan, dan wel ter uitbreiding van het toepassingsgebied van het verdrag tot nationale situaties45). Op het vlak van nationale regelgeving is gepeild naar het aantal staten dat dezelfde of minstens een sterk gelijkende of duidelijk analoge regel formuleert. Ter zake van contractvoorwaarden is rekening gehouden met de internationale verspreiding van standaardcontracten en geijkte bedingen. Hoewel dit zeker niet gebeurde op exhaustieve wijze, zijn ook rechtspraak en rechtsleer geraadpleegd. Ofschoon de rol van maritieme gebruiken in de CMI Lex Maritima uitdrukkelijk wordt erkend46, zijn in de samenstelling van de compilatie geen (voorheen) ongeschreven materiële gebruiken opgenomen.

De rechtsvergelijkende onderbouwing van het CMI-instrument is gedocumenteerd in het omvangrijke voetnotenapparaat. Het «bewijs» van universaliteit dat dit biedt, is uiteraard geen onwrikbaar, mathematisch bewijs. Een mate van «Fingerspitzengefühl», gebaseerd op eerder rechtsvergelijkend en historisch onderzoek uitgevoerd door de auteur dezes, speelde mee. De onderschrijving, aanvulling en verfijning van de compilatie door de leden van de IWG, de positieve commentaren en suggesties van de nationale zeerechtverenigingen, de bespreking tijdens de plenaire vergadering van het CMI-congres te Tokio, en uiteindelijk de stemming aldaar in de Algemene Vergadering van de mondiale vereniging van zeerechtbeoefenaars, bieden enige geruststelling dat de presentatie in het CMI-instrument van universele zeerechtbeginselen een mate van geloofwaardigheid bezit.

Bij het voorbereidende onderzoek lag de klemtoon op het hedendaagse zeerecht. Hier en daar zijn historische notities toegevoegd om de stamboom (of de herkomst) van een Beginsel te illustreren. Het voorhanden zijn van een voorgeschiedenis, een minimale ouderdom of een traditie werd dus niet als autonoom criterium voor opname in het CMI-instrument toegepast. Dit neemt niet weg dat het besef van de historische traditie bij de selectie en de redactie van sommige Beginselen in het achterhoofd meespeelde, en dat het universele gezag van verschillende Beginselen aan de hand van rechtshistorische elementen ongetwijfeld nog zou kunnen worden versterkt.

2.6. Structuur

De CMI Lex Maritima bestaat uit de volgende zeven Delen:

Deel 1 - Voorafgaande Regelen

Deel 2 - Bronnen van het zeerecht

Deel 3 - Schepen

Deel 4 - Maritieme verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden

Deel 5 - Maritieme overeenkomsten

Deel 6 - Maritieme incidenten

Deel 7 - Maritieme vorderingen

Het eerste Deel omvat 5 «Regelen», de daarop volgende Delen 25 «Beginselen». Deze 30 bepalingen worden voorafgegaan door een «Algemene inleiding» en worden zelf alle vergezeld van een uitvoerige «Commentaar». De 5 Regelen zijn inleidende technische bepalingen die doelstellingen, definities, werkingssfeer, statuut en toepassing van de compilatie definiëren. De Beginselen zijn de bepalingen waarin de materiële zeerechtprincipes worden uiteengezet. De Algemene inleiding en de Commentaar bij de Regels en de Beginselen worden in deze bijdrage aangeduid als de «officiële toelichting». Deze verduidelijkingen zijn immers mee door het CMI goedgekeurd. Aan het einde van de CMI Lex Maritima is een verklarende lijst van verwijzingen en afkortingen opgenomen.

Naar de inhoud bevat de CMI Lex Maritima drie types Beginselen. Beginselen van Type 1 verwijzen naar andere, wereldwijd toegepaste rechtsinstrumenten die «als zodanig» («as such») deel uitmaken van de lex maritima (meer bepaald het Zeeaanvaringsreglement47 en de Regelen van York en Antwerpen48). Van de Beginselen van Type 2 wordt de materiële inhoud rechtstreeks door de CMI Lex Maritima geproclameerd (bijv. de omschrijving van de taken van de gezagvoerder49 en van de loods50). Beginselen van Type 3 geven aan dat het gangbaar is dat het positief recht bepaalde, typische zeerechtelijke regels omvat, maar zonder dat algehele internationale uniformiteit bestaat over de precieze inhoud ervan, en waarbij de regel bovendien vaak alleen operationeel wordt als het positief zeerecht hem daadwerkelijk invoert (bijv. de dwingende bepalingen met betrekking tot vervoerovereenkomsten51, verplichtingen inzake wrakopruiming52, maritieme voorrechten53 en maritieme verjaringstermijnen54). Deze gradatie naar universaliteit ligt in lijn met de al vermelde objectieve, louter beschrijvende methodologie en het afzien van elke poging tot «progressieve», beleidsgerichte formulering55. Te noteren valt dat ook m.b.t. Beginselen van Types 1 en 2 niet per se volmaakte universaliteit voorhanden is, in de zin dat het positief zeerecht over de hele wereld of zonder enige afwijking exact dezelfde regels zou huldigen. Een vergelijkbare tolerantie wordt toegepast bij de identificatie van regels van volkenrechtelijk gewoonterecht56 en bij de codificatie van de lex mercatoria57.

2.7. Rechtsstatuut

De CMI Lex Maritima geeft bijzondere aandacht aan haar eigen rechtsstatuut, meer bepaald aan haar relatie tot het positief zeerecht58. De belangrijkste rechtsbronnen van het zeerecht, opgevat in brede zin, zijn de publiekrechtelijke verdragen (VN-Zeerechtverdrag, IMO-verdragen van technische en reglementerende aard), de privaat- dan wel gemengd privaat- en publiekrechtelijke eenmakingsverdragen (voorbereid door CMI, IMO, UNCITRAL, UNCTAD en IAO), regionale en bilaterale verdragen (o.m. ook over nevenkwesties als IPR en waterwegbeheer), regionale regelgeving (bijv. EU-recht), de nationale en lokale wetboeken, wetten en reglementen, de rechtspraak (al dan niet met de rang van bindend precedent), de rechtsleer, de standaardcontracten en -bedingen59, de gewoonten en gebruiken60, en soft law (zoals IMO-resoluties). Zoals aangegeven manifesteert de CMI Lex Maritima zich in dit uitgestrekte en gevarieerde landschap als een nieuwsoortig rechtsinstrument, met focus op het privaat zeerecht. Nooit eerder is inderdaad een compilatie van de universele beginselen van het zeerecht opgesteld.

Het rechtsstatuut van het CMI-instrument kan worden samengevat als volgt. Om te beginnen is de compilatie vastgesteld bij resolutie van een internationale niet-gouvernementele organisatie61. Uiteraard kan het CMI zelf geen bindende regelgeving vaststellen; de CMI-gemeenschap was zich daar ook in Tokio ten volle van bewust. De CMI Lex Maritima is dus wezenlijk soft law gegenereerd door een niet-statelijke instantie. Per definitie kan het CMI-instrument uit eigen kracht geen wijziging brengen aan statelijk recht. Deze principiële ondergeschiktheid van het CMI-instrument aan het positief recht wordt in de voorafgaande Regelen uitdrukkelijk bevestigd62. Deze Regelen bepalen echter ook in welke gevallen het CMI-instrument toch rechtskracht kan krijgen, hetzij ingeval het positief recht een basis biedt voor de toepassing ervan door een gerecht (of scheidsgerecht), hetzij wanneer contractpartijen de compilatie van toepassing verklaren63. In het Beginsel gewijd aan de uitlegging van het zeerecht is bovendien bepaald dat de CMI Lex Maritima kan dienen als hulpmiddel bij de interpretatie van het positief zeerecht64. Doordat de Beginselen reflecteren wat wereldwijd gangbaar is en onderschreven zijn door de wereldkoepel van de zeerechtbeoefenaars, kunnen ze bij interpretatieve betwistingen inderdaad enig gewicht in de schaal werpen (men zou ze een vorm van «persuasive authority» kunnen toedichten; meer specifiek zouden ze ook kunnen worden gehanteerd ter bevestiging van bepaalde interpretaties van het positief zeerecht). Al deze keuzen illustreren echter meteen het bescheiden en tegelijk flexibele karakter van de compilatie. Ze blijft bescheiden doordat ze geen aanspraak maakt op eigen rechtskracht maar zichzelf ondergeschikt aan het positief recht (en aan de partijautonomie) verklaart. Ze is flexibel doordat ze, afhankelijk van de context, verschillende functies kan vervullen: als aanvulling of ter interpretatie van het positief recht, als bijkomend contractueel regime, of zelfs als gebruik, en voorts als inspiratie voor regelgevers of als educatief hulpmiddel.

In dezelfde geest moet worden onderlijnd dat het gebruik van de termen «Regel» en «Beginsel» geen implicaties heeft voor het rechtstatuut van de bepalingen. De aanduiding van een bepaling als Beginsel betekent bijv. niet dat ze in het raam van het positief recht moet worden gekwalificeerd als een algemeen rechtsbeginsel - al wordt die kwalificatie ook niet uitgesloten65.

2.8. Inleiding tot de Nederlandse vertaling en de beknopte toelichting

De CMI Lex Maritima is opgesteld en goedgekeurd in een eentalig Engelse versie. Alle werkzaamheden in de IWG en tijdens de CMI-evenementen verliepen in het Engels. Wel zijn bij het voorbereidende onderzoek originele rechtsbronnen in tal van andere talen geraadpleegd; de officiële toelichting verwijst ernaar. Het hierna volgende onderdeel van deze bijdrage bevat in omrande tekst een integrale Nederlandse vertaling van het corpus van het CMI-instrument. Deze vertaling is gemaakt door de voorzitter van de IWG, auteur dezes. Aan elk van de Regelen en Beginselen is vervolgens een bondige toelichting toegevoegd, die eveneens van de hand van auteur dezes is. Wat het ondersteunende nationale bronnenmateriaal betreft wordt, gelet op het hier beoogde Nederlandstalige lezerspubliek, vooral verwezen naar het Belgische en het Nederlandse recht. Tevens bevat deze toelichting enkele persoonlijke toevoegingen of preciseringen. De officiële toelichting die deel uitmaakt van de CMI Lex Maritima is omvangrijker, zodat daarnaar wordt verwezen voor uitvoerigere, door het CMI goedgekeurde duiding met meer internationale en nationale bronverwijzingen.

