Jaargang 85 nummer 7 van 16 oktober 2021

Artikelen

De spijtoptanten of een onverteerbare brok strafprocedure

Y. Liégeois|p 270

Rechtspraak

Hof van Cassatie 19 oktober 2020

Huur – Vrijwaringsverbintenis van de verhuurder – Verborgen gebreken – Gebreken die tijdens de huur zijn ontstaan ingevolge werken die in opdracht van de verhuurder aan het verhuurde goed zijn uitgevoerd

met noot van - J. Reniers, F. Van den Abeele| p 291
Hof van Cassatie 29 september 2020

Verzekering – Motorrijtuigen – Verzekeringsverplichting – Verzekeringsovereenkomst die wordt gesloten na het besturen van een voertuig op de openbare weg – Geldigheidsdatum die ingaat op de datum van het besturen van een voertuig – Gevolgen voor het misdrijf van rijden zonder verzekering

met noot| p 296
Hof van Cassatie 7 september 2020

Verzekeringen – Verzekeringsovereenkomst – Combinatiepolis – Opzettelijke verwijzing – Nietigverklaring van de overeenkomst – Beperking tot de verzekering van de risico’s waaromtrent de verzekeraar is misleid

p 296
Hof van Cassatie 19 augustus 2020

Voorlopige hechtenis – Handhaving – Verbetering van het bevel tot aanhouding – Verkeerde aanduiding van de datum of de misdrijfperiode van de feiten in de akte van aanhangigmaking of het bevel tot aanhouding – Verbetering door het onderzoeksgerecht – Voorwaarden

met noot| p 297
Hof van Cassatie 28 mei 2020

Verzekeringen – Verzekeringsovereenkomst – Verzekering BA motorrijtuigen – Verzekeringsverplichting – Burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het verzekerde motorrijtuig aanleiding geeft – Artikel 2, § 1 WAM-wet

p 297
Raad van State 25 februari 2021

Raad van State – Schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid – Corona – Sluiting pretparken – 1. Pretparken zitten niet «in een zodanige penurie» – Geen uiterst dringende noodzakelijkheid – 2. Betoog dat maatregelen pretparken in «going concern» brengt – Begrip «going concern» – Geen bewijs dat verzoekers duur van gewone schorsingsprocedure niet kunnen volhouden – 3. Geen «dermate precaire financiële situatie» dat de duur van de gewone schorsingsprocedure niet kan worden afgewacht – 4. Vordering tot schorsing, ook bij uiterst dringende noodzakelijkheid, kan «op elk ogenblik» worden ingesteld – Enkel wanneer verzoekers in «dermate precaire financiële situatie» verkeren – 5. Verwijzing naar arrest nr. 249.685 inzake «going concern» niet relevant – Geen precedentenleer in Belgisch recht – Huidige beoordeling wel in overeenstemming met rechtspraak algemene vergadering afdeling Bestuursrechtspraak

met noot| p 297
Raad van State 2 februari 2021

Raad van State – Schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid – Corona – 1. Vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid – Tijdigheid – Verlenging maatregelen als nieuwe wilsuiting – Geen vordering tegen eerdere maatregelen – Wettigheidskritiek tegen eerdere maatregelen ontvankelijk – 2. Ondeelbaarheid ministerieel besluit – Toegang tot de rechter – Rechtsbescherming tegen de overheid – 3. «Going concern» – Procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid mag worden aangewend om dat nadeel af te wenden – 4. Gelijkheidsbeginsel – Verschil in behandeling reeds in vroegere regelgeving opgenomen – Geen verantwoording voor nieuwe regel – 5. Toetsingsbevoegdheid Raad van State – Beleid gebaseerd op wetenschappelijke adviezen – Minimaal aannemelijke verantwoording voor verschil in behandeling noodzakelijk – 6. Wijze van verweer in procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid – Enkel in het administratief dossier wat absoluut noodzakelijk is

met noot| p 298
Hof van Beroep Antwerpen 4 mei 2020

Sekwester – Gerechtelijk sekwester – Bewarende en voorlopige maatregel – Onaantastbare beoordelingsbevoegdheid van feitenrechter inzake wenselijkheid van aanstelling van gerechtelijke sekwester en omvang van zijn opdracht – In de regel rechten van bewaking en bewaring – Beschikkingsdaden – Voorwaarde – Maatregel dringend en onontbeerlijk voor het goede beheer van de te beschermen goederen en belangen

p 300
Politierechtbank Oost-Vlaanderen, afd. Aalst 3 oktober 2019

Verzekering – Motorrijtuigen – Regresvordering van de verzekeraar – Kennisgevingsplicht – Niet-naleving – Sanctie – Verval van het regresrecht – Afstand door verzekerde – Aanvaarden van voorstel om zijn schuld af te betalen – Overeenkomst over het regresrecht – Niet ontstaan door vrijwillige terugbetaling door de verzekerde – Tijdstip van kennisgevingsplicht – Tijdstip waarop de verzekeraar over alle elementen beschikt die het hem mogelijk te maken zijn regresrecht te beoordelen – Verwijlinterest – Vanaf de ingebrekestelling

p 301

Kanttekeningen

Panta Rhei: een nieuwe wijze van omgaan in de cassatierechtspraak

M. Van der Haegen