Bij het arrest nr. 91/2026 van 16 juli 2026 oordeelt het Grondwettelijk Hof dat artikel 22, tweede lid, 5°, van de wet van 23 maart 1989 «betreffende de verkiezing van het Europese Parlement» en artikel 125 van het Kieswetboek, ongrondwettig zijn in zoverre die bepalingen het onmogelijk maken een beslissing van het collegehoofdbureau waarbij een voordrachtsakte van kandidaten bij de verkiezingen voor het Europees Parlement wordt afgewezen wegens onvoldoende aantal handtekeningen, te betwisten bij een rechtscollege.
Door gebruik te maken van onze diensten, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies (Meer weten).