3. De Regelen en de Beginselen: tekst en toelichting

3.1. Deel 1 − Voorafgaande Regelen

3.1.1. Regel 1 − Doel

Het doel van de CMI Lex Maritima is het vaststellen en verspreiden van de universeel toegepaste beginselen van het zeerecht, waarbij de specifieke kenmerken van dit laatste worden verduidelijkt en de internationale uniformiteit ervan wordt bevorderd.

Regel 1 maakt duidelijk dat de CMI Lex Maritima universeel toegepaste zeerechtelijke beginselen identificeert en formuleert. Het gaat inderdaad om algemene beginselen en niet om gedetailleerde, alomvattende regels. De Regel onderlijnt mee de eigenheid van het zeerecht. Het zeerecht hanteert inderdaad specifieke begrippen en regels, die verschillen van het gemeen recht (ook wel het landrecht genoemd). Het CMI-instrument helpt te vermijden dat in maritieme zaken minder adequate gemeenrechtelijke regels worden toegepast. De in de rechtsleer van diverse landen opgeworpen vraag of het zeerecht een «autonome» rechtstak is, is terzijde gelaten, omdat over het antwoord geen consensus bestaat en omdat deze (ogenschijnlijk66) academische kwestie niet in alle rechtsstelsels even grote belangstelling opwekt67. Zoals vermeld kan de CMI Lex Maritima een belangrijke educatieve rol vervullen, door studenten en leken snel vertrouwd te maken met de basisnoties van het zeerecht. Zeerechtdocenten in verschillende landen gebruiken het instrument nu al als cursusmateriaal. De Regel bevestigt voorts dat de CMI Lex Maritima een bijdrage kan leveren tot de internationale eenmaking van het zeerecht. Dit sluit aan bij de missie van het CMI68. Zoals reeds vermeld ligt de klemtoon van het CMI-instrument op het privaatrechtelijke zeerecht, maar legt het wel enkele verbanden met het internationaal zeerecht, de publiekrechtelijke reglementeringen en het binnenvaartrecht69.

3.1.2. Regel 2 − Definities

Voor de toepassing van de CMI Lex Maritima:

(1) betekent «CMI Lex Maritima» de in dit instrument vastgestelde voorafgaande Regelen en Beginselen;

(2) betekent «Beginselen» de in Delen 2 tot en met 7 van de CMI Lex Maritima vastgestelde beginselen;

(3) omvat «schip» elk type zeegaand vaartuig;

(4) betekent «positief zeerecht» de regels van het publiek en privaat zeerecht, met inbegrip van de niet-zeerechtelijke regels die van toepassing zijn op maritieme aangelegenheden, welke zijn vastgelegd in een toepasselijk internationaal verdrag, een nationaal maritiem wetboek of wet, rechtspraak of rechtsleer;

(5) omvat «implementeren» erkennen, toepassen, invoeren, uitvoering geven aan en/of specificeren;

(6) betekent «maritieme gewoonte» elke gewoonte, praktijk of vorm van gebruik die algemeen bekend is en regelmatig wordt nageleefd in maritieme aangelegenheden door personen of partijen in dezelfde situatie;

(7) betekent «scheepseigenaar» de persoon of personen die als eigenaar van het schip zijn geregistreerd of, bij gebreke van registratie, de persoon of personen die eigenaar van het schip zijn;

(8) betekent «scheepsexploitant» de persoon of personen die het schip exploiteren, niet zijnde de scheepseigenaar;

(9) betekent «gerecht» elk gerechtshof, rechtbank, rechter, scheidsrechter of enige andere geschillenbeslechtingsinstantie.

Regel 2 bevat definities van enkele basisnoties die nodig zijn voor het goede functioneren van de CMI Lex Maritima. De definities van «CMI Lex Maritima» en «Beginselen» in Regel 2(1) resp. (2) behoeven geen nadere commentaar; de notie lex maritima en de structuur van het CMI-instrument zijn hierboven immers reeds toegelicht70. Ook de daaropvolgende definities zijn doelbewust opgenomen in Deel 1, bij wijze van voorafgaande technische bepaling. Zij gelden expliciet alleen «[v]oor de toepassing van» de CMI Lex Maritima, dus niet daarbuiten. Het CMI beoogde m.a.w. niet om deze begripsomschrijvingen enige universele waarde toe te dichten, alsof er binnen het positief zeerecht wereldwijde unanimiteit over zou bestaan. Dat laatste is bijv. niet het geval met de definitie van «schip» in Regel 2(3). Het positief zeerecht kent talloze definities van het schip, die veelal zijn toegesneden op de specifiek geregelde materie71; sommige (ook internationale) regelingen ontberen dan weer elke definitie. De hier opgenomen definitie, die alleen voor een goed begrip van de CMI Lex Maritima is bedoeld, is bewust breed gehouden. Dat blijkt vooreerst uit het woord «omvat». Vereist is slechts dat het gaat om een vaartuig dat zeegaand is. Dit sluit aan bij de wortels, ja de reden van bestaan van het zeerecht als afzonderlijke rechtstak: de concepten en regels ervan zijn geïnspireerd door de bijzondere omstandigheden die heersen op zee, meer bepaald de notie van het zeegevaar. Een gelijkaardige ruime opvatting is ook te vinden in verdragen en nationale wetten72. De definitie van «positief zeerecht» in Regel 2(4) omvat alle rechtsbronnen die op zeerechtelijke aangelegenheden van toepassing zijn, inbegrepen desgevallend gemeenrechtelijke regels73. Ze is belangrijk voor een correct begrip van o.m. het statuut en de toepasbaarheid van de CMI Lex Maritima, zoals omschreven in Regels 4 en 5. Samen met de definitie van «implementeren» in Regel 2(5), verduidelijkt ze ook de formulering van de Beginselen van Type 374. De definitie van «maritieme gewoonte» in Regel 2(6) is van belang voor de toepassing van Beginsel 2, dat geheel aan die materie is gewijd. De formulering is deels ontleend aan de Unidroit Beginselen van Internationale Handelsovereenkomsten75. In de Nederlandse vertaling is als equivalent van het Engelse «maritime custom» doelbewust voor «maritieme gewoonte» geopteerd, hoewel in het zeerechtelijke contractenrecht vaak naar «gebruiken» wordt verwezen76 (welk laatste begrip mee onder de definitie valt). De definities van «scheepseigenaar» (Engels: «shipowner») en «scheepsexploitant» (Engels: «ship operator») in Regel 2(7) resp. (8) hebben weer een uitgesproken ad-hoc-karakter: ze gelden enkel en alleen voor de toepassing van de CMI Lex Maritima en pretenderen niet universele waarde te bezitten. In het positief zeerecht (inbegrepen eenmakingsverdragen en nationale wetten) geldt ook in dit verband een schier oneindige variëteit aan begrippen en definities, waaruit onmogelijk een universeel geldige definitie kan worden gepuurd. De definitie van «gerecht» in Regel 2(9) omvat mee scheidsgerechten. Hoewel arbitrage in het zeerecht frequent wordt toegepast77, zijn daarover in de CMI Lex Maritima geen specifieke bepalingen opgenomen. Maar niets in het CMI-instrument belet dat arbiters de compilatie mee in aanmerking nemen78.

3.1.3. Regel 3 − Toepassingsgebied ratione navis

(1) De Beginselen zijn van toepassing op alle schepen.

(2) Lid 1 laat de regels van het positief zeerecht onverlet die schepen gebruikt voor militaire, gouvernementele, niet-commerciële en/of andere doeleinden van hun toepassingsgebied uitsluiten.

Regel 3 betreft het toepassingsgebied «ratione navis», d.w.z. wat betreft het type schepen. Aansluitend bij de ruime omschrijving van «schip» in Regel 2(3) bevestigt Regel 3(1) dat de in de CMI Lex Maritima vervatte Beginselen in principe van toepassing zijn op alle schepen. Dit is geëxpliciteerd omdat sommige regels van het positief zeerecht bepaalde soorten schepen van hun toepassingsgebied uitsluiten79. Aangezien de CMI Lex Maritima geen afbreuk doet aan het positief zeerecht, laat ze dergelijke uitzonderingen uiteraard onverlet. Dat wordt uitdrukkelijk bevestigd in Regel 3(2). De toepasselijkheid en de draagwijdte van dergelijke in het positief recht voorkomende uitzonderingen vertonen andermaal een grote variëteit, zodat ze zelf niet in een universeel geldend Beginsel kunnen worden geresumeerd. In Deel 1 zijn geen nadere indicaties opgenomen over de vraag op welke gebeurtenissen, contracten, personen of vorderingen de CMI Lex Maritima van toepassing is, aangezien dit voldoende blijkt uit de Beginselen zelf.

3.1.4. Regel 4 − Statuut van de Beginselen

(1) De CMI Lex Maritima verwoordt de universeel toegepaste beginselen van het zeerecht zoals erkend door de Algemene Vergadering van het Comité Maritime International.

(2) De Beginselen beogen niet van het positief zeerecht af te wijken, maar, voor zover het positief zeerecht zulks toelaat, het aan te vullen.

(3) Niets in de Beginselen beoogt een gerecht te beletten andere algemene zeerechtelijke beginselen toe te passen die het onderkent, met name de algemene beginselen die ten grondslag liggen aan:

(a) de meest algemeen toegepaste internationale maritieme verdragen;

(b) het positief zeerecht van de naties.

(4) De Beginselen kunnen worden aangewend als richtsnoer voor nationale en internationale wetgevers.

(5) Dit instrument kan worden aangehaald als «De CMI Lex Maritima 2025» of «De Zeerechtbeginselen van Tokio».

