Ambtenarenrecht - Ontslag - Hoorplicht - Contractueel werknemer - Statutair ambtenaar

In het arrest nr. 86/2017 van 6 juli 2017 oordeelt het Grondwettelijk Hof dat de artt. 32, 3°, en 37, § 1 Arbeidsovereenkomstenwet, in die zin geïnterpreteerd dat zij een beletsel vormen voor het recht van een door een overheid tewerkgestelde werknemer om vóór zijn ontslag, om redenen die verband houden met zijn persoon of zijn gedrag, te worden gehoord, een schending inhouden van de artt. 10 en 11 Gw. Dezelfde bepalingen, in die zin geïnterpreteerd dat zij geen beletsel vormen voor het recht van een door een overheid tewerkgestelde werknemer om vóór zijn ontslag, om redenen die verband houden met zijn persoon of zijn gedrag, te worden gehoord, houden geen schending in van de artt. 10 en 11 Gw.

p 40 | 86/2017 | | Grondwettelijk Hof