Regel 4(1) omschrijft wat de CMI Lex Maritima is: het instrument verwoordt (Engels: «states») «de universeel toegepaste beginselen van het zeerecht zoals erkend door de Algemene Vergadering van het Comité Maritime International». Zoals reeds vermeld in de toelichting bij Regel 1 hierboven80, gaat het om beginselen, niet om gedetailleerde alomvattende regels. De objectieve methodologie die is toegepast om te achterhalen welke beginselen als «universeel» kunnen worden beschouwd, werd hierboven eveneens reeds toegelicht81. Hoewel het CMI zelf daar eerder bescheiden over is gebleven, geeft de erkenning van de geformuleerde Beginselen door deze unieke mondiale representatieve koepelvereniging van zeerechtbeoefenaars de compilatie een mate van geloofwaardigheid en overtuigingskracht die deze van een louter academische compilatie overstijgt. Uiteraard zal de reële waarde nog moeten blijken uit de praktische toepassing van het CMI-instrument, die wordt geregeld door Regel 5. De bescheiden ambitie van het CMI blijkt ook uit Regel 4(2), die de wezenlijke ondergeschiktheid van de CMI Lex Maritima aan het positief zeerecht en de louter aanvullende rol ervan onderlijnt. Ook dit is hierboven reeds uitgelegd82. Hetzelfde geldt voor het principe van de niet-exclusiviteit, verwoord in Regel 4(3): de CMI Lex Maritima beoogt geen uitputtende compilatie van de lex maritima aan te reiken, maar nodigt elk gerecht integendeel uit om nog andere tot de lex maritima behorende beginselen te identificeren. Niets sluit bovendien uit dat een gerecht andere bronnen van de lex maritima in aanmerking zou nemen83 (waarbij wel dient te worden herhaald dat de CMI Lex Maritima tot dusver de enige compilatie in haar soort is). Regel 4(4) bevestigt dat nationale en internationale regelgevers uit de CMI Lex Maritima inspiratie kunnen halen. Een analoge vermelding komt voor in de Unidroit Beginselen van Internationale Handelsovereenkomsten84. De intentie om het CMI-instrument daadwerkelijk voor dit doeleinde te gebruiken werd tijdens de voorbereiding ervan informeel bevestigd door vertegenwoordigers van diverse nationale zeerechtverenigingen. Zoals vermeld is de CMI Lex Maritima echter geen modelwet, maar slechts een reflectie van grote universeel geldende beginselen85. Regel 4(5) behoeft geen toelichting.

3.1.5. Regel 5 − Toepassing van de Beginselen

De Beginselen kunnen worden toegepast:

(1) wanneer het positief zeerecht verwijst naar de algemene beginselen van het zeerecht, de lex maritima of de lex mercatoria;

(2) wanneer een gerecht besluit zich te laten leiden door de algemene beginselen van het zeerecht, de lex maritima of de lex mercatoria;

(3) wanneer de partijen zijn overeengekomen om de Beginselen, de algemene beginselen van het zeerecht, de lex maritima of de lex mercatoria in hun overeenkomst op te nemen.

Regel 5 zet uiteen wanneer de CMI Lex Maritima toepassing kan vinden. Doelbewust is in de tekst het woord «kunnen» gebruikt. Dit is in lijn met het soft law-karakter van het CMI-instrument. Zoals vermeld in Regel 5(1) komt het echter voor dat het positief zeerecht de algemene beginselen van het zeerecht, de lex maritima of de lex mercatoria (of aanverwante elementen, zoals de internationale praktijk) als rechtsbron en/of interpretatief hulpmiddel erkent86. Dit is - met allerhande variaties - het geval in de regelgeving, de rechtspraak en de rechtsleer van verschillende staten87 (waaronder Argentinië88, Australië89, België90, Canada91, China92, Engeland93, India94, Kroatië95, Vaticaanstad96, Venezuela97, de Verenigde Staten98 en Zwitserland99). Tot die gevallen dient ook de hypothese te worden gerekend waarin het op maritieme aangelegenheden toepasselijke gemeen recht toelaat om universele of algemene rechtsbeginselen toe te passen (wat bijv. het geval is in Ecuador100 resp. Spanje101). De CMI Lex Maritima sluit niet uit dat het positief zeerecht een gerecht in voorkomend geval verplicht om bepaalde algemene beginselen toe te passen, maar een dergelijke verplichting kan niet door het CMI-instrument zelf worden opgelegd omdat het, zoals vermeld, aan het positief zeerecht ondergeschikt blijft102. Regel 5(2) bevestigt dat een gerecht de CMI Lex Maritima in aanmerking kan nemen uit eigen beweging, ook als het positief zeerecht daar geen uitdrukkelijke basis voor biedt. Regel 5(3) laat de mogelijkheid open dat partijen de Beginselen incorporeren in hun overeenkomst. Deze hypothese is ook vermeld in de Unidroit Beginselen van Internationale Handelsovereenkomsten103, en geldt in die context zelfs als de primordiale basis voor de toepassing van de compilatie. Ook de CMI Lex Maritima zou in contracten kunnen worden opgenomen, en deze mogelijkheid vindt zelfs steun in enkele (weliswaar zeldzame) nationale wetten104. In de officiële toelichting bij de CMI Lex Maritima worden daartoe enkele modelclausules gesuggereerd. Tegelijk wordt er echter erkend dat een dergelijke contractuele incorporatie van het CMI-instrument niet voor de hand ligt, aangezien het document voor geen enkel type maritiem contract een omvattende regulering aanreikt, maar integendeel slechts een synopsis van de basisprincipes van het (ook niet-contractuele) zeerecht bevat. Daarenboven komt het in de praktijk van het maritieme bedrijf zelden of nooit voor dat contracten naar de lex mercatoria of de lex maritima verwijzen. Rechtskeuzebedingen komen daarentegen vaak voor, en in veel gevallen wijzen ze het Engels recht aan. Op de verhouding tussen de CMI Lex Maritima en de lex mercatoria wordt elders nader ingegaan105.

3.2. Deel 2 − Bronnen van het zeerecht

3.2.1. Beginsel 1 − Uitlegging van het zeerecht

(1) Bij de uitlegging van het positief zeerecht kan het gerecht het passend achten de uniformiteit van het zeerecht en de bevordering van de zeescheepvaart en de zeehandel te ondersteunen.

(2) De Beginselen kunnen worden aangewend bij de uitlegging van het positief zeerecht.

Beginsel 1(1) nodigt het gerecht uit om het positief zeerecht uit te leggen op een internationaal consistente en eenmakingsgerichte wijze. Uiteraard kan de CMI Lex Maritima niet ingaan tegen de uitleggingsregels die deel uitmaken van het positief zeerecht, aangezien het CMI-instrument daaraan ondergeschikt is (zie Regel 4(2)). Anderzijds wordt de wenselijkheid van (of zelfs de verplichting tot) een verdragsautonome en internationaliserende interpretatie van het zeerecht in tal van internationale en nationale rechtsbronnen erkend. De officiële toelichting bij dit Beginsel van de CMI Lex Maritima vermeldt een veelheid aan illustraties en toepassingen daarvan106. Een interpretatie die bijv. rekening houdt met buitenlandse rechtspraak over internationale verdragen is bij de harmonisering van het zeerecht een belangrijk hulpmiddel. Het CMI, dat deze eenmaking als doel heeft, stelt een interessante onlinedatabank van internationale rechtspraak ter beschikking107. De officiële toelichting bij de CMI Lex Maritima vermeldt ook de mogelijkheid om bij de interpretatie van het positief zeerecht rekening te houden met het traditionele karakter ervan (hoewel dit als dusdanig geen universele uitleggingsregel is108). Voorts nodigt Beginsel 1(1) het gerecht uit om bij de uitlegging «de bevordering van de zeescheepvaart en de zeehandel te ondersteunen». Dit weerspiegelt het bredere, macro-economische doel van de eenmaking van het zeerecht. De vermelding doet geen afbreuk aan andere doelstellingen van maritiem beleid en maritieme regelgeving, zoals de veiligheid van de scheepvaart, de bescherming van mensenlevens en het vrijwaren van sociale en milieugerelateerde belangen. Beginsel 1(2) bevestigt dat de CMI Lex Maritima kan worden gebruikt bij de uitlegging van het positief zeerecht. Een analoge bepaling is opgenomen in de Unidroit Beginselen van Internationale Handelsovereenkomsten109. Ook deze vermelding doet geen afbreuk aan de interpretatieregels van het positief zeerecht.

3.2.2. Beginsel 2 − Maritieme gewoonten

(1) De partijen zijn gebonden door alle maritieme gewoonten die zij zijn overeengekomen of die zij onderling hebben bevestigd.

(2) Een gerecht kan maritieme gewoonten toepassen wanneer het positief zeerecht zulks toestaat.

(3) Een gerecht kan maritieme gewoonten toepassen op onder meer de volgende aangelegenheden:

(a) de ontvangst van goederen voor vervoer over zee;

(b) het vervoer van goederen aan dek van een schip;

(c) de aflevering van goederen in de haven van bestemming;

(d) de afgifte van een vervoersdocument of een elektronisch vervoersbewijs;

(e) de handelsformaliteiten in de haven.

Beginsel 2 onderlijnt het belang van de maritieme gewoonte (zoals gedefinieerd in Regel 2(6); ook «praktijken» en «gebruiken» vallen dientengevolge onder de term). Maritieme gewoonten spelen vooral een rol in aangelegenheden die niet zijn geregeld door internationale verdragen of nationale wetten. Beginsel 2(1) bevestigt dat de gewoonten gelden wanneer partijen daarin zelf hebben toegestemd. Dit evidente beginsel wordt ook verwoord in de Unidroit Beginselen van Internationale Handelsovereenkomsten110. Beginsel 2(2) vestigt de aandacht op de verwijzingen naar maritieme gewoonten in het positief zeerecht. Dergelijke verwijzingen komen bijv. voor in internationale eenmakingsverdragen111 en tal van nationale maritieme wetten112. Het valt niet uit te sluiten dat bepaalde in de CMI Lex Maritima opgenomen Beginselen zelf als maritieme gewoonte worden erkend (voor zover ze voldoen aan de definitie van Regel 2(6)). De officiële toelichting bij het Beginsel vermeldt ook de theorie van de Duitse professor Andreas Maurer dat maritieme gebruiken kunnen worden onderkend in veelgebruikte maritieme standaardclausules zoals deze van de bevrachtingsovereenkomsten van BIMCO113 en de Regelen van York en Antwerpen, welke laatste worden beheerd door het CMI. De reden is dat deze mondiaal ruim toegepaste teksten tot stand zijn gekomen op transparante wijze, met inspraak van diverse belanghebbenden. Dit participatieve proces verleent de regelingen een sterkere normatieve kracht dan die van loutere standaardbedingen114. Dat de aan deze contractuele regelingen onderliggende beginselen mogelijk als gewoonte of gebruik kunnen gelden (andermaal op voorwaarde dat ze voldoen aan de definitie van Regel 2(6)), werd onderschreven door de leden van de IWG, maar is te Tokio in extremis uit het dispositief van Beginsel 2 geschrapt en overgeheveld naar de officiële toelichting. Dit sluit niet uit dat de zienswijze alsnog bevestiging zou vinden in rechtspraak en rechtsleer. Beginsel 2(3) vermeldt enkele specifieke aangelegenheden die door maritieme gewoonten kunnen worden geregeld. Een aantal van deze elementen is ontleend aan internationale eenmakingsverdragen115. De rol van plaatselijke havengebruiken wordt overigens ook bevestigd in de Unidroit Beginselen van Internationale Handelsovereenkomsten116.

1  Meer dan 80% van de wereldhandel in goederen gaat over zee.

2  Zonder daarmee afbreuk te willen doen aan de betekenis van andere bronnen, zoals de Codex Hammurabi uit het antieke Mesopotamië, of de latere ontwikkeling van het islamitische zeerecht.

3  Zie Van Hooydonk E., Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek (Privaatrecht). Algemene toelichting, Antwerpen / Apeldoorn, Maklu, 2011, 168-173, nr. 1.206.

4  Van Hooydonk E., «Towards worldwide restatement of the general principles of maritime law», The Journal of International Maritime Law 2014, 170-182.

5  Over deze erkenningen van de lex maritima door het positief zeerecht, zie nader infra, punt 3.1.5, meer bepaald de toelichting bij Regel 5.

6  Tetley W., «The General Maritime Law - The Lex Maritima», Syracuse Journal of International Law and Commerce 1994, vol. 20, 105-146, Europees Vervoerrecht 1996, 469-506.

7  Rimaboschi M., Méthodes d’unification du droit maritime. Contribution à l’interprétation uniforme, 3 vols., Trieste, E.U.T., 2005, 311 + 367 + 336 p.; Rimaboschi M., L’unification du droit maritime. Contribution à la construction d’un ordre juridique maritime, Aix-en-Provence, Presses universitaires d’Aix-Marseille, 2006, 625 p.

8  Maurer A., Lex Maritima. Grundzüge eines transnationalen Seehandelsrechts, Tübingen, Mohr Siebeck, 2012, 260 p.; zie ook Maurer A., «Transnational Shipping Law. The Role of Private Legal Actors in International Shipping» in Goldby M. en Mistelis L. (eds.), The Role of Arbitration in Shipping Law, Oxford, Oxford University Press, 2016, 229-248; Maurer A., «Lex maritima» in Basedow J., Rühl G., Ferrari F. en De Miguel Asensio P. (eds.), Encyclopedia of Private International Law, Cheltenham, Edward Elgar, 2017, 1113-1119.

9  Allsop J., «Maritime Law - The Nature and Importance of Its International Character», Tulane Maritime Law Journal 2010, 555-590; Allsop J., «Comity and Unity in Maritime Law», Journal of Maritime Law and Commerce 2016, 279-295, ook in Comité Maritime International, Yearbook 2016. New York II. Documents of the Conference, Antwerpen, CMI, 2017, 163-175; Allsop J., «Not a Land Girt by Beach and Maritime Law as the Law of an Activity», Australian and New Zealand Maritime Law Journal 2024, vol. 38 (1), 11 p.

10  Zie bijv. Puttfarken H.-J., Seehandelsrecht, Heidelberg, Verlag Recht und Wirtschaft, 1997, 412, nr. 993.

11  Volledigheidshalve valt hier te wijzen op twee eerdere (tijdens het voorbereidende werk in de International Working Group van het CMI gedetecteerde) pogingen om beginselen van het zeerecht te formuleren, meer bepaald deze ondernomen door de Italiaanse hoogleraar Antonio Brunetti in 1929 en de Argentijnse hoogleraar Jorge Bengolea Zapata in 1976. Brunetti somde, summier en zonder onderbouwing, enkele beginselen op die veeleer waren opgevat als algemene onderliggende ideeën, uitgangspunten of concepten, en niet als normatieve bepalingen gesteund op rechtsvergelijkend bronnenmateriaal (zie Brunetti A., Diritto marittimo privato, I, Turijn, Unione Tipografico-Editrice Torinese, 1929, 264-265, nr. 81; zie daarover kort ook Rimaboschi M., Méthodes d’unification du droit maritime, I, Trieste, E.U.T, 2005, 166-167, met verdere verwijzing naar Righetti). De suggesties van Bengolea Zapata waren meer uitgewerkt, maar ontbeerden eveneens een rechtsvergelijkende basis, en sommige waren erg gedetailleerd; de universaliteit van verschillende van zijn beginselen kon in twijfel worden getrokken (zie Bengolea Zapata J., Teoría general de la navegación, Buenos Aires, Plus Ultra, 1976, 63-87). Geen van beide lijsten van zeerechtbeginselen is bij de redactie van de CMI Lex Maritima als uitgangspunt genomen en het CMI-instrument vertoont er dan ook geen gelijkenissen mee. Het neemt niet weg dat enkele beginselen uit deze twee lijsten ook in de CMI Lex Maritima worden gereflecteerd, zoals het gezag van de kapitein (Brunetti), het recht van scheepseigenaren en reders op aansprakelijkheidsbeperking en de plicht hulp te verlenen aan personen die op zee in levensgevaar verkeren (Bengolea Zapata).

12  Over deze termen, zie infra, punt 2.5.

13  De kern van het voorstel luidde als volgt:A restatement of the general principles of maritime law would be of considerable utility. I conceive of it as an elementary - that is, concise and flexible - description of the typical concepts and rules of maritime law that may be regarded as being internationally accepted and common to most, if not all, legal systems and traditions. In other words, it is an exposition of the foundations of positive maritime law, such as those encountered in the conventions, national laws and the more specific and thematic self-regulating sources. This will be a search for the innermost core of maritime law, as it is expressed in the concrete, practical legal rules in daily use in the maritime and legal community (Van Hooydonk E., «Towards a worldwide restatement of the general principles of maritime law», The Journal of International Maritime Law 2014, (170), 180).

14  Over dit laatste, zie inz. Lorenzon F., «The European contract law project and maritime law» in The Emerging European Maritime Law. Proceedings from the Third European Colloquium on Maritime Law Research. Ravenna, 17-18 September 2004, in MarIus, nr. 330, Oslo, Universitetet i Oslo, 2005, 137-158. Later zijn een aantal aanverwante vraagstukken behandeld tijdens de 8ste editie van de European Colloquia on Maritime Law Research (ECMLR), in 2014 georganiseerd te Rotterdam. Auteur dezes stelde er ook het CMI-project voor de optekening van de lex maritima voor. De bijdragen van de andere sprekers werden gebundeld in Verheyen W., Smeele F.G.M. en Hoeks A.A.I.H. (eds.), Common core, PECL and DCFR: could they change shipping and transport law?, Cambridge / Antwerpen / Portland, 2015, 207 p.

15  Van Hooydonk E., «Towards a worldwide restatement of the general principles of maritime law», The Journal of International Maritime Law 2014, (170), 180-181. De lijst van mogelijke lex maritima-beginselen luidde als volgt:- the relationship of the principles to other law- the recognition of self-regulation, including port custom, as source of the law- the internationalising interpretation of conventions, legislation and contracts- freedom of navigation- freedom of maritime contract (subject to express mandatory rules)- the fundamental distinguishing characteristics of the ship (in contrast among other things to a wreck)- the application of the law of the flag to the property law status of the ship- the function of the ship as an asset and centre of liabilities- negligence as a maritime liability principle- the perils of the sea and solidarity between interested parties as a rule of interpretation- the general duty of care of contracting parties in maritime law («due diligence»)- the essential characteristics of the various forms of chartering- the essential characteristics of the bill of lading and the sea waybill- the authority, powers and responsibility of the master of the ship- the humanitarian treatment of crew and stowaways- the advisory role of the pilot- the role of the tug when providing towing assistance in port- fault-based liability in the event of collision- the principle of general average- the principle of «no cure no pay» in salvage law- the right of limitation of liability and the loss of this right- the duty of environmental care.

16  De IMO heette aanvankelijk «International Maritime Consultative Organization» (IMCO).

17  Dank aan Evelien Peeters van het secretariaat van het CMI voor het verifiëren van de cijfers. In 2011 stelde Nigel Frawley, Secretaris-Generaal van het CMI, dat de organisatie in haar geheel ongeveer 11.000 personen verenigt die, verspreid over de hele wereld, op een of andere wijze bij het zeerecht betrokken zijn (Frawley N.H., «The CMI and its Relationship with IMO, the IOPC Funds and other UN Organizations», https://comitemaritime.org/wp-content/uploads/2018/06/A-brief-History-Frawlye.pdf).

18  Voor overzichten van de geschiedenis van het CMI, zie Berlingieri G. en Hetherington S., Comité Maritime International 1972-2022, Avegno, CMI, 2022, 573 p.; Franck L., «Les origines du Comité Maritime International» in Studi in onore di Francesco Berlingieri, Rome, Associazione Italiana di Diritto Marittimo, 1933, 215-226; Griggs P., «The CMI - Yesterday, Today and Tomorrow» in Comité Maritime International, Yearbook 2021-2022, Antwerpen, CMI, 2023, 405-413; Lilar A. en Van Den Bosch C., Le Comité Maritime International 1897-1972. International Maritime Committee 1897-1972, s.l., s.d., 120 p.; Mensah T.A., «The co-operation between the Comité Maritime International (CMI) and the International Maritime Organization (IMO) in the development of uniform international maritime law», Il diritto marittimo 1999, 153-177; Philip A., «The work of the CMI for the unification of maritime law», Il diritto marittimo 1999, 178-182; Tricot L., «La Belgique et le droit maritime», Rechtspraak der Haven van Antwerpen 1983- 84, 303-322; Van Den Bosch C., «Le Comité Maritime International. 60 années d’histoire de l’unification du droit maritime», Mededelingen van de Marine Academie 1958-1959, 1-16; Van Hooydonk E., De maritieme canon van Vlaanderen. Zee-, scheepvaart- en havengeschiedenis aan 50 ankers, III, Antwerpen / 's-Hertogenbosch, Gompel&Svacina, 2025, 1736-1739; Wiswall F., Comité Maritime International. A Brief Structural History of the First Century, Ellsworth, Maine, Downeast Graphics and Printing, 1997, s.p.

19  Ten tijde van de goedkeuring van de CMI Lex Maritima 2025 in Tokio was de formele samenstelling van de IWG als volgt: Eric Van Hooydonk (België), voorzitter; Jesús Casas Robla (Spanje), rapporteur; Eduardo Adragna (Argentinië); Aybek Ahmedov (Rusland); Kerim Atamer (Turkije); Werner Braun Rizk (Brazilië); Javier Franco (Colombia); Tomotaka Fujita (Japan); Andrea La Mattina (Italië); Luiz Roberto Leven Siano (Brazilië); Filippo Lorenzon (VK/Italië); Andreas Maurer (Duitsland); Bernardo Melo Graf (Mexico); MiÅ¡o Mudrić (Kroatië); Gustavo Omana Parés (Venezuela); Massimiliano Rimaboschi (Italië); Francis Rose (VK); Frank Smeele (Nederland); Michael Sturley (VS); Lijun Zhao (VK/China).

20  Zie ook Van Hooydonk E., «Restatement of the Lex Maritima. Half-yearly Report (January - June)» in Comité Maritime International, CMI Yearbook 2023, Antwerpen, CMI, 2024, 225-226.

21  Zie ook Iida H., «Twenty-Five General Principles of Maritime Law: Lex Maritima - The Gothenburg Draft», The Report of the Japanese Maritime Law Association 2024, 53-62; Van Hooydonk E., «The CMI project for a Declaratory Statement of the Lex Maritima: state of play», The Journal of International Maritime Law 2023, 382-385; Van Hooydonk E., «Le projet de Lex Maritima du CMI vient d’être publié», Droit maritime français 2024, 992-997; Van Hooydonk E., «Der Entwurf der CMI Lex Maritima wurde veröffentlicht», Transportrecht 2024, 193-195 en 236-267; Van Hooydonk E., «Het ontwerp van CMI Lex Maritima is klaar», Tijdschrift Vervoer & Recht 2024, 115-117.

22  De tekst is later ook gepubliceerd in het jaarboek van het CMI: zie Van Hooydonk E. en Casas J., «Restatement of the Lex Maritima. Yearly Report» in Comité Maritime International, CMI Yearbook 2024, Antwerpen, CMI, 2025, 198-292.

23  Rondschrijven van CMI-voorzitter Ann Fenech aan de zeerechtverenigingen van 10 juni 2024 (tevens verzonden aan de «Consultative Members» en de «Titulary Members» van het CMI). De werkwijze verschilde van deze welke doorgaans in het CMI wordt gevolgd bij de voorbereiding van eenmakingsverdragen. Bij dit laatste soort projecten wordt gestart met een «questionnaire» gericht aan de aangesloten zeerechtverenigingen, bedoeld om de stand van het actuele nationale recht na te gaan. In het Lex Maritima-project is het voorbereidende rechtsvergelijkende onderzoek uitgevoerd door de voorzitter, ondersteund door de werkgroep, en is het resultaat van de IWG-werkzaamheden pas aan het einde ter nazicht en eventuele correctie of aanvulling aan de zeerechtverenigingen voorgelegd. Zoals vermeld werd tussentijds wel herhaaldelijk gerapporteerd tijdens publieke evenementen van het CMI, en voorts ook aan de Uitvoerende Raad en in het jaarboek van het CMI.

24  https://comitemaritime.org/work/lex-maritima. Zie inmiddels ook Comité Maritime International, CMI Yearbook 2025, Antwerpen, CMI, 2026, 529-637.

25  Met als alias www.lexmaritima.global.

26  Zie over de mogelijke functies reeds Van Hooydonk E., «Towards a worldwide restatement of the general principles of maritime law», The Journal of International Maritime Law 2014, (170), 181. In essentie zijn de aldaar geformuleerde voorstellen door het CMI onderschreven in de finaal aangenomen tekst.

27  Zie infra, punt 3.1.5.

28  Zie, ter illustratie, art. 2.2.4.5, § 1, 1°, 2.2.4.7, § 1, 2.4.2.6, § 7, 2.4.2.7, § 3, 3.2.2.5, § 1, 1° en 3.2.2.7, § 1, lid 1 Belgisch Scheepvaartwetboek.

29  Het doel van het CMI is «to contribute by all appropriate means and activities to the unification of maritime law in all its aspects» (art. 1 van de statuten uit 2022).

30  Onderliggende oorzaken zijn o.m. de nood aan actualisering van oudere verdragen en, sinds de dekolonisatie gevolgd na WO II, belangentegenstellingen tussen staten bij de invoering van nieuwe regels. Een indringende - tegelijk weinig opbeurende - analyse is te vinden in Griggs P., «Obstacles to uniformity of maritime law» in Comité Maritime International, CMI Yearbook 2002, Antwerpen, CMI, 2003, 158-73, ook in Journal of Maritime Law and Commerce 2003, 191-208. Zie voorts o.m. Healey N.J., «International Uniformity in Maritime Law: The Goal and the Obstacles», California Western International Law Journal 1979, 494-503; Hetherington S., «The CMI and the Panacea of Uniformity - An Elusive Dream?», Tulane Maritime Law Journal 2014, 159-82.

31  Het Grieks Wetboek van Privaat Maritiem Recht is vastgesteld bij wet 5050/2023, waarvan de meeste bepalingen in werking zijn getreden op 1 mei 2023.

32  Zie daarover Van Hooydonk E., «The renaissance of maritime codes - a need for international guidance?», The Journal of International Maritime Law 2015, 5-6; Van Hooydonk E., «Unification and codification of maritime law. Friends or foes?» in Nawrot J. en Pepłowska-Dąbrowska Z. (eds.), Codification of maritime law. Challenges, Possibilities and Experience, Abingdon, Informa Law from Routledge, 2020, 10-16. Over zeerechtcodificaties, zie naast voormeld verzamelwerk, ook Pepłowska-Dąbrowska Z., Nawrot J. en Ciok P. (eds.), Problems of contemporary maritime codes. A comparative study of recent codifications of maritime law, Toruń, Wydawnictwo Naukowe Uniwersytetu Mikołaja Kopernika, 2022, 213 p.

33  Zoals de Paramount Clause (betreffende de toepasselijkheid van de Regelen van Den Haag en Visby), de Himalaya Clause (betreffende de bescherming van hulppersonen door de ontheffingen en beperkingen van aansprakelijkheid t.v.v. de zeevervoerder), de Both-to-Blame Collision Clause (betreffende de vrijwaring van de zeevervoerder door de ladingbelanghebbende tegen aansprakelijkheidsvorderingen van het mee voor een aanvaring aansprakelijke niet-vervoerende schip i.v.m. schade aan de lading aan boord van het vervoerende schip), arbitragebedingen en rechtskeuzebedingen.

34  Zie bijv. Comenale Pinto M.M., «Il «diritto vivente» e l’autonomia del diritto della navigazione. Interrogativi agli albori del terzo millennio», Rivista del diritto della navigazione 2021, (3), 40-41; Danjon D., Traité de droit maritime, I, Parijs, Sirey, 1926, 39, nr. 15bis; Delebecque P., Droit maritime, s.l., Dalloz, 2020, 2, nr. 3; du Pontavice E. en Cordier P., La mer et le droit, I, Parijs, Presses Universitaires de France, 1984, 7-8, nr. 1; Herber R., Seehandelsrecht, Berlijn / Boston, Walter de Gruyter, 2016, 1-5; Mukherjee P.K., Maritime Legislation, Malmö, World Maritime University, 2002, 2-3; Ripert G., Droit maritime, I, Parijs, Rousseau, 1950, 1-2, nr. 1; Rodière R. en du Pontavice E., Droit maritime, Parijs, Dalloz, 1997, 4-6, nr. 5; Van Hooydonk E., Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek (Privaatrecht). Algemene toelichting, Antwerpen / Apeldoorn, Maklu, 2011, 133-137, nr. 1.145-1.153.

35  Zie nader infra, punt 3.1.2.

36  53 nationale verenigingen waren lid ten tijde van de stemming van de CMI Lex Maritima door de Algemene Vergadering van het CMI. Enkele niet tijdens de conferentie in Tokio vertegenwoordigde verenigingen drukten schriftelijk hun steun voor de compilatie uit.

37  Deze overwegingen inspireerden inz. het werk van de voorzitter van de IWG, auteur dezes. Noch in de IWG, noch op hoger niveau binnen het CMI werd deze aanpak ooit in vraag gesteld.

38  De suggestie werd destijds gedaan door de Zuid-Afrikaanse hoogleraar John Hare (zie kort Van Hooydonk E., «The CMI project for a Declaratory Statement of the Lex Maritima: state of play», The Journal of International Maritime Law 2023, (382), 382).

39  De term codificatie wordt inz. frequent gebruikt om optekeningen van de lex mercatoria aan te duiden.

40  Vgl. reeds Van Hooydonk E., «Towards a worldwide restatement of the general principles of maritime law», The Journal of International Maritime Law 2014, (170), 172 en inz. vn. 6 aldaar; zie evenwel ook supra, vn. 11.

41  Zo bevatten verschillende «restatements» van het contractenrecht (deze in de VS zowel als de Unidroit Beginselen van Internationale Handelsovereenkomsten) elementen van creatieve of innovatieve rechtsvorming.

42  Zie infra, punt 2.7, 3.1.4 en 3.1.5.

43  Daarbij is geen onderscheid gemaakt naar de grootte van de landen, hun bruto nationaal of binnenlands product dan wel hun aandeel in de wereldhandel, of naar de aard en het gewicht van hun eigen maritieme belangen als bijv. typisch reders-, haven-, industrie- of import- dan wel exportland.

44  De gegevens over het aantal door de IMO-verdragen gebonden staten en het percentage van de wereldtonnage dat deze staten controleren, vermeld in de officiële toelichting bij de CMI Lex Maritima, zijn gebaseerd op een tabel van 5 januari 2024. In de voorliggende bijdrage zijn enkele van deze cijfers geactualiseerd op grond van het Global Integrated Shipping Information System (https://gisis.imo.org, geraadpleegd op 21 juli 2026). Algemene gegevens over het aandeel van staten in de wereldvloot zijn te vinden in het jaarlijks gepubliceerde Review of Maritime Transport van UNCTAD (zie United Nations Conference on Trade and Development, Review of Maritime Transport 2025, Genève / New York, Verenigde Naties, 2025, https://unctad.org/system/files/official-document/rmt2025_en.pdf, inz. 50-53).

45  Over de wijzen waarop maritieme eenmakingsverdragen worden geïmplementeerd, zie o.m. Berlingieri G., «Uniformity in Maritime Law and Implementation of International Conventions», Journal of Maritime Law and Commerce 1987, 317-350.

46  Zie Beginsel 2.

47  Beginsel 7.

48  Beginsel 21.

49  Beginsel 8.

50  Beginsel 9.

51  Beginselen 17 en 18.

52  Beginsel 22.

53  Beginsel 23.

54  Beginsel 25.

55  Zie supra, punt 2.5.

56  Zie o.m. International Law Commission, Draft conclusions on identification of customary international law, with commentaries 2018, New York, United Nations, 2018, 137, nr. 7 (over de algemeenheid van de vereiste statenpraktijk), 138, nr. 9 (over de vereiste duur van de statenpraktijk) en 143-144, nr. 3 (over het vereiste aantal partijen bij een verdrag dat een gewoonte weerspiegelt); vgl. bijv. Dumberry P., The Formation and Identication of Rules of Customary International Law in International Investment Law, Cambridge, Cambidge University Press, 133-138.

57  Zie bijv. Gaillard E., «Trente ans de Lex Mercatoria. Pour une application sélective de la méthode des principes généraux du droit», Journal du Droit international 1995, (5), 26-28, nr. 34-36.

58  Deze kwestie was het voorwerp van grondige besprekingen in de IWG en, te Tokio, met de Uitvoerende Raad van het CMI, tijdens welke echter geen verschil van mening bleek te bestaan.

59  Het weze hier even in het midden gelaten of deze contractuele teksten uit zichzelf normatieve waarde kunnen hebben. Ze worden niet vermeld in de definitie van «positief zeerecht» in Regel 2(4), maar hun rol wordt wel elders aangestipt, meer bepaald in de officiële toelichting bij Beginsel 2 (zie infra, punt 3.2.2).

60  Zie hierover eveneens Beginsel 2.

61  De resolutie, die op 17 mei 2025 is aangenomen in de Engelse taal, luidt vertaald in het Nederlands als volgt:Resolutie van de Algemene Vergadering van het CMIinzake De CMI Lex Maritima - De Zeerechtbeginselen van Tokioaangenomen in Tokio door de 44ste Conferentie van het CMIDe 44ste conferentie van het Comité Maritime International («CMI»),Rekening houdend met het doel van het CMI, overeenkomstig zijn statuten, «om met alle passende middelen en activiteiten bij te dragen aan de eenmaking van het zeerecht in al zijn aspecten»,Vaststellend dat het zeerecht talrijke specifieke begrippen en regels bevat, waarvan sommige aanzienlijk verschillen van verwante rechtsfiguren in andere takken van het recht,Vaststellend dat het zeerecht, ondanks nationale verschillen, grotendeels berust op een aantal algemene, universeel gedeelde beginselen, bekend als de Lex Maritima,Overwegende dat het CMI, als wereldwijde overkoepelende organisatie van beoefenaars van het zeerecht, de aangewezen organisatie is om deze universele beginselen te identificeren, op te tekenen en te verspreiden;Wensend de universele grondslagen van het zeerecht te formuleren, om zo de specifieke kenmerken ervan te verduidelijken en bij te dragen aan de internationale uniformiteit ervan,Erkennend dat de in 2014 opgerichte Internationale Werkgroep voor de Optekening van de Lex Maritima («de IWG») van het CMI substantieel rechtsvergelijkend onderzoek heeft verricht om deze universele beginselen te identificeren, samen te brengen en te formuleren, op grond van uitvoerige verwijzingen naar wereldwijd verzamelde rechtsbronnen, waaronder verdragen, wetboeken, wetten, rechtspraak, rechtsleer en modelcontracten en -clausules,Ervan overtuigd dat deze compilatie van de Lex Maritima verschillende nuttige functies kan vervullen, onder meer als educatief instrument, als richtsnoer voor nationale en internationale regelgevers en, voor zover het positieve recht dit toestaat, als aanvullende bron van algemene beginselen van de Lex Maritima,Benadrukkend dat deze compilatie van de Lex Maritima niet bedoeld is om af te wijken van het positief zeerecht op internationaal of nationaal niveau, maar louter dient als een aanvullend instrument,Benadrukkend dat het CMI met de aanneming van deze resolutie en daarmee de compilatie van de Lex Maritima niet de bedoeling heeft of suggereert dat deze compilatie een bijzondere autoriteit of voorrang heeft boven andere beschikbare bronnen die algemene beginselen van het zeerecht, maritieme gebruiken of maritieme praktijken staven,Vaststellend dat een eerste volledige versie van «The Draft CMI Lex Maritima», bekend als «The Gothenburg Draft», door de IWG is voorgelegd in 2024,Neemt het bijgevoegde document aan als «De CMI Lex Maritima 2025 - De Zeerechtbeginselen van Tokio»enMachtigt de Uitvoerende Raad om in samenwerking met de IWG eventuele taalkundige en grammaticale onnauwkeurigheden na te gaan en in het aangenomen document de nodige redactionele correcties aan te brengen, alvorens het te publiceren.

62  Zie Regel 4(2) en daarover infra, punt 3.1.4. Ook de aanhef van de resolutie van de Algemene Vergadering bevestigt het ondergeschikte karakter van het CMI-instrument (zie supra, vn. 61). In hun commentaren op «The Gothenburg Draft» vroegen enkele zeerechtverenigingen nochtans om de formulering van de Beginselen dwingender te maken, en de Beginselen van Type 3 te herwerken tot krachtigere Beginselen van Type 2, omdat zulks meer zou bijdragen tot een eengemaakt, hedendaags zeerecht. Deze pleidooien gingen echter uit van een kleine minderheid en werden door de IWG (en dus het CMI) niet gevolgd.

63  Zie infra, punt 3.1.5, en inz. Regel 5, en de verwijzingen in de bijhorende officiële toelichting naar verwijzingen naar de lex maritima of aanverwante rechtsbronnen in het positief recht.

64  Beginsel 1(2).

65  Zie infra, punt 3.1.5.

66  De vraag is zeker niet altijd van louter academisch belang, want ze kan - afhankelijk van het positief zeerecht - (mee) determineren in hoeverre het algemeen burgerlijk recht of handelsrecht subsidiair toepassing kan vinden in maritieme aangelegenheden, en of het zeerecht in de eerste plaats vanuit zijn eigen internationale en historische context en systematiek moet worden uitgelegd, dan wel vanuit de beginselen en regels van het gemeen recht.

67  De autonomie van het scheepvaartrecht is bijv. erkend in het Belgisch Scheepvaartwetboek van 2019 (zie Parl.St. Kamer 2018-19, DOC 54 3536/001, o.m. 70; Van Hooydonk E., «Het Belgisch Scheepvaartwetboek en het nieuwe privaatrechtelijke zeerecht», Tijdschrift voor Internationale Handel en Transportrecht 2020, (248), 264-265, nr. 11). Het Nederlandse zeerecht is opgenomen in het afzonderlijk voorbereide Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Hoewel de Nederlandse rechtsleer tegenover het particularistische karakter van het zeerecht eerder nuchter staat en de vermeende autonomie er weinig aanleiding geeft tot academische bespiegelingen, heeft de minister van Justitie bij de invoering van de nieuwe wetgeving bevestigd dat het zee- en binnenvaartrecht «een zeer specialistisch terrein» is, voor de uitleg waarvan de buitenlandse verdragsinterpretaties belangrijker zijn dan het overige Nederlandse privaatrecht (Claringbould M.H., Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer in Van Zeben C.J. (ed.), Parlementaire geschiedenis van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, Deventer, Kluwer, 1992, 1238-1239; zie ook Japikse R.E., Verkeersmiddelen en vervoer. Deel I. Algemene bepalingen en rederij in Asser-Serie, Deventer, Kluwer, 2004, 3, nr. 4). In Frankrijk bestaat een ongemeen rijke literatuur over het «particularisme» dan wel de «autonomie» van het zeerecht, die tot in de recentste handboeken wordt verdergezet (zie bijv. Bonassies P., Scapel C. en Bloch C., Droit maritime, Parijs, LGDJ, 2022, 19-26, nr. 4-12; Delebecque P., Droit maritime, s.l., Dalloz, 2020, 58-60, nr. 63). Hetzelfde kan worden gezegd over Italië (zie bijv. Carbone S.M., Conflits de lois en droit maritime, Leiden, Martinus Nijhoff, 2010, 23; Lefebvre D’ovidio A., Pescatore G. en Tullio L., Manuale di diritto della navigazione, Milaan, Giuffrè, 2022, 5-11, nr. 2-4; zie voorts Comenale Pinto M.M., «Il «diritto vivente» e l’autonomia del diritto della navigazione. Interrogativi agli albori del terzo millennio», Rivista del diritto della navigazione 2021, 3-75; voor een Spaans perspectief, vgl. Gabaldón García J.L., Curso de derecho marítimo internacional, Madrid, Marcial Pons, 2024, 50-55; voor een Venezolaans, zie Martínez de Fortoul P., «El particularismo del derecho marítimo» in Badell Madrid R., Urdaneta Fontiveros E. en Yannuzzi Rodríguez S. (eds.), Libro homenaje al doctor Luis Cova Arria, I, Caracas, Academia de Ciencias Políticas y Sociales, 2020, 139-151, inz. 140-143). In Australië bepleitte James Allsop nadrukkelijk de «distinctinevess» van het zeerecht; daarbij nam hij mee de Engelse en de Amerikaanse rechtspraak over de lex maritima in aanmerking (zie inz. Allsop J., «Not a Land Girt by Beach and Maritime Law as the Law of an Activity», Australian and New Zealand Maritime Law Journal 2024, vol. 38 (1), 11 p.). Hoewel het particularisme of de autonomie van de rechtstak niet stelselmatig wordt besproken (laat staan verdedigd) in de handboeken van het op procesvoering gerichte Engelse zeerecht, is ook in dat rechtsstelsel gewezen op de bijzonderheid ervan (zie Grime R., Shipping Law, Londen, Sweet & Maxwell, 1991, 10-14). Voor een verdediging van het bestaansrecht van de «general maritime law» van de Verenigde Staten, zie Force R., «An Essay on Federal Common Law and Admiralty», Saint Louis University Law Journal 1999, 1367-1388. Voor verdere indicaties en bronnen uit Frankrijk, Italië, Spanje, Duitsland, Engeland, Nederland, de VS, Canada en België, zie Van Hooydonk E., Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek (Privaatrecht). Algemene toelichting, Antwerpen / Apeldoorn, Maklu, 2011, 156-168, nr. 1.189-1.205; voor een recentere analyse van het debat in Spanje, België, Japan en Polen, zie Pepłowska-Dąbrowska Z., «Recent codifications of maritime law and its autonomy» in Pepłowska-Dąbrowska Z., Nawrot J. en Ciok P. (eds.), Problems of contemporary maritime codes. A comparative study of recent codifications of maritime law, Toruń, Wydawnictwo Naukowe Uniwersytetu Mikołaja Kopernika, 2022, 167-186.

68  Zie supra, punt 2.3.

69  Zie supra, punt 2.4.

70  Zie supra, punt 2.3 resp. punt 2.6.

71  Zie bijv. art. 1(d) Regelen van Den Haag, art. 1(b) Bergingsverdrag 1989 en de talrijke andere verwijzingen in de officiële toelichting. Voor een recent rechtsvergelijkend overzicht, zie Musi M., La nozione di nave, Bologna, Bonomo, 2020, 315 p.

72  Vgl. o.m. art. 1.1.1.3, § 1, 1° Belgisch Scheepvaartwetboek; art. 1.1 Boek 8 Nederlands Burgerlijk Wetboek. De Nederlandse definitie heeft mee de nieuwe Belgische geïnspireerd. Ingevolge onoordeelkundige veranderingen aangebracht door de administratie wijkt de definitie in het Belgisch Scheepvaartwetboek af van de voorstellen van de Commissie Maritiem Recht (zie daarover kort Van Hooydonk E., «Het Belgisch Scheepvaartwetboek en het nieuwe privaatrechtelijke zeerecht», Tijdschrift voor Internationale Handel en Transportrecht 2020, (248), 263-264, nr. 10). Het neemt niet weg dat de Belgische en de Nederlandse definities eerder ruim zijn opgevat en in die zin de definitie in het hier besproken Beginsel van de CMI Lex Maritima ondersteunen.

73  Een redactionele onvolkomenheid is de vermelding in de definitie van «nationaal maritiem wetboek». Aangezien ook regels vervat in algemene wetboeken onder de definitie vallen, ware het beter geweest «nationaal wetboek» te schrijven.

74  Zie daaromtrent supra, punt 2.6.

75  Art. 1.9(2); vgl. art. 1.1.2.4 Belgisch Scheepvaartwetboek; zie voorts infra, punt 3.2.2.

76  Zie overigens infra, vn. 90.

77  Bijv. inzake bevrachting en hulpverlening. Over maritieme arbitrage, zie Goldby M. en Mistelis L. (eds.), The Role of Arbitration in Shipping Law, Oxford, Oxford University Press, 2016, 295 p.; Jambu-Merlin R., «L’arbitrage maritime» in X, Etudes offertes à René Rodière, Parijs, Dalloz, 1981, 401-408; La Mattina A., L’arbitrato marittimo e i principi del commercio internazionale, Genua, Giuffrè, 2012, 376 p.; Litina E., Theory, Law and Practice of Maritime Arbitration. The Case of International Contracts for the Carriage of Goods by Sea, Alphen aan den Rijn, Wolters Kluwer, 2021, 228 p. (met op p. 90 een vermelding van het CMI-project voor de optekening van de lex maritima); Litina E., «Maritime Arbitration: Dilemmas, Prospects and Challenges: Lessons from Contracts for the Carriage of Goods by Sea», Tulane Maritime Law Journal 2022, 513-530; Maurer A., Lex Maritima. Grundzüge eines transnationalen Seehandelsrechts, Tübingen, Mohr Siebeck, 2012, 111-143 en 224-225.

78  Zie nader Regel 5, besproken infra, punt 3.1.5.

79  Zie bijv. art. 11 Aanvaringsverdrag 1910; art. 8.2 Scheepsbeslagverdrag 1999; zie voorts o.m. het Staatsschepenverdrag 1926; art. 2.2.7.1 e.v. Belgisch Scheepvaartwetboek; art. 230 en 640.2.b Boek 8 Nederlands Burgerlijk Wetboek.

80  Zie supra, punt 3.1.1.

81  Zie supra, punt 2.5.

82  Zie supra, punt 2.7.

83  Dit wordt ook vermeld in de aanhef van de resolutie waarbij de Algemene Vergadering van het CMI het instrument goedkeurde (zie supra, vn. 61).

84  Zie de aanhef van de Beginselen, ov. 7.

85  Zie nogmaals supra, punt 2.3.

86  Zie reeds supra, punten 2.1 en 2.7.

87  De bronverwijzingen in wat volgt dienen slechts ter illustratie en zijn geenszins uitputtend. Een nadere analyse van de positie van de lex maritima in de diverse nationale rechtsstelsels gaat het bestek van deze bijdrage te buiten.

88  Zie supra, vn. 11.

89  Zie inz. de indringende rechtspraakanalyse in Allsop J., «Not a Land Girt by Beach and Maritime Law as the Law of an Activity», Australian and New Zealand Maritime Law Journal 2024, vol. 38 (1), 11 p.; zie eerder o.m. Allsop J., «Maritime Law - The Nature and Importance of Its International Character», Tulane Maritime Law Journal 2010, 555-590.

90  Het Belgisch Scheepvaartwetboek van 2019 bepaalt:Art. 1.1.2.4. Gebruiken en algemene scheepvaartrechtelijke beginselen§ 1. De gebruiken en de algemene scheepvaartrechtelijke beginselen zijn bijzondere bronnen van scheepvaartrecht.§ 2. De gebruiken vullen de overeenkomst aan en dragen bij tot haar uitlegging. Zij kunnen afwijken van de wet, tenzij deze van dwingend recht of openbare orde is.Het begrip «gebruik» is in het wetboek gedefinieerd als:een regel die in de betrokken bedrijfstak of op de betrokken plaats algemene of nagenoeg algemene toepassing heeft gevonden (art. 1.1.1.1, § 2, 1°),en het begrip «algemene scheepvaartrechtelijke beginselen» als:op internationaal gebied weerspiegelde beginselen die ten grondslag liggen aan de scheepvaartrechtelijke ordening (art. 1.1.1.1, § 2, 2°).De toelichting bij het voorstel van wet bevat nadere duiding en verwijst bij herhaling naar de (destijds nog lopende) werkzaamheden van de werkgroep van het CMI (Parl.St. Kamer 2018-19, DOC 54 3536/001, 38-40 en 70-71; zie ook reeds Van Hooydonk E., Tweede Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht). Algemene bepalingen (Bronnen en uitlegging). Overheidsschepen, Antwerpen, Commissie Maritiem Recht, 2012, 68 e.v., nr. 2.89 e.v.). De verwijzing naar de «gebruiken» in het Belgisch Scheepvaartwetboek herformuleert op een meer duidelijke en ruime manier het oude art. 112 van de Belgische Zeewet. De erkenning van de «algemene scheepvaartrechtelijke beginselen» bevestigt dat het scheepvaartrecht is gestoeld op mondiaal gemeenschappelijke basisprincipes, welk zoals gezien vaak worden aangeduid als de lex maritima. Ook in de rechtsleer werd gewezen op de werkzaamheden van het CMI, en werd bevestigd dat de rechtspraak de beginselen mee gestalte zal moeten geven (zie Van Hooydonk E., «Het Belgisch Scheepvaartwetboek en het nieuwe privaatrechtelijke zeerecht», Tijdschrift voor Internationale Handel en Transportrecht 2020, (248), 264-265, nr. 11).

91  Zie o.m. Stone A.J., «Canada’s Admiralty Court in the Twentieth Century», McGill Law Journal 2022, (511), 545-556; zie ook Chircop A., Moreira X., Kindred H. en Gold E. (eds.), Canadian Maritime Law, Toronto, Irwin Law, 2016, 167-173 (beide bronnen met verwijzingen naar rechtspraak).

92  Het Maritiem Wetboek van China van 1992 bepaalt, in Engelse vertaling:Art. 268If any international treaty concluded or acceded to by the People’s Republic of China contains provisions differing from those contained in this Code, the provisions of the relevant international treaty shall apply, unless the provisions are those on which the People’s Republic of China has announced reservations.International practice may be applied to matters for which neither the relevant laws of the People’s Republic of China nor any international treaty concluded or acceded to by the People’s Republic of China contain any relevant provisions.Deze bepaling is becommentarieerd als volgt:An international shipping practice is understood to be a practice in international shipping, which is followed by the people in their business of international shipping and the contents of which are reasonable, certain and notorious to the people in the area of international shipping. A typical example might be the York-Antwerp Rules that are universally followed in the adjustment of general average. Where provision to the contrary is contained in any applicable statutory law or international treaty or contained in the contract concluded by the parties concerned, an international shipping practice shall not be applied (Zhengliang H., «China» in Huybrechts M. en Van Hooydonk E. (eds.), International Encyclopaedia of Laws, Alphen aan den Rijn, Wolters Kluwer, 2014 (Suppl. 42 (2014), 60-61, nr. 61; in de actuele versie van deze bijdrage komt deze verduidelijking niet meer voor).Sinds de wijziging van het Maritiem Wetboek in 2025 is de bepaling opgenomen in art. 307. De vermelde Regelen van York en Antwerpen zijn als bron van lex maritima erkend in Beginsel 21 van de CMI Lex Maritima (zie infra, punt 3.6.3).

93  Zie bijv. House of Lords 16 maart 1971, The Tojo Maru (1972) AC 242, (1971) 2 WLR 970, (1971) 1 All ER 1110, (1971) 1 Lloyd’s Rep. 341, (1971) 3 WLUK 69, (1971) 115 SJ 325, (1971) CLY 11052. In deze zaak oordeelde het House of Lords dat er, ondanks de grote gelijkenissen tussen de nationale zeerechtstelsels, geen «maritime law of the world» bestaat die rechtskracht heeft naast het interne recht van de soevereine staten. Over «the general maritime law as administered in England», zie voorts Allsop J., «Maritime Law - The Nature and Importance of Its International Character», Tulane Maritime Law Journal 2010, 555-590; George M.P., «Choice of Law in Maritime Torts», Journal of Private International Law 2007, (137), 154-159 en 171; Sooksripaisarnkit P. en Lee D.Y.H., «Identifying Choice of Law in the Context of Maritime Torts - Yet Still a Challenge for Courts in Hong Kong», University of San Francisco Maritime Law Journal 2014, (185), 242-248.

94  Zie Supreme Court 26 februari 1992, MV Elisabeth v Harwan Investment & Trading Pvt Ltd (1992) INSC 62; High Court of Kerala 12 oktober 2017, Sangitadas v MV Amber MFA (ADL) No 78 of 2017.

95  Het Maritiem Wetboek van Kroatië van 2004 bepaalt, in Engelse vertaling:Art. 986If this Code does not contain provisions on the law applicable for certain relations from this part of this Code, provisions and principles of this Code, provisions and principles of other laws that regulate relations of international character, principles of the legal system of the Republic of Croatia and generally accepted principles of the international private law shall apply accordingly to those relations.

96  Het Zeescheepvaartdecreet van Vaticaanstad van 1951 bepaalt:Art. 26Qualora una controversia civile non si posse decidere con una precisa norma giuridica contenuta nelle fonti indicate nell’articolo precedente, il giudice decide secondo i principi generali riconosciuti dal diritto marittimo, e, in mancanza di tali principi, applicando quel criterio che adotterebbe se fosse legislatore, tenendo presenti i precetti del diritto divino e del diritto naturale, dei principi generali del diritto canonico, nonchè la legislazione, gli usi, la dottrina e la giurisprudenza degli Stati marittimi.Naar deze bepaling wordt niet verwezen in de officiële toelichting bij de CMI Lex Maritima. Auteur dezes detecteerde ze pas bij de voorbereiding van deze bijdrage. Ze is elders toegejuicht (zie Bengolea Zapata J., Instituciones del derecho de la navegación, Córdoba, Lerner, 2014, 173).

97  De Zeehandelswet van Venezuela van 2006 bepaalt:Artículo 3Las materias objeto de esta Ley que tengan relación con ordenamientos jurídicos extranjeros, se regularán por las normas de Derecho Internacional Público sobre la materia, en particular, las establecidas en los tratados internacionales vigentes en Venezuela; en su defecto se aplicarán las normas de Derecho Internacional Privado venezolano; a falta de ellas, se utilizará la analogía y, finalmente, se regirán por los principios de Derecho Internacional Privado generalmente aceptados.Deze bepaling, die is geïnspireerd door art. 1 van de Venezolaanse IPR-wet van 1998, wordt beschouwd als basis voor de toepassing van zeerechtelijke soft law en de lex mercatoria (waartoe de Regelen van York en Antwerpen worden gerekend) (zie in deze zin Guerra Hernández V.H., «El uso del soft law y la lex mercatoria en el derecho marítimo del siglo XXI» in Mujica Perret-Gentil C. (ed.), Libro estudios de derecho marítimo. En Homenaje a la memoria de Tulio Álvarez Ledo, s.l., Asociación Venezolana de Derecho Marítimo, 2022, (273), inz. 282-286, 288-289 en 292).

98  In de VS wordt «the general maritime law» nog steeds als een onderdeel van het positief zeerecht beschouwd (zie Schoenbaum T.J., Admiralty and Maritime Law, I, St. Paul, MN, Thomson West, 2004, 179-182, § 5-1 en 265, § 5-23). Er bestaat een overvloedige rechtspraak over: zie bijv. U.S. Supreme Court 1 oktober 1874, The Lottawanna 88 U.S. 558 (1874); U.S. Court of Appeals for the Fourth Circuit 24 maart 1999, The Titanic, Inc v Haver 171 F 3d 943 (1999). Zie voorts bijv. Allsop J., «Maritime Law - The Nature and Importance of Its International Character», Tulane Maritime Law Journal 2010, 555-590; Gardner M., «Admiralty, Abstention and the Allure of Old Cases», Notre Dame Law Review 2024, (881), 906-908 en ook 920; Maraist F.L., Galligan T.C., Sutherland D.A. en Kuebel S.B., Admiralty in a Nutshell, St. Paul, MN, West Academic Publishing, 2022, 3; Tetley W., «Glossary of Maritime Law Abbreviations, Definitions, Terms and Odds ‘n Ends», Europees Vervoerrecht 1997, (275), 300.

99  De Federale Wet over Zeevaart onder Zwitserse Vlag van 1953 bepaalt:Article 7: Pouvoir d’interprétation et d’appréciation du juge:1 Si la législation fédérale, notamment la présente loi, ainsi que les règles juridiques internationales auxquelles il est fait renvoi, ne contiennent pas de dispositions applicables, le juge prononce selon les principes généraux du droit maritime. Si ces principes font défaut, il prononce selon les règles qu’il établirait s’il avait à faire acte de législateur, en tenant compte de la législation, de la coutume, de la doctrine et de la jurisprudence des Etats maritimes.[. . .].Deze bepaling bevestigt «[t]he close relationship between Swiss maritime law and international and internationally recognized maritime law» (von Ziegler A., «Helvetia and the sea» in Scritto in onore di Francesco Berlingieri, II, Genua, Il Diritto Marittimo, 2010, (1162), 1172). Eerder werd het Zwitserse zeerecht getypeerd als «une application par le droit positif suisse de principes beaucoup plus généraux et qui sont, dans leurs grandes lignes, communs à toutes les nations exerçant la navigation maritime» (Werner A.-R., Traité de droit maritime général, Genève, Droz, 1964, 12, nr. XI). De aangehaalde Zwitserse wetsbepaling is in andere landen bejubeld (aldus bijv. Bengolea Zapata J., Instituciones del derecho de la navegación, Córdoba, Lerner, 2014, 173; Puttfarken H.-J., Seehandelsrecht, Heidelberg, Verlag Recht und Wirtschaft, 1997, 413, nr. 995; Van Hooydonk E., Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek (Privaatrecht). Algemene toelichting, Antwerpen / Apeldoorn, Maklu, 2011, 169-170, nr. 1.206; Van Hooydonk E., «Towards a worldwide restatement of the general principles of maritime law», The Journal of International Maritime Law 2014, (170), 177-178). Vermoedelijk is de bepaling deels geïnspireerd door art. 1 van het Zwitsers Burgerlijk Wetboek van 1907, dat luidt:1 La loi régit toutes les matières auxquelles se rapportent la lettre ou l’esprit de l’une de ses dispositions.2 A défaut d’une disposition légale applicable, le juge prononce selon le droit coutumier et, à défaut d’une coutume, selon les règles qu’il établirait s’il avait à faire acte de législateur.3 Il s’inspire des solutions consacrées par la doctrine et la jurisprudence.Ook de gelijkenis met de corresponderende, hierboven reeds aangehaalde bepaling van het Zeescheepvaartdecreet van Vaticaanstad van twee jaar eerder is treffend.

100  Het Burgerlijk Wetboek van Ecuador bepaalt:Art. 18.7A falta de ley, se aplicarán las que existan sobre casos análogos; y no habiéndolas, se ocurrirá a los principios del derecho universal.

101  Het Burgerlijk Wetboek van Spanje bepaalt:Art. 1.4Los principios generales del derecho se aplicarán en defecto de ley o costumbre, sin perjuicio de su carácter informador del ordenamiento jurídico.

102  Zie supra, punten 2.7 en 3.1.4.

103  Zie de aanhef van de Beginselen, ov. 2.

104  Zie bijv. art. 24 van het Maritiem Wetboek van Georgië, art. 6 van het Koopvaardijwetboek van Oekraïne; art. 5.2 van het Maritiem Wetboek van Vietnam.

105  Zie Van Hooydonk E., «The CMI Lex Maritima 2025 and its significance for the lex mercatoria» in Musi M. en Pari L. (eds.), Research Handbook on Maritime Law, Edward Elgar, 2026 (in productie).

106  Zie bijv. art. 3 Regelen van Hamburg; art. 2 Regelen van Rotterdam; wat de internationale rechtsleer over de interpretatie van zeerechtverdragen betreft, zie Berlingieri G., «Uniformity in Maritime Law and Implementation of International Conventions», Journal of Maritime Law and Commerce 1987, (317), 341-350; Carbone S.M., Conflits de lois en droit maritime, Leiden / Boston, Martinus Nijhoff Publishers, 2010, inz. 58-85; De Meij P., «Interpretatie van verdragen van uniform (vervoer)recht», Europees Vervoerrecht 1998, 607-647; wat Nederland betreft, zie Japikse, Verkeersmiddelen en vervoer. Deel I. Algemene bepalingen en rederij, in Asser-Serie, Deventer, Kluwer, 2004, 2, nr. 3; Haak K.F., «Uniform vervoerrecht: verwezenlijking en beperking» in De Ly F., Haak K.F. en Van Boom W.H. (Red.), Eenvormig bedrijfsrecht: realiteit of utopie?, Den Haag, Boom, 2006, (183), 201-202; Hendrikse M.L. en Margetson N.J., «Uniforme uitleg van internationale zeerechtelijke regelingen» in Hendrikse M.L. en Margetson N.H., Capita zeerecht, Deventer, Kluwer, 2004, 39-50; Hendrikse M.L. en Margetson N.J., «Uniform Construction and Application of The Hague (Visby) Rules» in Hendrikse M.L., Margetson N.H. en Margetson N.J. (eds.), Aspects of Maritime Law. Claims under Bills of Lading, Austin, Wolters Kluwer, 2008, 35-37; Oostwouder, Hoofdzaken Boek 8 BW, Deventer, Kluwer, 1994, 16-17; Smeele F.G.M., «Eenvormig zeerecht: doelstellingen en verwezenlijking» in De Ly F., Haak K.F. en Van Boom W.H. (red.), Eenvormig bedrijfsrecht: realiteit of utopie?, Den Haag, Boom, 2006, (225), 248-249; wat België betreft, zie o.m. Van Hooydonk E., Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek (Privaatrecht). Algemene toelichting, Antwerpen / Apeldoorn, Maklu, 2011, 98-102, nr. 1.90. In de officiële toelichting bij de CMI Lex Maritima zijn verdere verwijzingen opgenomen, o.m. naar (hoofdzakelijk Angelsaksische) rechtspraak en rechtsleer. Aan die verwijzingen zou een omvangrijke verdere onderbouwing kunnen worden toegevoegd.

107  Zie https://cmlcmidatabase.org/.

108  Het belang van de geschiedenis voor een goed begrip van het zeerecht werd onderlijnd in o.m. Cleveringa R.P., Zeerecht, Zwolle, W.E.J. Tjeenk Willink, 1961, 10-12.

109  Zie de aanhef van de Beginselen, ov. 5 en 6.

110  Art. 1.9(1).

111  Zie bijv. art. 4.2(b)(ii) en 9.1 Regelen van Hamburg; art. 25.1(c), 43 en 44 Regelen van Rotterdam.

112  Zie bijv. art. 1.1.2.4 Belgisch Scheepvaartwetboek; meer specifiek o.m. art. 161, 419.2 en 422.3-4 Boek 8 Nederlands Burgerlijk Wetboek.

113  Baltic and International Maritime Council.

114  Zie Maurer A., Lex Maritima. Grundzüge eines transnationalen Seehandelsrechts, Tübingen, Mohr Siebeck, 2012, 100-101; zie ook Maurer A., «Transnational Shipping Law. The Role of Private Legal Actors in International Shipping» in Goldby M. en Mistelis L. (eds.), The Role of Arbitration in Shipping Law, Oxford, Oxford University Press, 2016, (229), 239, nr. 14.23 en 244, nr. 14.32; zie echter ook, met enkele kritische bedenkingen, Ambrose C., «The Role of Standard Forms and Arbitrators In Developing a Transnational Law of Shipping», ibidem, 249-253.

115  Aldus de vermeldingen i.v.m. deklading (art. 9.1 Regelen van Hamburg; art. 25(1)(c) Regelen van Rotterdam), aflevering (art. 4.2(b)(11) Regelen van Hamburg; art. 43 en 44 Regelen van Rotterdam) en vervoersdocumenten (art. 35 Regelen van Rotterdam).

116  Art. 1.9, Commentaar, punt 4.